HomeNPS8.6.2 Incidenten

8.6.2 Incidenten

Snel naar:

Sinds 2009 houdt de Monitor Drugsincidenten (MDI, zie bijlage B3) actuele gegevens bij over de aard en omvang van acute drugsgerelateerde gezondheidsincidenten bij patiënten die worden behandeld op de spoedeisende eerste hulp (SEH) van een ziekenhuis, door de ambulance, door forensisch artsen, of op de EHBO van een grootschalig evenement. De monitor is niet landelijk dekkend, maar rapporteert vanuit peilstationregio’s in Nederland (vier regio’s in 2009; acht sinds 2011) ​​[1]​​. De gegevens worden aangevuld met die van het Letsel Informatie Systeem (LIS), waarin de behandelingen wegens intoxicaties of letsels na drugsgebruik op 14 SEH’s zijn opgenomen. Daarnaast registreert het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) informatieverzoeken van artsen en andere medisch professionals over vermoede blootstellingen aan middelen. Bij beide bronnen worden intoxicaties niet analytisch/toxicologisch geverifieerd. Tot slot verzamelt het Euro-DEN Plus project gegevens over drugsgerelateerde spoedgevallen van een netwerk van ziekenhuizen in Europa.

Monitor Drugsincidenten

NPS-gerelateerde incidenten

In 2020 waren de meeste meldingen van NPS gerelateerd aan 3/4-MMC (in één categorie behandeld omdat zowel dealers en gebruikers als hulpverleners moeilijk onderscheid tussen de middelen kunnen maken). In 2020 werd gebruik van 3- of 4-MMC geregistreerd bij 59 (2%) van de 3.541 geregistreerde drugsincidenten. In 36% was 3/4-MMC de enige gebruikte drug. Bij de rest was 3/4-MMC in combinatie met één of meer andere drugs gebruikt, meestal met GHB (45%), ecstasy (18%), amfetamine (18%) en/of cannabis (16%). De eerste incidenten met 3/4-MMC zijn geregistreerd in 2018.

  • Incidenten met 3/4-MMC nemen zowel in absolute aantallen als relatief toe. Het aandeel op het totaal aan drugsincidenten is nog relatief beperkt. In 2020 was bij 2,0% van de geregistreerde incidenten sprake van 3/4-MMC-gebruik (al dan niet in combinatie met andere middelen). In 2019 was dit aandeel nog 0,4% (en 0,2% in 2018). Deze stijging is opmerkelijk gezien het feit dat er geen (officiële) feesten plaatsvonden na 13 maart 2020. 3/4-MMC wordt als uitgaansdrug vaak op feesten gebruikt: t/m 2019 werden bijna de helft van alle incidenten met 3/4-MMC gemeld door EHBO-posten.
  • Waar in 2018 nog 89% van alle geregistreerde 3/4-MMC-incidenten het gevolg was van combinatiegebruik, was dit aandeel in 2020 gedaald naar 64%. Er zijn in 2020 dus relatief vaker incidenten gemeld waarbij 3/4-MMC alleen, zonder andere drugs, voor gezondheidsverstoringen heeft gezorgd. Daarnaast zijn in 2020 voor het eerst matige en ernstige intoxicaties met 3/4-MMC (als enige drug) geregistreerd. Voorheen waren de gemelde incidenten uitsluitend licht van aard.
  • Het aandeel patiënten dat 3/4-MMC (als enige drug) met alcohol had gecombineerd was 67% in 2020.
  • Patiënten met een 3/4-MMC (mono-)intoxicatie waren in 2020 relatief jong; de mediane leeftijd (23 jaar) van deze patiënten was vergelijkbaar met die van ecstasy (23 jaar) en ketamine (24 jaar) en beduidend lager dan die van de gemiddelde patiënt die werd gezien voor een drugsintoxicatie (mediaan: 30 jaar).

Tabel 8.6.1     Incidenten met 3/-4MMC als enige drug geregistreerd door de Monitor Drug Incidenten (MDI) en het Letsel Informatie Systeem (LIS), Peiljaar 2020.

Aan NPS gerelateerde incidenten hadden in de afgelopen jaren vooral betrekking op 4-FA. In 2012 werden voor het eerst enkele 4-FA-incidenten geregistreerd, in het vrije invoerveld van de categorie “overige drugs”. Sinds 2015 is 4-FA als apart te coderen variabele opgenomen in de MDI. In 2020 was bij 11 meldingen van het totaal van 3.541 door de deelnemers geregistreerde drugsincidenten 4-FA betrokken (<1%). Bij 5 incidenten was 4-FA de enige gebruikte drug. De stof werd wegens ernstige gezondheidsverstoringen op 25 mei 2017 op lijst I van de Opiumwet geplaatst. Sindsdien is er een afname zichtbaar in het aantal door DIMS geteste 4-FA monsters (zie § 8.8), als ook in het aandeel drugsincidenten na gebruik van 4-FA. De gegevens over de gebruikte drugs zijn grotendeels afkomstig van zelfrapportage.

