HomeAlcohol11.3.7 Kwetsbare groepen

11.3.7 Kwetsbare groepen

In het kort: Er zijn geen duidelijke verschillen in alcoholgebruik tussen jongeren uit kwetsbare groepen en jongeren uit het regulier onderwijs. Alleen het ooitgebruik van alcohol ligt in de residentiële jeugdzorg (RJZ) beduidend hoger. Het alcoholgebruik in kwetsbare groepen lijkt in 2019 over het algemeen gedaald te zijn vergeleken met 2008. In de Amsterdamse jeugdzorg zijn geen signalen van een afname, maar dit kan te maken hebben met verschillen in de leeftijdsgroep tussen de steekproeven in 2012 en 2019.

Snel naar:

Binnen de groep jongeren zijn bepaalde groepen extra kwetsbaar. Jongeren met leer- of opvoedingsproblemen en jongeren in de jeugdzorg hebben vaak een combinatie van risicofactoren voor middelengebruik, waaronder ernstige gedragsproblemen, emotionele stoornissen, leerproblemen en een kwetsbare familieachtergrond, zoals een gebroken gezin of (een geschiedenis van) huiselijk geweld en misbruik.

In 2019 is in een landelijk onderzoek (EXPLORE) het middelengebruik gemeten onder jongeren van het praktijkonderwijs (PrO) en in het cluster 4 van het speciaal voorgezet onderwijs (REC-4, leerlingen met psychische stoornissen en/of gedragsproblemen) ​[3]​. Jongeren van het cluster 3 (REC-3, leerlingen met een licht verstandelijke beperking) zijn voor het eerst ook onderzocht. In 2019 hebben 34 scholen van het praktijkonderwijs (1.118 leerlingen) en 34 cluster 4-scholen (1.032 leerlingen) deelgenomen. Aan het onderzoek in cluster-3 namen 21 scholen deel (266 leerlingen). De cijfers zijn vergeleken met die van een steekproef van jongeren van het VMBO basis- en kaderberoepsgerichte leerweg (VMBO-b). De gegevens van het VMBO-b zijn afkomstig uit de Peilstationsonderzoeken uit 2007 en 2019 ​[4]. Voor een trendanalyse zijn de cijfers vergeleken met die uit het eerdere EXPLORE-onderzoek uit 2008 (tabel 3.3.6) ​[5]​.

In het landelijk EXPLORE onderzoek zijn in 2020 ook gegevens over het alcoholgebruik onder jongeren in de residentiële jeugdzorg (RJZ) verzameld ​[6]​. In 2008 is voor het eerst landelijk onderzoek gedaan naar middelengebruik onder deze doelgroep. Gegevens over jongeren in de justitiële jeugdinrichtingen (JJI) zullen in 2022 beschikbaar komen. Het middelengebruik is in kaart gebracht middels een vragenlijst onder 357 jongeren (12-17 jaar) uit 17 jeugdzorginstellingen. De vragenlijst is afgenomen in de periode oktober tot en met december 2020. Daarnaast is de preventie en het beleid rondom middelen in de RJZ onderzocht middels online vragenlijsten en interviews onder medewerkers en middels een focusgroep onder jongeren uit 21 jeugdzorginstellingen. Deze dataverzameling vond plaats in het najaar van 2019.

Daarnaast is in 2019 en 2021 de Antenne Regiomonitor uitgevoerd ​[1,2]​. Deze monitor beoogt op kwalitatieve wijze zicht te krijgen op het gebruik onder groepen kwetsbare jongeren uit verschillende regio’s in Nederland. Dit gebeurt op basis van interviews met jongeren- en preventiewerkers die zicht hebben op verschillende (35 in 2021) jongerengroepen verspreid over het land. Begin 2021 werden via een kwalitatieve studie jongeren- en preventiewerkers ondervraagd over hun indruk van het middelengebruik van in totaal 35 groepen jongeren uit 10 provincies, waar deze professionals direct mee in contact staan ​[1]​. Deze groepen zijn niet representatief voor alle jongerengroepen in de regio. Van de 35 groepen jongeren kwamen er 23 uit een grotere of kleinere stad en kwamen er 12 uit een dorp. Het aantal jongeren per groep varieerde van 8 tot 90 personen, met gemiddeld 20 personen. In totaal hadden de professionals zicht op ongeveer 850 jongeren tussen 11 en 27 jaar, met een gemiddelde leeftijd van 18 jaar. Daarnaast zijn er vanuit de Antenne-monitor uit 2019 specifiek gegevens beschikbaar over alcoholgebruik onder jongeren in de (brede) jeugdzorg in Amsterdam en de Gooi en Vechtstreek. De ondervraagde jongeren waren merendeels 16-19 jaar oud (87%), de rest was 15 of tussen de 20 en 28 jaar. De steekproeven zijn relatief klein met 118 jongeren in Amsterdam ​[7]​ en 23 jongeren in de Gooi en Vechtstreek ​[8]​.

De tabel onderaan de pagina geeft een samenvatting van de resultaten uit uiteenlopende studies naar het ecstasygebruik in verschillende groepen kwetsbare jongeren. In het landelijke EXPLORE onderzoek zijn jongeren uit het praktijk- en het speciaal onderwijs geïncludeerd, en jongeren in de residentiële jeugdzorg. Ook zijn er enkele lokale en regionale studies uitgevoerd. De cijfers zijn onderling niet altijd vergelijkbaar vanwege verschillen in leeftijdsgroepen en methoden van onderzoek.

Scholieren van het praktijkonderwijs, cluster 4 en cluster 3

In 2019 is in een landelijk onderzoek (EXPLORE) het middelengebruik gemeten onder jongeren van het praktijkonderwijs (PrO) en in het cluster 4 van het speciaal voorgezet onderwijs (REC-4, leerlingen met psychische stoornissen en/of gedragsproblemen) ​[3]​. Jongeren van het cluster 3 (REC-3, leerlingen met een licht verstandelijke beperking) zijn voor het eerst ook onderzocht.

  • Van de scholieren van 12 tot en met 16 jaar in cluster 4 heeft bijna de helft (46%) ooit alcohol gedronken en een kwart (24%) in de afgelopen maand. Dit is hoger dan in het praktijkonderwijs (respectievelijk 30% en 17%) en vergelijkbaar met het VMBO-b (respectievelijk 50% en 29%).
  • Van de scholieren in cluster 3 heeft 46% ooit alcohol gedronken en 13% in de afgelopen maand. De vergelijking met andere onderwijstypen is niet getoetst op significantie wegens verschillen in de vragenlijsten en samenstelling van de steekproeven.
  • Onder jongens in het praktijkonderwijs is het ooitgebruik, laatste-maand gebruik en het binge drinken significant hoger dan onder meisjes.
  • In alle onderwijstypen is het ooitgebruik onder jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond het laagst.
  • Bijna één op de vijf cluster 4-leerlingen (19%) heeft in de afgelopen maand weleens 5 glazen of meer gedronken bij één gelegenheid (binge drinken). Dit percentage ligt iets lager in het praktijkonderwijs (15%) en wat hoger in het VMBO-b (23%), maar deze verschillen zijn niet significant.
  • Voor alle onderwijstypen geldt dat ouders de belangrijkste bron voor alcohol zijn: ongeveer een derde zegt alcohol meestal van ouders te krijgen.

In de periode 2007-2019 is het ooitgebruik, laatste-maand-gebruik en het binge drinken sterk gedaald in zowel het praktijkonderwijs als cluster 4. 

  • De daling in het binge drinken lijkt sterker in het praktijkonderwijs en cluster 4 dan in het VMBO-b. Verder zijn de dalingen vergelijkbaar.
  • Onder scholieren in cluster 4 is met name de daling in laatste-maand-gebruik het sterkst onder meisjes.

Jongeren in de (residentiële) jeugdzorg

In het landelijk EXPLORE onderzoek zijn in 2020 ook gegevens over het alcoholgebruik onder jongeren in de residentiële jeugdzorg (RJZ) verzameld ​[6]​.

Jongeren verblijvend in de RJZ lijken even vaak alcohol te drinken in de afgelopen maand als jongeren in het regulier onderwijs, maar hebben wel vaker ooit alcohol gedronken. Meisjes verblijvend in de RJZ hebben vaker ooit alcohol gedronken dan jongens.

