NPS
HomeNPS8.5 Gebruik: internationale vergelijking

8.5 Gebruik: internationale vergelijking

8.5.1 Algemene bevolking internationaal

In het kort: Het gebruik van synthetische cannabinoïden is in Nederland erg laag in vergelijking met andere landen. Voor andere NPS geldt dat er geen gebruikscijfers beschikbaar zijn op Europees niveau.

Het EMCDDA verzamelt gegevens over het drugsgebruik in de algemene bevolking in een aantal landen in Europa ​[1–3]​. Sinds 2011 rapporteert meer dan de helft van de Europese landen nationale schattingen over het gebruik van NPS in de algemene bevolking. De cijfers uit het Verenigd Koninkrijk (Engeland en Wales) zijn afkomstig uit de British Crime Survey van het Office for National Statistics (ONS) ​[4]​. In Australië wordt het bevolkingsonderzoek naar drugsgebruik uitgevoerd door het Australian Institute of Health and Welfare (AIHW) ​[5]​.

Voor de bevolkingsonderzoeken geldt dat verschillen in peiljaar, meetmethoden, steekproeven, leeftijdsgroepen en vraagstellingen een precieze vergelijking bemoeilijken. Bovendien zijn er methodologische problemen die specifiek zijn voor NPS: de soorten NPS die in deze onderzoeken worden meegenomen kunnen verschillen, vanwege het ontbreken van een eenduidige definitie voor NPS en mogelijk ook vanwege verschillen in wetgeving.

Vergelijking tussen landen

  • Volgens de gegevens van het EMCDDA uit 2023 varieerde het gebruik van (enige) NPS (exclusief ketamine en GHB) onder jongvolwassenen (15-34 jaar) in het laatste jaar naar schatting tussen de 0,1% in Letland en 5,1% in Roemenië ​[2,3]​.
  • In Engeland en Wales lag in 2022 het laatste-jaar-gebruik van NPS (waaronder mefedron, spice, GBL/GHB, salvia, of andere NPS) onder volwassenen (16-59 jaar) op 0,4% en lag het onder jongvolwassenen (16-24 jaar) op 0,9%, dat is vergelijkbaar met 2020 ​[4]​.
  • Aangezien het gebruik van NPS in Nederland in 2020 anders is uitgevraagd dan in voorgaande jaren, zijn er geen goede gegevens beschikbaar over het gebruik van NPS als geheel (zie ook § 8.2). Daarom kan het gebruik van ‘enige NPS’ niet met andere landen worden vergeleken.

Synthetische cathinonen

  • Hoewel 3-MMC en 3-CMC al een aantal jaren beschikbaar zijn op de Europese drugsmarkt, lijken deze stoffen rond 2020 in toegenomen mate beschikbaar te zijn. Op basis van de toegenomen beschikbaarheid en inbeslagnames van deze stoffen op de Europese drugsmarkt en het feit dat synthetische cathinonen ook in Europa worden geproduceerd, zijn er signalen dat de beschikbaarheid van en het gebruik van deze stoffen in Europa is gestegen ​[2,3]​. Er zijn echter geen gebruikscijfers beschikbaar op Europees niveau.
  • Synthetische cathinonen zijn in verband gebracht met sterfgevallen gerelateerd aan drugsgebruik ​[3]​, zie § 8.7.3 voor meer informatie hierover.

Synthetische cannabinoïden

  • Door de toenemende diversiteit aan cannabisproducten die in Europa beschikbaar zijn, bestaat er bezorgdheid dat sommige producten die (op de illegale markt) worden verkocht als natuurlijke cannabis, kunnen zijn versneden met potente synthetische cannabinoïden. In 2021 rapporteerden ten minste 13 Europese landen, met name Duitsland en Zweden, dergelijke gevallen ​[3]​. Ook in Nederland zijn er in de afgelopen jaren vervuilingen van cannabis met synthetische cannabinoïden vastgesteld (zie ook § 3.8.3).
  • Een klein aantal van de Europese enquêtes gerapporteerd in het European Drug Report van 2021 bevat specifiek vragen over het gebruik van synthetische cannabinoïden. Het laatste-jaar-gebruik hiervan onder 15-34-jarigen varieerde van 0,3% in Spanje tot 0,6% in Italië. In Australië had 0,2% van de bevolking van 14 jaar en ouder in het afgelopen jaar synthetische cannabinoïden gebruikt ​[1]​.
  • In Nederland komt het gebruik van synthetische cannabinoïden in de algemene bevolking maar zelden voor: 0,1% van de jongvolwassenen (15-34 jaar) had deze middelen in 2020 in het laatste jaar gebruikt.
  • Synthetische cannabinoïden zijn in verband gebracht met sterfgevallen gerelateerd aan drugsgebruik ​[3]​, zie § 8.7.4 voor meer informatie hierover.

