HomeAlcohol11.3.3 Gebruikspatronen en wijze van verkrijgen

11.3.3 Gebruikspatronen en wijze van verkrijgen

Binge drinken

Binge drinken wordt gedefinieerd als het drinken van vijf of meer glazen alcohol bij één gelegenheid. Binge drinken is geassocieerd met tal van medische aandoeningen en vergroot het risico op ongevallen, onafhankelijk van de totale dagelijkse alcoholconsumptie ​[1,2]​. Het verder terugdringen van binge drinken onder jongeren is één van de pijlers uit het NPA. De kernindicator voor deze doelstelling is het binge drinken onder jongeren die in de afgelopen maand alcohol hebben gedronken.

  • Het percentage scholieren van 12-16 jaar dat in de afgelopen maand minimaal één keer was gaan binge drinken daalde van 36,5% in 2003 naar 18,5% in 2019 ​[3]​. De daling vond vooral plaats tussen 2003 en 2015, sinds 2015 is het binge drinken in de afgelopen maand onder jongeren gestabiliseerd ​[3]​.
  • Onder de jongeren die in de afgelopen maand hadden gedronken steeg het aandeel binge-drinkers geleidelijk tussen 2003 (64,1%) en 2019 (70,6%). Deze stijging vond voornamelijk plaats onder meisjes.
  • Binge drinken in de afgelopen maand kwam onder jongens (18,1%) en meisjes (19%) van 12-16 jaar even vaak voor ​[3]​. Wel zijn meer meisjes (30,0%) ooit in hun leven dronken geweest dan jongens (27,9%).
  • Het percentage binge drinken onder jongeren in de afgelopen maand neemt toe met de leeftijd, met een relatief grote sprong tussen 13 (4,6%) en 14 jaar (18,2%). Binge drinken in de afgelopen maand kwam onder 42,1% van de 16-jarigen voor ​[3]​.
  • Van de scholieren van 12-16 jaar die in de afgelopen maand alcohol hadden gedronken nam in 2019 18,6% meer dan 10 glazen in het weekend. Er is geen verschil in aandeel onder drinkende jongens (19,6%) en drinkende meisjes (17,5%) ​[3]​
  • Het percentage binge drinken onder jongeren daalde op alle schoolniveaus significant tussen 2003 en 2015, maar de verschillen tussen de schoolniveaus blijven groot. Op het VWO daalde het percentage leerlingen in leerjaar 1 tot en met 4 dat afgelopen maand wel eens was gaan binge drinken van 27% in 2003 naar 6% in 2015; op het VMBO-b daalde het percentage binge-drinkers in de afgelopen maand van 49% in 2003 naar 25% in 2015, ongeveer gelijk aan het niveau dat de VWO-scholieren hadden in 2003 ​[4]​. Er zijn geen vergelijkbare analyses over 2017 en 2019.

Alcoholvrij

In 2019 zijn voor het eerst vragen opgenomen in het Peilstationsonderzoek  over het gebruik van alcoholvrije dranken ​[3]​.

  • In groep 7 en 8 van het basisonderwijs geven twee op de vijf leerlingen (39%) aan wel eens een alcoholvrij drankje te hebben gedronken, waarvan bijna één op de vijf (16%) dit vaker dan één keer heeft gedaan. Jongens in groep 7 en 8 (22,9%) hebben vaker meer dan eens een alcoholvrij drankje gedronken dan meisjes (9,8%).
  • Bijna één op de tien (9%) scholieren van 12 t/m 16 jaar drinkt tenminste wekelijks alcoholvrije dranken, jongens vaker (12%) dan meisjes (7%). De alcoholgebruikers van 12 t/m 16 jaar drinken vaker alcoholvrije dranken (16%) dan jongeren die in de afgelopen maand geen alcohol hebben gedronken (7%).

Wijze van verkrijgen

Naast de gegevens uit het Peilstationsonderzoek ​[3]​ zijn ook aanvullende gegevens over de verkrijgbaarheid van alcoholhoudende dranken onder minderjarige jongeren uit een onderzoek van onderzoeks- en adviesbureau Breuer&Intraval beschikbaar ​[5]​. Dit bureau heeft, in opdracht van het ministerie van VWS, een landelijke, representatieve inventarisatie uitgevoerd onder jongeren in de leeftijdsgroepen 14/15 jaar en 16/17 jaar naar de verkrijgbaarheid van alcoholhoudende dranken.

