HomeAmfetamine7.7.2 Sterfte in Nederland

7.7.2 Sterfte in Nederland

Hoeveel mensen overlijden er als gevolg van het gebruik van (meth)amfetamine in Nederland?

In het kort: We weten niet hoeveel mensen er precies overlijden na het gebruik van (meth)amfetamine, omdat deze cijfers niet specifiek genoeg worden bijgehouden in de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS. De beschikbare cijfers vormen daarom een onderrapportage. In 2024 overleden er tenminste 19 mensen door het gebruik van psychostimulantia. Het is onbekend of het hier ging om (meth)amfetamine, ecstasy of andere stimulerende middelen. In de afgelopen tien jaar is de gemiddelde leeftijd van deze sterfgevallen gestegen.

Precieze aantal sterfgevallen door (meth)amfetamine onbekend in Nederland

Het precieze aantal sterfgevallen door het gebruik van (meth)amfetamine is niet bekend. Sterfgevallen door (meth)amfetaminegebruik worden in de Doodsoorzakenstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onder dezelfde code geregistreerd als andere stimulerende middelen, zoals ecstasy, efedrine, khat/qat en ADHD-medicatie, namelijk onder de verzamelcategorie psychostimulantia (zie ook: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina). Het is daardoor niet bekend hoeveel mensen er overlijden door het gebruik van een specifiek middel zoals (meth)amfetamine. De cijfers die op deze pagina gepresenteerd worden zijn dan ook dezelfde als die over de sterfte door ecstasy.

In 2024 overleden ten minste 19 personen door het gebruik van psychostimulantia 

In 2024 overleden er ten minste 19 personen van 15 jaar of ouder door het gebruik van psychostimulantia. Dit komt neer op ongeveer 0,12 sterfgevallen per 100.000 inwoners in 2024. In totaal overleden er in 2024 tenminste 378 mensen door het gebruik van drugs. Een klein deel hiervan (5,0%) overleed dus door het gebruik van stimulantia.

Het is goed mogelijk dat stimulantia bij meer sterfgevallen een rol speelde, bijvoorbeeld in combinatie met andere drugs. Omdat de Doodsoorzakenstatistiek maar één middel rapporteert en bij vergiftigingen met meerdere middelen met een voorrangslijst wordt gewerkt, kan het zijn dat deze gevallen niet als stimulantia-gerelateerd worden geregistreerd (zie ook: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina).

Tenslotte zijn er ook 135 sterfgevallen geweest waarbij het middel niet onder één van de bestaande ICD-10 codes viel of niet was gespecificeerd (bijvoorbeeld doordat de arts alleen “overdosering drugs” heeft genoteerd). Onder deze “overige” gevallen zouden mogelijk ook nog sterfgevallen door het gebruik van psychostimulantia kunnen vallen. Dit is echter niet met zekerheid te zeggen.

Op welke manieren kunnen mensen overlijden door gebruik van (meth)amfetamine?

Verschil direct overlijden versus indirect overlijden

Mensen kunnen op verschillende manieren overlijden door het gebruik van drugs. Soms is er een direct verband tussen het gebruik van een middel en het overlijden, bijvoorbeeld bij een overdosis. Dit noemen we directe sterfte. Ook als iemand overlijdt aan een ziekte die is ontstaan door (langdurig) middelengebruik, valt dit onder directe sterfte. Het gaat bij de registratie van de doodsoorzaken dus om een inschatting op basis van de kennis die een arts op dat moment heeft.   

Daarnaast kunnen mensen overlijden door de indirecte gevolgen van drugsgebruik denk bijvoorbeeld aan een verkeersongeluk terwijl iemand onder invloed is, een infectie die is opgelopen door het gebruik van een besmette naald, of gezondheidsproblemen die samenhangen met een ongezonde leefstijl bij verslavingsproblematiek. Deze sterfgevallen worden aangeduid als indirecte sterfte.

Hartfalen en oververhitting zijn de belangrijkste doodsoorzaken bij (meth)amfetaminegebruik

Een hoge dosis (meth)amfetamine verhoogt de afgifte van stresshormonen en stimuleert het hart- en vaatstelsel en het centrale zenuwstelsel sterk (zie ook: Problematisch gebruik en Ziekte). Dit kan leiden tot gevaarlijke complicaties zoals oververhitting (hyperthermie, >40 °C), uitdroging en verstoringen in de elektrolytenbalans ​[1–3]​. In tegenstelling tot ecstasy wordt (meth)amfetamine minder vaak in verband gebracht met een te laag zoutgehalte (hyponatriëmie) door ADH‑stimulatie, maar fatale gevallen zijn wel beschreven (zie ook: sterfte door ecstasy). Volgens de literatuur worden de meeste sterfgevallen worden veroorzaakt door cardiovasculair falen (hartritmestoornissen, hartinfarct, beroerte), hyperthermie met multi‑orgaanfalen of acuut lever‑ en nierfalen. Psychiatrische effecten zoals agitatie of psychose kunnen daarnaast indirect bijdragen aan een fatale afloop ​[1–3]​.

De meeste mensen overlijden door psychostimulantia vanwege een niet-opzettelijke overdosis

Tussen 2014 en 2024 overleden er ten minste 121 mensen door het gebruik van psychostimulantia. In bijna driekwart (73%) van deze sterfgevallen ging het om een niet-opzettelijke overdosis. In iets meer dan één vijfde (22%) ging het om een opzettelijke overdosis, oftewel een suïcide. In 4% was de intentie van de overdosis niet bekend en in 2% ging het om een overlijden ten gevolge van een stoornis in middelengebruik, zoals een verslaving.

Negen van de tien sterfgevallen door psychostimulantia was man

Negen van de tien sterfgevallen door psychostimulantia was man (90%). Gemiddeld over de periode 2014-2024 was bijna driekwart (72%) van de mensen die overleden aan psychostimulantia man.

Bijna de helft van sterfgevallen door psychostimulantia is jonger dan 35

Er overlijden relatief veel jonge mensen door het gebruik van psychostimulantia. In de periode 2014-2024 was ongeveer de helft (48%) van de sterfgevallen tussen de 15 en 34 jaar. Ter vergelijking, onder de sterfgevallen door alle drugs samengenomen was 22% tussen 15 en 34 jaar oud in 2024. Van alle sterfgevallen door psychostimulantia in de periode 2014-2024 was 49% tussen de 35 en 64 jaar oud. Bijna geen van hen was ouder dan 65 jaar (3%)

Wat zijn de trends in sterfgevallen onder psychostimulantia?

Sterfte door psychostimulantia schommelt, maar piekte sterk vorig jaar

Tussen 2014 en 2024 schommelde het aantal sterfgevallen door psychostimulantia tussen de 4 en de 28 gevallen per jaar. Het gemiddelde lag op 10 gevallen per jaar. In 2016 was er een duidelijke piek, maar de oorzaak daarvan is onbekend. Ook in 2024 zien we weer een sterke stijging, zonder dat hiervoor een duidelijke verklaring is.

Sterfgevallen door psychostimulantia steeds ouder

In de periode 2011–2015 was bijna twee derde van de sterfgevallen jonger dan 35 jaar (60%) en iets meer dan één derde tussen de 35 en 64 jaar (38%). Vier jaar later is dit beeld volledig omgekeerd: tussen 2021-2024 was iets meer dan één derde jonger dan 35 jaar (38%) en meer dan de helft tussen de 35 en 64 jaar (58%). Dit wijst erop dat de groep gebruikers die overlijdt door psychostimulantia steeds ouder wordt.

Doodsoorzakenstatistiek CBS

De Doodsoorzakenstatistiek is een wettelijke registratie waarin de onderliggende doodsoorzaken van alle overleden inwoners van Nederland worden vastgelegd. Wanneer iemand overlijdt, vult een arts een doodsoorzaakverklaring in. Dit document wordt rechtstreeks naar het CBS gestuurd, waar het door een medisch ambtenaar wordt gecodeerd volgens de normen van de International Classification of Diseases (ICD-10) van de World Health Organization (WHO). Sinds 2013 gebeurt dit (deels) automatisch; niet-natuurlijke doodsoorzaken, waaronder drugsgerelateerde sterfte, worden nog steeds handmatig gecodeerd.

Sterfgevallen door drugsgebruik worden ingedeeld volgens de Drug-Related Deaths Standard van het EUDA ​[4]​. Deze standaard bevat ICD-10-codes voor directe sterfte door drugs, zoals vergiftigingen en psychische of gedragsstoornissen door middelengebruik.

