HomeCocaïne4.6.2 Ziekenhuizen

4.6.2 Ziekenhuizen

Bij hoeveel opnames en observaties in ziekenhuizen speelt het gebruik van cocaïne een rol?

In het kort: In 2023 waren er in Nederlandse ziekenhuizen 124 klinische opnamen of observaties waarbij cocaïneproblematiek de hoofddiagnose was. Het ging daarbij meestal (in 94 gevallen) om de diagnose ‘stoornis gerelateerd aan cocaïnegebruik’, zoals verslaving, psychose en angst. Cocaïne werd 1.796 keer als nevendiagnose geregistreerd. Het aantal opnamen en observaties vanwege cocaïnegebruik als hoofddiagnose is vergeleken met 2015 gedaald, maar als nevendiagnose gestegen. Ruim driekwart van de patiënten is man (78,5% in 2023). Het aandeel patiënten van 55 jaar en ouder is tussen 2015 en 2023 gestegen.

In 2023 waren er ruim 100 opnamen en observaties met cocaïnegebruik als belangrijkste reden, als nevendiagnose kwam het veel vaker voor

In 2023 waren er in Nederlandse ziekenhuizen 124 klinische opnamen of observaties waarbij cocaïneproblematiek de hoofddiagnose was. De hoofddiagnose is de diagnose die achteraf (bij ontslag) wordt gezien als de belangrijkste reden voor opname of observatie in het ziekenhuis. In driekwart van de gevallen (75%) ging het om een klinische opname. Veel vaker speelde cocaïne problematiek een rol als nevendiagnose. In 2023 werd cocaïne 1.796 keer als nevendiagnose geregistreerd. Dat betekent dat cocaïnegebruik van invloed is geweest op de behandeling of de uitkomst van de behandeling, maar niet de belangrijkste reden was voor opname of observatie.

Meeste opnamen of observaties vanwege een stoornis gerelateerd aan het gebruik van cocaïne

Artsen leggen bij een opname vast wat de diagnose is. Dat doen ze met behulp van een internationaal classificatiesysteem, de ICD-10. In 2023 kwamen er twee verschillende cocaïne gerelateerde diagnosen voor. In 2023 werd de diagnose ‘stoornis gerelateerd aan het gebruik van cocaïne’ (zoals verslaving, psychose en angst), het vaakst als hoofddiagnose geregistreerd (94 keer). De andere diagnose ‘vergiftiging door cocaïne’ (per ongeluk of intentioneel) werd 30 keer als hoofddiagnose geregistreerd.

Aantal opnamen en observaties vanwege cocaïnegebruik als hoofddiagnose gedaald, maar als nevendiagnose gestegen

Het aantal klinische opnamen en observaties met cocaïneproblematiek als hoofddiagnose is in 2023 lager vergeleken met de eerste meting in 2015. De daling vond met name plaats in de periode 2015-2020. Vanaf 2021 lijkt het aantal zich te stabiliseren. Het aantal nevendiagnoses is toegenomen tussen 2015 en 2023. Het aantal nam geleidelijk toe en ook tussen 2022 en 2023 was sprake van een stijging.

In 2023 werden ongeveer 1.600 personen minstens één keer opgenomen met cocaïneproblematiek als hoofd- of nevendiagnose

Dezelfde persoon kan meer dan één keer per jaar worden opgenomen (klinisch of observatie). Ook kan er per opname meer dan één nevendiagnose worden gesteld. Gecorrigeerd voor dubbeltellingen ging het in 2023 om 1.638 personen. Zij werden in dat jaar minstens één keer opgenomen met een probleem gerelateerd aan cocaïne als hoofd-­ of nevendiagnose.

Patiënten met cocaïneproblematiek zijn meestal man

Van de mensen die in 2023 tenminste één keer waren opgenomen (klinisch of observatie) vanwege cocaïneproblematiek (hoofd én nevendiagnose) was 78,5% man. Dit percentage schommelt sinds 2015 licht, met het hoogste percentage in 2018 (79,4%) en het laagste in 2015 (76,8%).

Toename aandeel 55-plus patiënten met cocaïneproblematiek, afname aandeel twintigers

Van de patiënten die zijn opgenomen vanwege cocaïneproblematiek is in 2023 het aandeel van de leeftijdsgroep 35 t/m 39 jaar het grootst (12,6%). Het aandeel tieners (19 jaar of jonger) was het kleinst. Vergeleken met 2015 is het aandeel van de leeftijdscategorieën van 55-jaar en ouder in 2023 toegenomen. Het aandeel van de 20-24- en 25-29-jarigen is in 2023 gedaald vergeleken met 2015. Het aandeel van de andere leeftijdsgroepen is ongeveer gelijk gebleven.

Gemiddelde leeftijd van patiënten met cocaïneproblematiek gestegen

De gemiddelde leeftijd van personen die zijn opgenomen met cocaïneproblematiek (klinisch of observatie) is sinds 2015 (41,1 jaar) geleidelijk gestegen tot 43,9 jaar in 2023. Dit lijkt in lijn met de toename van het aandeel oudere cocaïnecliënten in de verslavingszorg (zie pagina Verslavingszorg). Er is echter geen stijging in de gemiddelde leeftijd van gebruikers van cocaïne tussen 2015 en 2023 (zie pagina Veranderingen in cocaïnegebruik onder volwassenen).

De gegevens zijn verkregen via Dutch Hospital Data (DHD). Zij zijn verwerker van de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ). In de LBZ worden alle diagnosen vastgelegd van alle patiënten die een Nederlands ziekenhuis bezochten of een digitaal contactmoment hadden. De diagnosen zijn gecodeerd op basis van de ICD-10.

Onder hoofddiagnose wordt in de LBZ verstaan de diagnose die achteraf (dus bij ontslag) wordt beschouwd als de belangrijkste reden van de opname in het ziekenhuis, zie voor meer informatie Codeadviezen expertgroep ICD-10. Met deze definitie wordt afgeweken van de richtlijnen ICD-10, waarin als hoofddiagnose wordt gehanteerd ‘de diagnose die aan het eind van het zorgmoment wordt gesteld voor de aandoening die hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de behoefte van de patiënt aan behandeling of onderzoek’. DHD geeft in de codeadviezen aan dat voor de langere termijn in overleg met betrokken partijen worden nagegaan of en op welke wijze wordt aangesloten op de internationaal geldende definitie (conform richtlijnen ICD-10).

Nevendiagnosen worden in de codeadviezen van DHD beschreven als diagnosen die gedurende de huidige (dag)opname naast elkaar voorkomen of zich ontwikkelen en van invloed zijn op de behandeling of de uitkomst van de behandeling van de patiënt. Het coderen van de nevendiagnosen betreft alleen de aandoeningen die de huidige (dag)opname beïnvloeden op één van de volgende manieren:

  • er is onderzoek of diagnostiek uitgevoerd
  • er is een behandeling uitgevoerd
  • er is een verlenging van de duur van het verblijf
  • er is extra verpleegkundige zorg en/of andere monitoring nodig

De gegevens op deze pagina zijn geanalyseerd voor personen die staan ingeschreven in de BasisRegistratie Personen (BRP). Voor de periode 2015-2018 zijn de analyses op verzoek van het Trimbos-instituut door het CBS uitgevoerd ​[1]​. Vanaf 2019 heeft het Trimbos-instituut de analyses uitgevoerd, volgens dezelfde methode als het CBS.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    CBS. Ziekenhuisopnamen voor middelengebruik, 2015-2018: 1-9-2020 [Internet]. 2020. Available from: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/36/ziekenhuisopnamen-voor-middelengebruik-2015-2018

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.