  • Voor minderjarigen is de sociale omgeving de belangrijkste bron om aan alcohol te komen, een minderheid koopt meestal zelf alcohol (6%) ​[3]​. De sociale omgeving als belangrijkste bron om aan alcohol te komen bleek ook uit het HBSC-onderzoek 2017 onder scholieren van het Voortgezet Onderwijs ​[6]​.
  • Van de scholieren van 12 t/m 16 jaar die drinken zegt 38% alcohol meestal van vrienden te krijgen, 24% ontvangt het meestal van ouders, 5% van broer of zus en 7% van anderen (tabel 11.3.4). Het aandeel drinkende jongeren dat alcohol door anderen laat kopen is 16%.
  • Het percentage scholieren dat alcohol meestal van vrienden ontvangt is gestegen ten opzichte van 2015 (33%) ​[3]​.
  • Van de jongeren van 12-16 jaar die in de afgelopen maand alcohol hebben gedronken, zegt 6% het meestal zelf te kopen (tabel 11.3.4). Dit percentage stijgt met de leeftijd van 1% onder de 12-13-jarigen naar 9% onder de 16-jarigen. In 2015 kocht nog 10% van de scholieren zelf alcohol ​[3]​.
  • Van de scholieren die drinken koopt ruim één op de tien scholieren ten minste maandelijks zelf alcohol in de discotheek of club, ruim één op de tien in een café of bar en bijna één op de tien in de supermarkt. In 2019 is voor het eerst gevraagd naar het aankopen van alcohol via een bezorgdienst (bijv. een pizzakoerier, supermarkt bezorgservice of andere bezorgservice); 2% van de scholieren kocht op deze manier ten minste maandelijks alcohol.
  • De resultaten uit het Peilstationsonderzoek komen grotendeels overeen met het representatief verkrijgbaarheidsonderzoek uitgevoerd onder jongeren van 14 tot en met 17 jaar in 2019 ​[5]​. Daaruit bleek dat 97% van de jongeren wel eens alcohol krijgt via sociale bronnen zoals ouders, vrienden, broers of zussen, en dat een kleiner aandeel van 19% zelf wel eens alcohol koopt via commerciële bronnen zoals horecagelegenheden, sportkantines en supermarkten.
  • Het verkrijgbaarheidsonderzoek liet zien dat het kopen van alcohol via thuisbezorgdkanalen nauwelijks voorkomt in de leeftijd van 14 tot en met 17 jaar ​[5]​.
  • Het verkrijgbaarheidsonderzoek liet ook zien dat 46% van de jongeren wel eens alcohol krijgt aangeboden via sociale bronnen zonder daarom te vragen, in de meeste gevallen van vrienden ​[5]​.

Tabel 11.3.4         Wijze van verkrijgen van alcohol door scholieren van 12-16 jaar die in de afgelopen maand
alcohol hebben gedronken, naar leeftijdsgroep, geslacht en totaal. Peiljaar 2019

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Petit G, Kornreich C, Dan B, Verbanck P, Campanella S. Electrophysiological correlates of alcohol- and non-alcohol-related stimuli processing in binge drinkers: a follow-up study. Vol. 28, J Psychopharmacol. 2014. p. 1041–1052.
  2. 2.
    Roerecke M, Rehm J. Irregular heavy drinking occasions and risk of ischemic heart disease: a systematic review and meta-analysis. Vol. 171, Am J Epidemiol. 2010. p. 633–644.
  3. 3.
    Rombouts M, Van Dorsselaer S, Scheffers-van Schayck T, Tuithof M, Kleinjan M, Monshouwer K. Jeugd en riskant gedrag 2019: Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  4. 4.
    Tuithof M, Van Dorsselaer S, Monshouwer K. Veranderingen in middelengebruik onder Nederlandse scholieren: samenhang met schoolniveau. Utrecht: Trimbos-instituut; 2017.
  5. 5.
    Kruize A, Schoonbeek I, Pieper R. Verkrijgbaarheidsonderzoek alcohol door minderjarigen 2019. Groningen-Rotterdam: Breuer&Intraval; 2020.
  6. 6.
    Stevens G, Van Dorsselaer S, Boer M, de Roos S, Duinhof E, ter Bogt T, et al. HBSC 2017: Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht, Trimbos-Insituut en SCP i.s.m. RIVM; 2018.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype