HomeLachgas13.3.4 Uitgaande jongeren en jongvolwassenen

13.3.4 Uitgaande jongeren en jongvolwassenen

Gegevensbronnen

De tabel op deze pagina vat de resultaten samen van uiteenlopende lokale en landelijke studies onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen. De cijfers zijn niet vergelijkbaar vanwege verschillen in leeftijdsgroepen en methoden van onderzoek. Bovendien zijn de responspercentages in onderzoeken onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen doorgaans laag (tussen 15% en 25%) en zijn zij ‘op locatie’ of online geworven in plaats van via een representatieve steekproef uit de bevolking, waardoor een vertekening van de resultaten kan optreden. De uitkomsten geven wel een indicatie van verschillen tussen groepen uitgaanders.

De situatie is in 2021 door de coronacrisis mogelijk veranderd. In § 13.1.2 beschrijven we bevindingen uit de meest recente onderzoeken sinds het begin van de coronacrisis in maart 2020.

Lachgas in het uitgaansleven

De onderzoeken naar het lachgasgebruik onder uitgaanders laten zien dat de prevalentie van het gebruik hoger ligt dan in de algemene bevolking. Voor sommigen is lachgas een secundair middel dat wordt gebruikt in combinatie met andere drugs, maar er zijn ook groepen waarin lachgas de primaire drug is. Het gebruik komt ook op verschillende locaties voor: in clubs, op festivals, thuis en buiten. In het Grote Uitgaansonderzoek 2020 blijkt dat het merendeel incidenteel gebruikt, in ieder geval niet vaker dan één keer per maand. Toch zijn er ook groepen waarin frequent en in grote hoeveelheden wordt gebruikt. Dit is met name zorgelijk omdat de risico’s van lachgasgebruik niet bij iedereen bekend zijn.

Uitgaanders in Nederland

In Het Grote Uitgaansonderzoek (HGU) 2020 ​[1]​ is het middelengebruik in kaart gebracht van 4.824 uitgaande jongeren en jongvolwassenen van 16-35 jaar die in het afgelopen jaar tenminste één keer een festival of club hebben bezocht. De gegevens werden tussen 28 april en 19 mei 2020 verzameld via een online vragenlijst. Om vertekening door de impact van de coronamaatregelen te voorkomen, werd aan de respondenten gevraagd naar hun middelengebruik in de periode vóór 13 maart 2020, de dag van het invoeren van de coronamaatregelen. De resultaten zijn niet rechtstreeks te vergelijken met die van de peilingen uit 2013 en 2016. De respondenten van deze onderzoeken vormen geen representatieve steekproef van alle uitgaande jongeren en jongvolwassenen (zie bijlage B2). Zie voor een uitgebreide beschrijving van de resultaten van HGU 2016 en 2013 het Jaarbericht van de Nationale Drug Monitor 2017 ​[2]​.

  • In HGU 2020 had meer dan de helft van de uitgaande jongeren en jongvolwassenen ooit wel eens lachgas gebruikt en een derde gebruikte lachgas in het afgelopen jaar (zie tabel hieronder).
  • Lachgas werd in deze groep uitgaanders door de helft van de laatste-jaar-gebruikers incidenteel gebruikt: 81,6% van alle laatste-jaar-gebruikers nam het 1 of een paar keer. Ook gebruikte 15,6% maandelijks of een paar keer per maand. Het overige (kleine) deel gebruikte wekelijks of vaker.
  • Lachgas wordt in deze steekproef zowel op feesten als thuis gebruikt. Op de vraag waar ze lachgas gebruiken, noemde 46,1% van de laatste-jaar-gebruikers een club of discotheek, 35,1% een festival, maar ook 40,2% gebruikte op een huisfeest en 39,6% thuis of bij vrienden thuis. Gebruik ‘buiten’ kwam in deze steekproef minder vaak voor (5,3%).
  • Aan de laatste-jaar-gebruikers werd ook gevraagd hoe veel ballonnen met lachgas ze meestal op een gebruiksdag nemen. Dit is apart uitgevraagd voor een uitgaansdag en een dag waarop niet wordt uitgegaan. Gemiddeld gebruikten zij 5 ballonnen op een niet-uitgaansavond en 4 op een uitgaansavond.

In HGU 2020 is respondenten ook gevraagd of zij zelf vinden dat zij te vaak of teveel lachgas gebruiken en of zij zouden willen minderen of stoppen met het gebruik van lachgas. Er is niet gevraagd in welke tijdsperiode de respondenten dit zouden willen doen.

  • Ongeveer 1 op de 10 lachgasgebruikers (10,5%) vindt dat zij zelf te veel of te vaak gebruiken.
  • Het percentage gebruikers dat wilt stoppen of minderen ligt hoger. Het aandeel gebruikers dat wil stoppen (32,6%) ligt hoger dat het aandeel dat wel zou willen minderen (23,4%). Meer frequente dan niet-frequente gebruikers zouden willen minderen (30,0% versus 21,6%). 
  • Voor stoppen lag het juist andersom: 25,7% van de frequente gebruikers zou willen stoppen, tegenover 34,2% van de niet-frequente gebruikers. De drempel om te stoppen lijkt voor frequente gebruikers dus hoger.

Verdiepend onderzoek naar lachgasgebruikers in 2017

Een jaar na Het Grote Uitgaansonderzoek uit 2016 is een vervolgstudie onder de laatste-jaar-gebruikers van lachgas uit HGU 2016 uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in gebruikspatronen van lachgas onder deze specifieke groep ​[3]​. Zie voor een uitgebreide beschrijving van deze resultaten het Jaarbericht van de Nationale Drug Monitor 2018 ​​[4]​ of bekijk het rapport.

Uitgaanders in Amsterdam en Gooi & Vechtstreek

De Antenne-monitor volgt het middelengebruik onder uitgaande jongeren in Amsterdam en in de Gooi en Vechtstreek middels vragenlijsten onder wisselende groepen jongeren en jongvolwassenen.

  • In 2017 werd een enquête gehouden onder bezoekers van clubs en festivals. Het percentage laatste-jaar-gebruikers van lachgas daalde tussen 1998 en 2008, maar vervijfvoudigde naar 57% in 2013. Van de club-en festivalbezoekers in 2017 had 71% ooit lachgas gebruikt, gemiddeld voor het eerst op hun 21e jaar. Ruim de helft (52%) gebruikte het laatste jaar lachgas en 22% in de laatste maand (zie tabel hieronder) ​[5]​.
  • De enquête uit 2018 laat zien dat lachgas ook onder bezoekers van cafés veel wordt gebruikt: meer dan de helft (54,3% in de Gooi- en Vechtstreek en 62,4% in Amsterdam) heeft ervaring met het middel. Ongeveer 1 op de 8 cafébezoekers gebruikte lachgas in de afgelopen maand ​[6,7]​.
  • In Amsterdam nam het percentage cafébezoekers dat ervaring had met lachgas toe van 46,1% in 2014 naar 62,4% in 2018, maar het laatste-jaar-gebruik en laatste-maand-gebruik bleef in deze periode stabiel.
  • Ook in dit onderzoek werd gezien dat lachgas gebruikt werd in uiteenlopende groepen wat betreft geslacht, leeftijd, herkomst, woonplaats en opleidingsniveau. Wel was het gebruik in het laatste jaar hoger onder personen jonger dan 20 jaar en onder 20-24 jarigen dan onder andere leeftijdsgroepen en werd lachgas vaker door studerende dan door werkende cafébezoekers gebruikt.

In de Antenne-monitor Amsterdam van 2019 zijn ook kwalitatieve gegevens van sleutelfiguren uit het Amsterdamse uitgaansleven verzameld ​[8]​.

  • Sleutelfiguren uit het uitgaansleven zeggen dat lachgas met name nog populair is in het urbanmilieu, en vooral bij jonge groepen (met weinig drugservaring) die lachgas niet als een echte drug zien.  In het dancemilieu wordt lachgas vooral als een secundair middel gebruikt en vaak in combinatie met andere drugs ​[5]​.
  • Sinds een paar jaar worden de losse lachgaspatronen vaker vervangen door grote lachgastanks. Dit leidt soms tot een hogere dosering (meer lachgasballonnen per sessie) en frequentie van gebruik.

