HomeAlcohol11.3.4 Opvattingen en rol van ouders

11.3.4 Opvattingen en rol van ouders

Ouders hebben een belangrijke rol in de ontwikkeling van het alcoholgedrag van hun kinderen, waarbij vooral het hanteren van normen en het stellen van regels (geen alcohol drinken) beginnend alcoholgebruik uit kan stellen en de kans op problematisch drinken verlaagt. Jongeren drinken minder vaak als zij een groter besef hebben van de schadelijkheid van drinken, als ouders strenge regels hanteren over alcoholgebruik en er veel toezicht en veel steun van ouders wordt ervaren ​[1]​.

De laatste gegevens over de opvattingen en het opvoedgedrag van de ouders zelf met betrekking tot risicogedrag van jongere zijn afkomstig van de oudermodule van het Peilstationsonderzoek 2019 ​[2]​.

  • Bijna alle ouders (95%) vinden dat zij makkelijk met hun kind kunnen praten over hun opvattingen over alcohol drinken. Dit is hoger vergeleken met 2007 (86%).
  • Vergeleken met 2007 zijn ouders in 2019 strenger wat betreft het alcoholgebruik van hun kind. Vanaf 2015 is deze stijging echter gestagneerd.  Het percentage ouders dat bijvoorbeeld zegt dan hun kind zeker geen glas alcohol mag drinken bedraagt in 2019 72% vergeleken met 73% in 2015. In 2007 was dit nog slechts 44%.
  • Het percentage ouders dat denkt dat hun maatregelen om te voorkomen dat hun kind (te veel) gaat drinken zin hebben, steeg tussen 2007 (55%) en 2015 (73%) maar daalde in 2019 naar 66%.
  • In 2019 hebben meer ouders (38%) een ‘niet drinken tot 18 jaar’-afspraak met hun kind dan in 2015 (29%),  35% heeft niet alleen een afspraak over niet-drinken maar ook over niet-roken (NIX18 afspraak). Dit is een stijging vergeleken met 2015 toen 28% een dergelijke afspraak had. Tenslotte heeft 3% alleen een niet-drinken afspraak en ook dit is een stijging vergeleken met 2015 (1%).
  • De mening van ouders over schadelijkheid van alcoholgebruik neemt toe. In 2019 vindt 77% van de ouders dat ieder weekend 1-2 drankjes drinken voor jongeren onder 18 jaar schadelijk is. Dit is hoger dan in 2007 (51%) en 2015 (59%).

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Tuithof M, Van Dorsselaer S, Monshouwer K. Veranderingen in middelengebruik onder Nederlandse scholieren: samenhang met schoolniveau. Utrecht: Trimbos-instituut; 2017.
  2. 2.
    Monshouwer K, Van Dorsselaer S, Rombouts M. Peilstationsonderzoek Ouders 2019. Trimbos-instituut; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype