HomeCannabis3.3.2 Demografische kenmerken scholieren regulier onderwijs

3.3.2 Demografische kenmerken scholieren regulier onderwijs

In 2019 werd het Peilstationsonderzoek Scholieren in het basisonderwijs en regulier voortgezet onderwijs uitgevoerd ​[1]​.

Geslacht

Meer jongens dan meisjes gebruiken cannabis.

  • In 2019 hadden meer jongens dan meisjes ervaring met cannabis (figuur 3.3.1).
  • Ook het laatste-jaar- en het laatste-maand-gebruik lag hoger onder jongens dan meisjes.

Leeftijd

Bij scholieren neemt het gebruik van cannabis toe met de leeftijd.

  • Minder dan 1% van de leerlingen van 12 jaar had in 2019 ervaring met cannabis, oplopend naar meer dan een kwart van de 16-jarige scholieren (zie figuur hieronder).
  • Het percentage scholieren dat op zeer jonge leeftijd (14 jaar) al ervaring heeft met cannabis is meer dan gehalveerd van 18,8% in 2003 naar 6,8% in 2017, en steeg weer naar 10,0% in 2019.
  • De gemiddelde startleeftijd onder 12-16-jarige scholieren die ervaring hebben met cannabis steeg tussen 2003 en 2019 van 13,7 jaar naar 14,2 jaar.

Figuur 3.3.2    Gebruik van cannabis onder scholieren van 12-16 jaar van het voortgezet onderwijs naar leeftijd. Peiljaar 2019

Schoolniveau

De schoolniveaus verschillen niet veel van elkaar wat betreft de prevalentie van cannabisgebruik onder scholieren van 12-16 jaar en de mate van gebruik.

  • In 2019 lag het ooit- en laatste-maand-gebruik onder scholieren van het VMBO-t iets lager dan voor de andere schoolniveaus (zie tabel hieronder), maar de verschillen zijn niet significant.
  • Blowende scholieren van het VWO zijn het meest gematigd in hun gebruik. Zij roken minder vaak en minder joints per keer dan scholieren van de andere schoolniveaus. Van de VWO-scholieren heeft in de afgelopen maand 12% tien keer of vaker cannabis gebruikt tegen 23% van de VMBO-t-scholieren; het verschil is niet significant.

Tabel 3.3.2     Gebruik van cannabis onder scholieren van het voortgezet onderwijs van 12-16 jaar naar schoolniveau. Peiljaar 2019

Eerdere analyses van het Peilstationsonderzoek tot en met 2015 laten zien dat voor nagenoeg alle schoolniveaus het cannabisgebruik afnam tussen 2003 en 2015. Alleen bij de HAVO was de daling in het percentage laatste-maand-gebruikers niet statistisch significant ​[2]​.

Een aanvullende analyse waarvoor alleen gegevens van leerjaar 1-4 zijn gebruikt, laat zien dat sinds 2003 op alle schoolniveaus de veronderstelde schadelijkheid van dagelijks blowen afnam. Scholieren die veronderstellen dat dagelijks blowen schadelijk is, hebben minder vaak ooit in het leven en in de afgelopen maand cannabis gebruikt ​[3]​.

 

Migratieachtergrond

Cannabisgebruik hangt samen met migratieachtergrond (voor de definitie van migratieachtergrond, zie Bijlage D).

  • Scholieren met een westerse migratieachtergrond hebben de meeste ervaring met het gebruik van cannabis (14,4%). Dit percentage verschilt significant van dat van de scholieren met een niet-westerse achtergrond, maar verschilt niet van scholieren met een Nederlandse achtergrond.
  • Het gebruik van cannabis in de afgelopen maand is eveneens het hoogst onder de scholieren met een westerse achtergrond en verschilt significant van scholieren met een niet-westerse achtergrond (zie tabel hieronder).

Tabel 3.3.3     Gebruik van cannabis onder scholieren van het voortgezet onderwijs van 12-16 jaar naar migratieachtergrondI. Peiljaar 2019

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Rombouts M, Van Dorsselaer S, Scheffers-van Schayck T, Tuithof M, Kleinjan M, Monshouwer K. Jeugd en riskant gedrag 2019: Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  2. 2.
    Van Dorsselaer S, Tuithof M, Verdurmen JE, Spit M, Van Laar MW, Monshouwer K. Jeugd en riskant gedrag 2015. Utrecht: Trimbos-instituut; 2016.
  3. 3.
    Tuithof M, Van Dorsselaer S, Monshouwer K. Veranderingen in middelengebruik onder Nederlandse scholieren: samenhang met schoolniveau. Utrecht: Trimbos-instituut; 2017.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.