  • Op EHBO-posten steeg het aandeel incidenten na gebruik van 4-FA (als enige drug of in combinatie met andere drugs) van 2012 (< 1%) tot en met 2016 (15%). Na het verbod op 4-FA in mei 2017 daalde het aandeel incidenten met 4-FA van 17% in het eerste half jaar van 2017 naar 9% in het tweede half jaar. In 2018, 2019 en het eerste kwartaal van 2020 (voor ingang van de coronamaatregelen) zette deze trend door en kwam het aandeel incidenten op de EHBO’s van grootschalige evenementen dat samenhing met het gebruik van 4-FA (als enige drug of in combinatie met één of meerdere andere drugs) uit op 4%.
  • De overige diensten zien weinig incidenten gerelateerd aan 4-FA; in 2020 meldden ambulancediensten 5 incidenten (<1%) en LIS-ziekenhuizen 4 incidenten (<1%), waarbij (onder andere) 4-FA was gebruikt. MDI-ziekenhuizen en forensisch artsen meldden geen incidenten met 4-FA.
  • In 2020 bleven meldingen van ernstige incidenten met 4-FA uit.

Incidenten gerelateerd aan andere NPS worden veel minder vaak geregistreerd. Daarbij moet wel worden aangetekend dat het niet mogelijk is om zonder toxicologische analyses een goed beeld van deze incidenten te verkrijgen.

  • In 2020 registreerde de MDI incidenten gerelateerd aan de volgende overige NPS: 2C-B (14 keer in 2020; 30 in 2019; 30 in 2018), synthetische cannabinoïden (10 keer in 2020), etizolam (5 keer in 2020), PCP (4 keer in 2020), NBOMe (1 keer in 2020), PMMA (1 keer in 2020) en 2-Oxo-PCE (1 keer in 2020).

Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum

Het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) voorziet artsen en andere hulpverleners van informatie over de mogelijke gezondheidseffecten en behandeling van acute vergiftigingen ​[2]​. Er bestaat geen meldingsplicht voor acute vergiftigingen. Daarom is de daadwerkelijke omvang van het NPS-gebruik in Nederland dat resulteert in gezondheidsincidenten waarschijnlijk groter.

In 2021 ontving het NVIC 496 telefonische meldingen over NPS (32% van het totale aantal drugsmeldingen). Dat is een ruime verdubbeling ten opzichte van 2020 (212 telefonisch gemelde blootstellingen; 16% van het totaal). Deze stijging is met name te wijten aan de toename aan informatieverzoeken over synthetische cathinonen (van 84 in 2020 naar 213 in 2021) en designer en niet-geregistreerde benzodiazepines (van 65 in 2020 naar 167 in 2021). Dit komt overeen met signalen uit ander onderzoek dat het gebruik van synthetische cathinonen (met name 3-MMC) is toegenomen in Nederland (zie § 8.3 en § 8.8) en Europa (zie § 8.5). De toename van designer en niet-geregistreerde benzodiazepinen is ook in lijn met de trend die sinds de afgelopen jaren in heel Europa te zien is ​[3,4]​

  • Het NVIC ontving de meeste meldingen over het synthetische cathinon 3-MMC (162 blootstellingen), een ruime verdubbeling ten opzichte van 2020 (64 blootstellingen). Door de relatief korte werkingsduur worden tijdens een sessie vaak meerdere doses ingenomen. Dit vergroot de kans op een overdosis. De meeste patiënten hadden cardiovasculaire klachten (versnelde hartslag en verhoogde bloeddruk). Enkele keren had een patiënt last van een ernstig verhoogde bloeddruk en een hartinfarct. Vooralsnog zijn geen analytische bevestigde overlijdensgevallen met 3-MMC gemeld bij het NVIC. Zie ook § 8.7.3 voor meer informatie over ziekte en sterfte gerelateerd aan synthetische cathinonen.
  • Voor 2015 ontving het NVIC slechts incidenteel meldingen met designer en niet-geregistreerde benzodiazepinen. Tot 2020 schommelde het jaarlijkse aantal rond de 20 blootstellingen. Vanaf 2020 is het aantal vergiftigingen met designer en niet-geregistreerde benzodiazepinen fors gestegen (167 blootstellingen in 2021; zie onderstaande tabel). Dit is zorgelijk omdat de meeste patiënten (86%) matige tot ernstige symptomen ontwikkelden (zoals coma, vertraagde hartslag of ernstige ademhalingsdepressie), waarbij opname en behandeling in het ziekenhuis meestal noodzakelijk was. Zie ook § 8.7.5 voor meer informatie over ziekte en sterfte gerelateerd aan designer en niet-geregistreerde benzodiazepinen.
  • Het aantal informatie verzoeken aan 2C-B schommelt door de jaren heen en lijkt in 2021 te zijn gestabiliseerd (zie onderstaande tabel). Het aantal gemelde informatieverzoeken aan 4-FA is, na een daling, sinds 2020 gestabiliseerd (zie tabel). Dit komt overeen met signalen uit andere surveys en monitoren (zie § 8.3 en § 8.8). Naast de telefonische raadplegingen kunnen ook risicoanalyses via de website www.vergiftigingen.info uitgevoerd worden. Deze website is vrij toegankelijk. Vanaf 2020 is op deze website informatie beschikbaar over 2C-B en 4-FA. In 2021 zijn 33 risicoanalyses uitgevoerd voor 4-FA en 88 voor 2C-B. Daarmee staat 2C-B op plek 10 van de tien drugs met het hoogste aantal risicoanalyses.
  • Meldingen over synthetische tryptaminen fluctueerden de afgelopen jaren. Tussen 2020 en 2021 was er een toename in het aantal informatieverzoeken (zie tabel).
  • Voor synthetische cannabinoïden en overige NPS zijn het aantal informatieverzoeken continu laag (zie tabel). In 2021 werd geen blootstelling aan synthetische opioïden gemeld.

Tabel 8.6.2             Aantal telefonisch gemelde blootstellingen van personen van 13 jaar en ouder aan NPS.

NPS-intoxicaties in Europa

Het Euro-DEN Plus project verzamelt gegevens over drugsgerelateerde spoedgevallen van een netwerk van ziekenhuizen in Europa. Gegevens werden verzameld in 32 ziekenhuizen in 20 Europese landen (exclusief Nederland) over een periode van 4 jaar (2014-2017) ​[5]​. Nederland is in 2018 begonnen in 2 centra gegevens te verzamelen, maar de gegevens zijn nog niet gepubliceerd.

  • NPS maakten een kleiner deel uit (6,2%) van alle drugsgerelateerde spoedgevallen dan de klassieke illegale drugs (64,6%) en geneesmiddelen (26,5%).
  • Er was aanzienlijke geografische variatie: sommige centra meldden geen NPS-incidenten, terwijl in andere centra meer dan 20% van de incidenten te wijten waren aan NPS.
  • De meeste incidenten gebeurden in 2014-2015 met cathinonen en in 2016-2017 met synthetische cannabinoïden.
  • Synthetische cannabinoïden waren betrokken bij 727 incidenten (3,1% van alle incidenten) in slechts 13 centra (minder dan de helft van alle centra). Ter vergelijking: cannabis was betrokken bij 4153 incidenten (17% van alle incidenten) en werd in alle 31 Euro-DEN Plus centra aangetroffen.
  • NPS was betrokken bij 10 sterfgevallen (over de periode van 4 jaar) en de meest voorkomende NPS was mefedrone, die betrokken was bij 5 sterfgevallen.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Schürmann L, Croes E, Vercoulen E, Valkenberg H. Monitor drugsincidenten: Factsheet 2020. Utrecht: Trimbos-instituut; 2021.
  2. 2.
    Nugteren-van Lonkhuyzen JJ, Van Velzen AG, Mulder-Spijkerboer HN, Visser CC, Dijkman MA, De Lange DW, et al. Acute vergiftigingen bij mens en dier: NVIC Jaaroverzicht 2021: NVIC Rapport 01/2022. Utrecht: Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC), Divisie Vitale Functies, Universitair Medisch Centrum Utrecht; 2022.
  3. 3.
    EMCDDA. European Drug Report 2021: Trends and Developments. Luxembourg: Publications Office of the European Union; 2021.
  4. 4.
    EMCDDA. European Drug Report 2022: Trends and Developments. Lisbon: Publications Office of the European Union; 2022.
  5. 5.
    Monitoring Centre for Drugs E, Addiction D. Drug-related hospital emergency presentations in Europe: update from the Euro-DEN Plus expert network: Technical report. Luxembourg: Publications Office of the European Union; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.