HomeNPS8.2 Gebruik: algemene bevolking

8.2 Gebruik: algemene bevolking

Gegevensbronnen

Deze paragraaf beschrijft kerncijfers over het gebruik van Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS) in de bevolking van 18 jaar en ouder op basis van de Aanvullende Module Middelen van de Leefstijlmonitor (LSM-A, zie bijlage A2), elke twee jaar uitgevoerd door het CBS in samenwerking met het RIVM en het Trimbos-instituut. De LSM-A is een onderzoek dat parallel loopt aan de Gezondheidsenquête en dieper ingaat op het gebruik van alcohol, drugs, tabak en andere middelen (zie bijlage A1). De meeste NPS worden in de LSM-A uitgevraagd. 4-FA wordt ook in de Gezondheidsenquête uitgevraagd maar om dit middel met andere NPS te kunnen vergelijken, worden hier de 4-FA gegevens van de LSM-A gerapporteerd.

De coronapandemie heeft mogelijk invloed gehad op het NPS-gebruik in de algemene bevolking. Op basis van de cijfers uit de LSM-A kunnen hierover echter geen uitspraken worden gedaan. De gegevens die worden gepresenteerd zijn namelijk door het hele jaar 2020 verzameld. Omdat vaak terug wordt gevraagd naar een periode van één jaar voor het afnemen van de vragenlijst (laatste-jaar-gebruik), hebben de cijfers deels betrekking op het gedrag van de deelnemers in het jaar 2019. Meer informatie over de impact van coronapandemie op het gebruik van NPS is te vinden in § 8.1.2.

8.2.1 Kerncijfers en trends algemene bevolking

Kerncijfers 2020

De LSM-A Middelen omschrijft NPS als volgt: “Sommige stoffen bootsen de werking na van drugs zoals ecstasy, cocaïne of amfetamine. Deze stoffen worden ook wel nieuwe psychoactieve stoffen of ‘legal highs’ genoemd.” Vervolgens wordt naar het gebruik van een aantal specifieke middelen in de afgelopen 12 maanden gevraagd. NPS is een heterogene groep met stoffen die heel verschillende effecten hebben. Daarom wordt hier het gebruik van specifieke NPS gerapporteerd en niet het gebruik van enige NPS.

  • In 2020 was 2C-B de meest gebruikte NPS in Nederland. Ongeveer 0,6% van de volwassen bevolking heeft 2C-B in het laatste-jaar gebruikt, gevolgd door 4-FA en 4-MMC (beide 0,3% van de volwassen bevolking). Het gebruik van andere NPS (synthetische cannabis, methoxetamine, 6-APB, en andere NPS) lag met 0,0% tot 0,2% lager.
  • Ook uit onderzoek onder uitgaanders en signalen van marktmonitoren blijkt dat 2C-B in 2020 de meest gebruikte NPS is (zie ook §8.3 en §8.8).
  • Ongeveer even veel mensen hebben in 2020 ooit 2C-B (1,5%) en 4-FA (1,5%) gebruikt.
  • Het 2C-B gebruik lag in 2020 ruim twee keer lager dan het cocaïne- en amfetaminegebruik.

Figuur 8.2.1         Gebruik van NPS en stimulantia in Nederland in de bevolking van 18 jaar en ouder. Peiljaar 2020

Trends in NPS-gebruik

Vanaf 2016 zijn om de twee jaar gegevens beschikbaar over het gebruik van NPS in de algemene bevolking van 18 jaar en ouder (zie ook bijlage A1). 4-FA en 2C-B zijn in 2020 anders uitgevraagd dan in voorgaande jaren; daardoor zijn de gegevens niet goed vergelijkbaar.

  • Het gebruik van 4-FA is in 2020 lager (0,3%) dan in 2016 en 2018 (beide 0,9%). Dit komt waarschijnlijk door een waarschuwing omtrent de gezondheidseffecten van 4-FA in september 2016, en de plaatsing van 4-FA op lijst 1 van de Opiumwet op 25 mei 2017.
  • Het gebruik van 2C-B is in 2020 op hetzelfde niveau gebleven als in 2018 (0,6%). 2C-B is in 2018 voor het eerst uitgevraagd in de LSM-A.
  • Ook onderzoek onder uitgaanders en signalen van marktmonitoren suggereren (eveneens) een afname van het gebruik van 4-FA en een stabilisatie of lichte toename van het gebruik van 2C-B (zie ook § 8.3 en § 8.8).

Aanvullende informatie

Bronnen

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.