Uitgaanders in Den Haag

In het Haags Uitgaansonderzoek 2019, een uitgaansonderzoek van GGD Haaglanden, is het middelengebruik van 519 uitgaande jongeren en jongvolwassenen van 15-35 jaar op vier Haagse uitgaanslocaties in kaart gebracht ​[9]​. De studie werd ook in 2017 en 2015 ​[10]​ uitgevoerd, en combineert eveneens een vragenlijst en panelinterviews met sleutelfiguren uit het Haagse uitgaansleven.

  • In 2019 had tweederde (66%) van de bezoekers van Haagse uitgaanslocaties ooit lachgas gebruikt, in 2017 was dit 56%. 43% gebruikte in het afgelopen jaar en 16% in de afgelopen maand. Het gebruik van lachgas was het hoogst onder de jonge uitgaanders (jonger dan 25 jaar).
  • Het gebruik van lachgas varieert sterk tussen de onderzochte netwerken, in sommige uitgaansnetwerken wordt het nauwelijks gebruikt terwijl in een ander netwerk 60% wekelijks gebruikt.
  • Over het algemeen signaleren de panelleden een toename in gebruik. Lachgas is zichtbaar, en mensen hebben het ‘gewoon’ thuis liggen. 
  • Voor de meeste uitgaanders ligt de dosering tussen 1 en 6 ballonnen op een avond, op een festival beperkt het gebruik zich en is het ‘leuk tussendoor’, maar thuis kan het aantal ballonnen hoger oplopen.
  • In de netwerken in Den Haag e.o. werd lachgas door jongeren vooral gezien ‘als een grappige toevoeging’, doordat het goedkoop en kortdurend is.

Tabel 13.3.5 Percentage lachgasgebruikers onder verschillende groepen uitgaanders

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Monshouwer K, Van Miltenburg CJA, Van Beek RJJ, Den Hollander W, Schouten F, Blankers M, et al. Het Grote Uitgaansonderzoek 2020: Uitgaanspatronen, middelengebruik, gezondheid en intentie tot stoppen of minderen onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen. Utrecht: Trimbos-instituut; 2021.
  2. 2.
    Van Laar MW, Van Gestel B. Nationale Drug Monitor: Jaarbericht 2017. Utrecht/Den Haag: Trimbos-instituut/WODC; 2017.
  3. 3.
    Nabben T, Van der Pol P, Korf DJ. Roes met een luchtje. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2017.
  4. 4.
    Van Laar MW, Van Gestel B. Nationale Drug Monitor: Jaarbericht 2018. Utrecht/Den Haag: Trimbos-instituut/WODC; 2019.
  5. 5.
    Nabben T, Luijk SJ, Korf DJ. Antenne 2017: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2018.
  6. 6.
    Korf DJ, Nabben T, Benschop A. Antenne 2018: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2019.
  7. 7.
    Korf DJ, Benschop A, Nabben T. Antenne Gooi en Vechtstreek 2018. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam/Jellinek.; 2019.
  8. 8.
    Nabben T, Benschop A. Antenne 2019: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2020.
  9. 9.
    Van Dijk A, Van der Meer R, Gerrits N, Hastan P, Bloema F, Kronenburg L. HUO 2019/2020: Een onderzoek naar uitgaansgedrag van jongeren uit Den Haag. Den Haag: GGD Haaglanden, Productgroep Epidemiologie en Gezondheidsbevordering, Afdeling Epidemiologie; 2020.
  10. 10.
    Van Dijk A, Keetman M, Hastan P, Bloema F, Kronenburg L, Mohabir A. HUO 2018: Een onderzoek naar uitgaansgedrag van jongeren uit Den Haag en omstreken. Den Haag: GGD Haaglanden, Productgroep Epidemiologie en Gezondheidsbevordering, Afdeling Epidemiologie; 2018.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.