Beperkingen van de Doodsoorzakenstatistiek voor de registratie van drugssterfte

Volgens de Doodsoorzakenstatistiek overlijden er in Nederland relatief weinig mensen aan de directe gevolgen van het gebruik van drugs. De Doodsoorzakenstatistiek is echter niet specifiek ingericht op het registreren van druggerelateerde sterfte, waardoor de gegevens voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. Zo wordt toxicologisch onderzoek niet altijd uitgevoerd en de resultaten bereiken het CBS niet altijd. Daarnaast registreren artsen drugsgerelateerde sterfte verschillend, waarbij in sommige regio’s terughoudend wordt geregistreerd. Ook komt het regelmatig voor dat geen of een onbekende doodsoorzaak wordt opgegeven, waardoor drugsgebruik buiten beeld kan blijven.

Veder komt polygebruik (het gebruik van meerdere middelen tegelijk) relatief vaak voor, maar in de registratie kan slechts één middel als onderliggende doodsoorzaak worden vastgelegd. Binnen de ICD-10-codering gebeurt dit met T-codes, die de medische oorzaak aangeven. Daarbij geldt een voorrangslijst: bij mengintoxicaties wordt alleen het middel geregistreerd dat volgens deze lijst als het meest schadelijk wordt beschouwd ​[5]​. Daarnaast worden X-codes gebruikt om de wijze van overlijden vast te leggen, bijvoorbeeld een onopzettelijke vergiftiging (overdosis). Het gevolg is dat overlijdens door mengintoxicaties met bijvoorbeeld amfetamine en een ander middel dat hoger op de voorrangslijst staat (bijvoorbeeld heroïne), niet als sterfte door amfetamine wordt geregistreerd.

Tot slot zorgt de manier het gebruik van verzamelcategorieën in het ICD-10 systeem ervoor dat er vaak weinig informatie beschikbaar is over welk specifiek middel is gebruikt, vanwege het gebruik van verzamelcategorieën ​[6]​. Zo worden ecstasy en amfetamine bijvoorbeeld samengevoegd onder de categorie psychostimulantia. Ook wordt er binnen cannabis geen onderscheid gemaakt tussen verschillende cannabinoïden, en binnen opioïden niet tussen medicinale en andere varianten

Speciaal register Drugsgerelateerde Sterfte

Omdat het hierdoor lastig blijft om precies vast te stellen welke drugs bijdragen aan sterfte in Nederland, wordt gewerkt aan een speciaal register dat zich specifiek richt op drugsgerelateerde sterfte ​[6]​.

Voor meer informatie, zie Bijlage B4.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Lewis D, Kenneally M, Corinna van denHeuvel, W Byard R. Methamphetamine deaths: Changing trends and diagnostic issues. Vol. 61, Medicine, Science and the Law. 2021. p. 130–7.
  2. 2.
    Masing H, Jörg Pietsch. Analysis of the methamphetamine-related deaths in Eastern Saxony, Germany, between 2005 and 2019. Vol. 21, Forensic Science, Medicine and Pathology. 2025. p. 1240–7.
  3. 3.
    O. Coffin P, W. Suen L. Methamphetamine Toxicities and Clinical Management. Vol. 2, NEJM Evidence. 2023.
  4. 4.
    EUDA (European Union Drug Agency). EMCDDA standard protocol to collect data and report figures for the key indicator drug-related deaths (DRD-Standard, version 3.2) [Internet]. 2010. Available from: https://www.euda.europa.eu/html.cfm/index107404EN.html_en
  5. 5.
    WHO (World Health Organization). International statistical classification of diseases and related health problems- 10th revision, Fifth edition [Internet]. 2016. Available from: https://icd.who.int/browse10/content/statichtml/icd10volume2_en_2016.pdf
  6. 6.
    Vercoulen E, Ceelen M, Dorn T, Buster M, Croes E, Van Laar M. Drugsgerelateerde sterfte in beeld: Onderzoek naar de praktijk van de detectie en registratie van drugsgerelateerde sterfte en ontwikkeling van een blauwdruk voor een speciaal register. Trimbos-instituut/GGD Amsterdam; 2021.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.