  • Onder jongeren in de RJZ heeft 83% ooit alcohol gedronken, 44% in afgelopen maand en 30% heeft in de afgelopen maand ten minste één keer vijf of meer glazen tijdens één gelegenheid gedronken (binge drinken).
  • Meisjes (77%) hebben vaker ooit alcohol gedronken dan jongens (66%). In het praktijkonderwijs is het alcoholgebruik onder jongens juist hoger ​[3]​ en in het voortgezet onderwijs is er geen verschil tussen jongens en meisjes ​[4]​.
  • Jongeren die in de afgelopen maand alcohol hebben gedronken, dronken gemiddeld 6,7 glazen op een weekenddag (vrijdag, zaterdag, zondag) en 2,6 glazen op een doordeweekse dag.
  • Er zijn geen grote verschillen in laatste-maand-alcoholgebruik en binge drinken tussen 12-15-jarige jongeren in de RJZ en in het regulier onderwijs ​[6]​. Het ooitgebruik van alcohol ligt in de RJZ wel hoger (72% versus 42%).
  • De belangrijkste manieren om aan alcohol te komen in de RJZ zijn het zelf kopen (36%), door anderen laten kopen (25%) of van vrienden buiten de groep krijgen (28%). Een minderheid ontvangt het van de ouders (7%) in tegenstelling tot het voortgezet onderwijs, praktijkonderwijs en cluster-4 onderwijs, waar ouders één van de belangrijkste bronnen van alcohol vormen ​[3,4]​.
  • De redenen om alcohol te gebruiken zijn ook uitgevraagd. De belangrijkste redenen waren: omdat het gezellig is, omdat het gevoel lekker is en omdat de smaak lekker is.
  • Van de jongeren die in de afgelopen maand alcohol hebben gedronken gaf 23% aan meer te zijn gaan drinken door de coronapandemie, 37% evenveel te zijn blijven drinken en 24% te zijn geminderd.

In de periode 2008-2020 is het alcoholgebruik gedaald onder jongeren in de RJZ.

  • Jongeren in de RJZ hebben in 2020 minder vaak alcohol gedronken in de afgelopen maand dan in 2008. Onder 12-15-jarigen daalde het laatste-maand-gebruik van 57% naar 26%, onder 16- en 17-jarigen daalde het van 72% naar 49%.
  • Ook het binge drinken in de afgelopen maand is in 2020 lager dan in het EXPLORE onderzoek in 2008: zowel onder 12-15-jarigen (15% versus 47%) als onder 16- en 17-jarigen (35% versus 60%).

Daarnaast zijn er vanuit de Antenne-monitor uit 2019 specifiek gegevens beschikbaar over alcoholgebruik onder jongeren in de (brede) jeugdzorg in Amsterdam en de Gooi en Vechtstreek.

Jongeren in de Amsterdamse jeugdzorg lijken minder alcohol te gebruiken in de laatste maand dan scholieren op het MBO, HAVO en VWO. Een kwart van de jongeren vertoont problematisch of riskant drinkgedrag ​[7,8]​.

  • De  meeste jongeren in jeugdzorg in Amsterdam (79,7%) en de Gooi en Vechtstreek (82,6%) hebben weleens alcohol gedronken ​[7,8]​. Ongeveer de helft heeft in de laatste maand gedronken (48,3%) ​[7]​.
  • Er waren geen dagelijkse drinkers in de steekproef onder jongeren binnen de jeugdzorg in Amsterdam en de Gooi en Vechtstreek; drinken wordt geassocieerd met weekenden en feestdagen. Op doordeweekse dagen drinkt ruim de helft van de laatste-maand-gebruikers niet, op weekenddagen drinken de meesten wel.
  • Het drinkpatroon verschilt tussen doordeweekse dagen en weekenddagen. Als er doordeweeks wordt gedronken, blijft dit gemiddeld beperkt tot 1 glas. Op weekenddagen is het gemiddelde aantal geconsumeerde glazen 4.
  • Onder Amsterdamse jongeren in jeugdzorg zijn mixdrankjes (bijv: rum-cola, gin-tonic, kant-en-klare mixdranken) het populairst (gedronken door 70% van laatste-maand-gebruikers), gevolgd door sterke drank of likeur (63%), shotjes (54%), wijn of cider (51%) en bier (44%). Alcohol wordt het vaakst in uitgaansgelegenheden of bij anderen thuis gedronken.
  • Jongeren van 18 jaar en ouder (62%) binnen de Amsterdamse jeugdzorg hebben vaker in de afgelopen maand alcohol gedronken dan jongeren van 16 (44%) of 17 (34%) jaar oud. Jongeren met een westerse achtergrond (54%) lijken vaker alcohol te hebben gedronken in de afgelopen maand dan jongeren met een niet-westerse achtergrond (42%), maar dit verschil is niet significant bevonden.
  • Ongeveer een kwart (24%) van de jongeren in de Amsterdamse jeugdzorg vertoont riskant gedrag door te veel of te vaak te drinken, te drinken onder schooltijd, weg te blijven van school wegens drankgebruik, extreem dronken te worden of te drinken om problemen te vergeten. Er zijn nauwelijks verschillen in geslacht, leeftijd, afkomst en vormen van jeugdzorg tussen jongeren die problematisch drinken en jongeren die niet-problematisch drinken.
  • Vergeleken met eerdere vergelijkbare onderzoeken in Amsterdam uit 2016 lijken jongeren in de Amsterdamse jeugdzorg (48%) minder alcohol te gebruiken in de laatste maand dan scholieren op het MBO (65%), HAVO en VWO (60%). Verschillen zijn niet statistisch getoetst wegens verschillen in de steekproeven.

