HomeLachgas13.3.4 Lachgasgebruik onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen

13.3.4 Lachgasgebruik onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen

Hoeveel uitgaanders gebruiken lachgas?

In het kort: In 2023 had 15,0% van de uitgaande jongeren en jongvolwassenen (16-35 jaar) in het laatste jaar lachgas gebruikt. Het gebruik is daarmee gehalveerd ten opzichte van 2020 (35,2%). Degenen die gebruiken zijn tussen 2020 en 2023 echter wel meer lachgas per keer gaan gebruik. Onder uitgaanders behoren vooral mannen en uitgaanders met een opleidingsniveau op het basisonderwijs, vmbo, mavo of mbo-1 tot de gebruikersgroep. De meeste uitgaanders die lachgas gebruiken doen dat enkele keren per jaar.

Wat verstaan we onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen?

Deze pagina gaat over middelengebruik onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen (ook wel: ‘uitgaanders’). Het landelijk onderzoek waarvan de resultaten hier worden beschreven heeft als doelgroep 16- tot en met 35-jarigen die het afgelopen jaar minstens één keer een feest, festival, club of discotheek hebben bezocht ​[1]​. Belangrijk om te weten is dat dit niet alle uitgaande jongeren in Nederland omvat. Jongeren die bijvoorbeeld alleen naar een kroeg, keet of thuisfeestje gaan, vallen buiten deze groep en zijn dus niet meegenomen. Zie voor meer informatie: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina.

Ongeveer één op de zeven uitgaanders heeft in het laatste jaar lachgas gebruikt

In 2023 had 15,0% van de uitgaande jongeren en jongvolwassenen (16 t/m 35 jaar) in Nederland in het laatste jaar lachgas gebruikt. Iets meer dan de helft (51,2%) had ooit in het leven lachgas gebruikt. Lachgas stond daarmee op de achtste plaats wat betreft het percentage gebruikers in het laatste jaar. Het gebruik van lachgas in het laatste jaar is onder de uitgaanders hoger dan onder leeftijdsgenoten (15-34 jaar) in de algemene bevolking (4,0%) ​[1]​.

Uitgaande mannen en uitgaanders met een opleiding op het basisonderwijs, vmbo, mavo of mbo-1 zijn vaker gebruikers van lachgas

Meer uitgaande mannen (17,2%) dan vrouwen (12,8%) hebben in het laatste jaar lachgas gebruikt. Ook zijn er opleidingsverschillen: onder uitgaanders met een opleiding op het basisonderwijs, vmbo, mavo of mbo niveau 1 is het percentage gebruikers in het laatste jaar hoger dan onder uitgaanders met een hoger opleidingsniveau. Er zijn geen leeftijdsverschillen.

De meeste uitgaanders die lachgas gebruiken doen dat enkele keren per jaar

Van de uitgaande jongeren en jongvolwassenen die in het afgelopen jaar lachgas hebben gebruikt, doet de meerderheid dit incidenteel: 36,0% heeft één keer gebruikt en 56,7% minder dan maandelijks. Minder dan 1% gebruikt dagelijks.

Op een uitgaansdag gebruiken uitgaanders gemiddeld 4,9 ballonnen lachgas op een ‘gebruiksdag’. Dit is minder dan op niet-uitgaansdagen (10,3 ballonnen). Bij 5% van de gebruikers loopt dit op tot meer dan 15 ballonnen op een uitgaansdag en meer dan 26 op een niet-uitgaansdag. Lachgas wordt door de meerderheid van de gebruikers (54,2%) meestal uit tanks gebruikt, een kwart (24,7%) gebruikt meestal uit patronen.

Het gebruik van lachgas onder uitgaanders in 2023 gehalveerd sinds 2020

Het gebruik van lachgas in het laatste jaar is in 2023 (15,0%) gehalveerd ten opzichte van 2020 (35,2%). Het onderzoek in 2023 kon echter niet precies op dezelfde manier worden uitgevoerd als in 2020. Dit kan effect hebben gehad op de schattingen. Vooral bij kleine verschillen kunnen daarom alleen voorzichtige conclusies worden getrokken over een eventuele toe- of afname van het gebruik. Zie ook: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina.

Van de uitgaanders die nog wel lachgas gebruiken valt op dat het aantal ballonnen op een dag dat ze niet uitgaan maar wel lachgas gebruiken, is gestegen. In 2020 gebruikten zij op zo’n dag gemiddeld 5,4 ballonnen, in 2023 was dat gestegen naar 10,3 ballonnen. Er zijn dus minder gebruikers, maar zij die nog wel gebruiken zijn meer ballonnen per keer gaan gebruiken.

Het Grote Uitgaansonderzoek

Landelijke cijfers over middelengebruik onder jongeren en jongvolwassenen die uitgaan worden verzameld in Het Grote Uitgaansonderzoek (HGU)​ ​[1]​. In 2023​​ is in dit onderzoek het middelengebruik in kaart gebracht van 7.012 uitgaande jongeren en jongvolwassenen van 16-35 jaar die in het afgelopen jaar tenminste één keer een feest, festival, club of discotheek hebben bezocht (ook wel ‘uitgaanders’ genoemd). De gegevens werden van 19 mei tot en met 20 juni 2023 verzameld via een online vragenlijst. De representativiteit van de steekproef kan niet precies worden vastgesteld vanwege het ontbreken van een steekproefkader. Eerdere metingen vonden plaats in 2013, 2016 en 2020. Vanwege verschillen in de wervingsprocedure, steekproefverschillen en het ontbreken van een steekproefkader kunnen alleen voorzichtige conclusies getrokken worden over een eventuele toe- of afname van het gebruik van middelen in het uitgaansleven. Dat geldt vooral als verschillen tussen de jaren klein zijn.

Lokale/regionale onderzoeken onder uitgaanders

In Amsterdam, de Gooi en Vechtstreek en in Den Haag wordt ook onderzoek gedaan onder uitgaanders. Zie voor meer informatie:

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    R.J.J. Van Beek, K. Monshouwer, F. Schutten, W. Den Hollander, R. Andree, M. Van Laar. Het Grote Uitgaansonderzoek 2023: Uitgaanspatronen, middelengebruik, gezondheid en intentie tot stoppen of minderen onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen. Trimbos-instituut; 2024.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.