Nieuwe synthetische opioïden

  • Nieuwe synthetische opioïden worden ook in Europa gemeld, waar ze in sommige gebieden steeds vaker voorkomen. Hoewel nieuwe synthetische opioïden een relatief kleine rol spelen op de Europese drugsmarkten, zijn tussen 2009 en 2022 in Europa in totaal 74 soorten nieuwe synthetische opioïden geïdentificeerd (waarvan 1 in 2022). Recente signalen (voornamelijk uit de Baltische staten) wijzen op een toegenomen beschikbaarheid van en gezondheidsschade door deze stoffen. In het bijzonder gaat het om de groep benzomidazole opioïden, waaronder isotonitazeen, protonitazeen en metonitazeen. Deze groep nieuwe opioïden is ontstaan na controlemaatregelen om de beschikbaarheid van fentanylderivaten (waaronder carfentanil) te verminderen ​[3]​.
  • Synthetische opioïden zijn in verband gebracht met sterfgevallen gerelateerd aan drugsgebruik ​[3]​, zie § 8.7.5 voor meer informatie hierover.
  • Op dit moment zijn echter in Europa de patronen van beschikbaarheid en gebruik anders dan in Noord-Amerika (zie bijvoorbeeld § 5.7.4 of § 5.4). Problemen met deze nieuwe synthetische opioïden blijven in Europa vooral bepekt tot enkele noordelijke en Baltische staten ​[3]​. Er zijn geen gebruikscijfers beschikbaar op Europees niveau.

Nieuwe benzodiazepinen

  • Er lijkt in Europa een toename te zijn in nieuwe benzodiazepinen die niet zijn geregistreerd als geneesmiddel (clonazolam, etizolam en flualprazolam) en mengsels met nieuwe benzodiazepinen en nieuwe synthetische opioïden of kalmeringsmiddelen (‘benzo-dope’ en ‘tranq-dope’) ​[3]​. Er zijn echter geen gebruikscijfers beschikbaar op Europees niveau.
  • Designer benzodiazepinen worden in Nederland bij het DIMS relatief weinig gezien, maar winnen wel aan populariteit (zie § 8.8.2). Ook het NVIC meldde in 2021 een forse toename in het aantal intoxicaties met nieuwe benzodiazepinen (zie § 8.6.2).
  • De gemakkelijke (online) beschikbaarheid van deze stoffen baart met name zorgen ​[3]​. In 2021 is een aantal van deze stoffen op lijst II van de Opiumwet geplaatst (zie § 2.1).

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    EMCDDA. European Drug Report 2021: Trends and Developments. Luxembourg: Publications Office of the European Union; 2021.
  2. 2.
    EMCDDA. European Drug Report 2022: Trends and Developments. Lisbon: Publications Office of the European Union; 2022.
  3. 3.
    EMCDDA. European Drug Report 2023: Trends and Developments. Luxembourg: Publications Office of the European Union; 2023.
  4. 4.
    Drug misuse in England and Wales: year ending June 2022. An overview of the extent and trends of illicit drug use. [Internet]. Office for National Statistics – Crime Survey for England and Wales; 2022 p. 1–14. Available from: https://www.ons.gov.uk/peoplepopulationandcommunity/crimeandjustice/articles/drugmisuseinenglandandwales/yearendingjune2022
  5. 5.
    AIHW. National Drug Strategy Household Survey 2019. Canberra: AIHW; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2023. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.