Kwetsbare jongeren in de regio

De Antenne-monitor Nederland onderzoekt het middelengebruik op kwalitatieve en indirecte wijze onder groepen van kwetsbare jongeren in diverse regio’s van Nederland ​[1,2]​. Deze monitor probeert zicht te krijgen op groepen jongeren waarin sprake is van problematisch drugsgebruik, meervoudige problematiek in de directe, institutionele of sociale omgeving, of het veroorzaken van overlast.

  • Volgens de professionals werd in iedere groep alcohol gebruikt, in tweederde van de groepen gebruikte de overgrote meerderheid of iedereen binnen de groep alcohol.
  • In jongerengroepen die in dorpen wonen, vaak bestaande uit jongeren zonder migratieachtergrond, heerst een drinkcultuur en zij beginnen soms al op heel jonge leeftijd te drinken. Jongerengroepen die in steden wonen bestaan voor een groter deel uit jongeren met een (niet-)westerse migratieachtergrond en hierin wordt minder vaak gedronken en minder glazen per keer, zo observeren de jongerenwerkers. Zij observeren ook een negatiever imago van alcohol onder jongeren met een Marokkaanse migratieachtergrond, dan onder jongeren met een Turkse of Surinaamse migratieachtergrond.
  • In sommige jongerengroepen, voornamelijk in de dorpen, zijn ouders een bron van alcohol.
  • Niet alle jongerenwerkers hebben zicht op de hoeveelheid die gedronken wordt. Onder professionals zijn wel zorgen over het excessief alcoholgebruik in sommige groepen en de daarmee gepaard gaande gezondheidsrisico’s of het risico op rijden onder invloed.
  • Volgens de professionals wordt alcohol in tweederde van de groepen gecombineerd met cannabis, daarna volgen de combinaties met lachgas (een kwart van de groepen) en met ecstasy (een kwart van de groepen) in populariteit. Combinaties met 3-MMC en cocaïne komen ook voor, voornamelijk om ‘op de been te blijven.’
  • Een deel van de professionals ziet veranderingen in het alcoholgebruik door de coronacrisis. Het gaat dan voornamelijk om een toename in gebruik, mogelijk als gevolg van meer vrije tijd. Ze zien ook een verplaatsing van de setting waarin wordt gedronken en een afname van combinaties met stimulerende middelen (cocaïne en speed), mogelijk door het ontbreken van uitgaansgelegenheden.

Tabel 11.3.7          Laatste-maand-gebruik van alcohol in kwetsbare groepen

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Nabben T, Boekholt M, Benschop A. Antenne Nederland: Regiomonitor drugs en risicojongeren 2020-2021. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam; 2021.
  2. 2.
    Nabben T. Antenne Nederland: Regiomonitor drugs en risicojongeren 2019. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam; 2020.
  3. 3.
    Rombouts M, Scheffers-van Schayck T, Van Dorsselaer S, Kleinjan M, Onrust S, Monshouwer K. Het gebruik van tabak, alcohol, cannabis en andere middelen in het praktijkonderwijs en cluster 4-onderwijs: Resultaten van het EXPLORE-onderzoek 2019. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  4. 4.
    Rombouts M, Van Dorsselaer S, Scheffers-van Schayck T, Tuithof M, Kleinjan M, Monshouwer K. Jeugd en riskant gedrag 2019: Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  5. 5.
    Kepper A, Van Dorsselaer S, Monshouwer K, Vollebergh W. Experimenteel en problematisch genotmiddelengebruik door jongeren in het Speciaal Onderwijs en de Residentiële Jeugdzorg: Resultaten meting oktober – december 2008. Utrecht: Trimbos-instituut; 2009.
  6. 6.
    Möhle M, van Gelder N, Rombouts M, Schayck TS, Monshouwer K. Preventie en gebruik van alcohol, tabak, cannabis en andere middelen in de residentiële jeugdzorg: Kerngegevens uit het EXPLORE-onderzoek. Trimbos-insituut; 2021.
  7. 7.
    Nabben T, Benschop A. Antenne 2019: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2020.
  8. 8.
    Benschop A, Nabben T. Antenne Gooi en Vechtstreek 2019: Zicht op middelengebruik onder jonge mensen in de regio. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam/Jellinek; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.