HomeCocaïne4.3.4 Uitgaande jongeren en jongvolwassenen

4.3.4 Uitgaande jongeren en jongvolwassenen

In het kort: Concluderend is cocaïne relatief populair in het uitgaansleven, hoewel het gebruik van dit middel ook vaak in privésettingen plaatsvindt. Het gaat daarbij vooral om het snuiven van cocaïne. In 2016 was amfetamine in het Amsterdamse uitgaansleven even populair geworden als cocaïne. Tussen 2016 en 2019 is de populariteit van amfetamine echter weer gedaald en in 2019 was amfetamine weer minder populair geworden dan cocaïne ​[1]​, al gaat ecstasy nog steeds onverminderd aan kop. Landelijke en lokale onderzoeken suggereren dat tussen de 19% en 40% van de uitgaanders in het afgelopen jaar cocaïne heeft gebruikt, vergeleken met 4,6% van de 15-34-jarigen in de algemene bevolking. In Amsterdam en Den Haag zijn er signalen voor een toename in het cocaïnegebruik, dit blijkt zowel uit de lokale vragenlijstonderzoeken als uit rioolwateranalyses (zie § 4.5).

Snel naar:

In Het Grote Uitgaansonderzoek (HGU) 2020 ​[2]​ is het middelengebruik in kaart gebracht van 4.824 uitgaande jongeren en jongvolwassenen van 16-35 jaar die in het afgelopen jaar tenminste één keer een festival of club hebben bezocht. De gegevens werden tussen 28 april en 19 mei 2020 verzameld via een online vragenlijst. Om vertekening door de impact van de coronamaatregelen te voorkomen, werd aan de respondenten gevraagd naar hun middelengebruik in de periode vóór 13 maart 2020, de dag van het invoeren van de coronamaatregelen. De respondenten van deze onderzoeken vormen geen representatieve steekproef van alle uitgaande jongeren en jongvolwassenen (zie bijlage B2). Voor het vergelijken van de resultaten met die uit een eerdere peiling uit 2016 ​​[3]​​ zijn aanvullende analyses uitgevoerd.

De Antenne-monitor volgt het middelengebruik in het Amsterdamse uitgaansleven, en sinds twee jaar ook in de Gooi en Vechtstreek ​[1,4–13]​. Dit gebeurt door een panelstudie met sleutelfiguren uit het uitgaansleven en surveys onder wisselende groepen jongeren en jongvolwassenen. Er lijkt in Amsterdam een stijgende trend te zijn in het gebruik van cocaïne, met name onder clubgangers en cafébezoekers.

In het Haags Uitgaansonderzoek (HUO) 2019, een uitgaansonderzoek van GGD Haaglanden, is het middelengebruik van 519 uitgaande jongeren en jongvolwassenen van 15-35 jaar op vier Haagse uitgaanslocaties in kaart gebracht ​[14]​. Deze studie combineert eveneens een survey met panelinterviews met sleutelfiguren uit het Haagse uitgaansleven. Ook in 2014 en in 2017 werd dit onderzoek uitgevoerd ​[15,16]​.

In bepaalde groepen jongeren en jongvolwassenen komt het gebruik van cocaïne vrij vaak voor. De tabel onderaan deze pagina vat de resultaten samen van uiteenlopende lokale en landelijke studies onder bezoekers van uitgaansgelegenheden. De cijfers zijn onderling niet goed vergelijkbaar vanwege verschillen in leeftijdsgroepen en methoden van onderzoek. Bovendien zijn de responspercentages in onderzoeken onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen doorgaans laag (tussen 15% en 25%) en zijn zij ‘op locatie’ of online geworven in plaats van via een representatieve steekproef uit de bevolking, waardoor een vertekening van de resultaten kan optreden. De uitkomsten geven wel een indicatie van verschillen tussen groepen uitgaanders.

De situatie is in 2020 door de coronacrisis mogelijk veranderd. De exacte impact is nog moeilijk in te schatten. In § 4.1.2 beschrijven we bevindingen uit de meest recente onderzoeken sinds het begin van de coronacrisis in maart 2020.

Uitgaanders in Nederland

In Het Grote Uitgaansonderzoek (HGU) 2020 ​[2]​is het middelengebruik in kaart gebracht van 4.824 uitgaande jongeren en jongvolwassenen van 16-35 jaar die in het afgelopen jaar tenminste één keer een festival of club hebben bezocht.

  • Drie op de tien party- en clubgangers had in 2020 ooit cocaïne gebruikt (33,7%), ruim een kwart (26,2%) had in het afgelopen jaar gebruikt.
  • Ruim twee derde (68,4%) van de laatste-jaar-gebruikers in dit onderzoek had in het afgelopen jaar één keer of een paar keer cocaïne gebruikt; 13,4% deed dat eens per maand, 13% een paar keer per maand, 3,6% eens per week, 1,3% een paar keer per week. (Bijna) dagelijks gebruik kwam nauwelijks voor (0,3%). Het merendeel is een ‘incidentele snuiver’.
  • Na alcohol, tabak en cannabis werd cocaïne het vaakst ten minste maandelijks gebruikt (32%).
  • Cocaïne werd door de overgrote meerderheid van de laatste-jaar-gebruikers meestal of altijd gecombineerd met alcohol (84,3%).
  • Van de drugs kwam de combinatie met ecstasy het meest voor, namelijk onder 67% van de gebruikers die cocaïne wel eens combineert met andere drugs. Daarna volgen de combinaties met ketamine (35%), wiet/hasj (30%), speed/amfetamine (27%), lachgas (14%) en GHB (8%).
  • Cocaïne werd het vaakst gebruikt in een club/disco (55%), huisfeest (50,9%) en op een feest/festival (50,4%). Ook thuis of bij vrienden (44,6%) en het café/de kroeg (42,5%) werden vaak als locatie voor cocaïnegebruik genoemd.
  • Het laatste-jaar-gebruik van cocaïne verschilt nauwelijks tussen de uitgaanders die zijn geworven in 2016 en de uitgaanders in de steekproef van 2020, maar zoals aangegeven is een precieze vergelijking lastig te maken.
  • Een groot deel van de gebruikers van cocaïne wil minderen (39,8%) en/of stoppen met het gebruik (34,2%). Van de frequente gebruikers (maandelijks of vaker) is het aandeel dat wil minderen nog hoger: namelijk 58,9%.
  • Naar aanleiding van de discussie over de mate van normalisering van drugsgebruik onder uitgaanders is in HGU 2020 ook aandacht besteed aan de mate van acceptatie rondom het gebruik van cocaïne. Ongeveer de helft van de gebruikers van cocaïne keurt hun eigen gebruik goed (51,1%), een derde keurt het eigen gebruik af (31,1%) en de rest staat neutraal tegenover het eigen gebruik.
  • Ongeveer de helft van de uitgaanders denkt dat het gebruik van cocaïne nu meer geaccepteerd is dan 5 jaar geleden (47%). Dit is minder dan voor ecstasy (83%), maar meer dan voor alcoholgebruik (27%). Anders dan bij het gebruik van ecstasy en alcohol is er een grote groep gebruikers van cocaïne die denkt dat het gebruik van cocaïne niet door hun vrienden wordt geaccepteerd (47,6%).

Uitgaanders in Amsterdam en in Gooi en Vechtstreek

De Antenne-monitor volgt het middelengebruik in het Amsterdamse uitgaansleven, en sinds twee jaar ook in de Gooi en Vechtstreek ​[1,4–13]​. Dit gebeurt door een panelstudie met sleutelfiguren uit het uitgaansleven en surveys onder wisselende groepen jongeren en jongvolwassenen. Er lijkt in Amsterdam een stijgende trend te zijn in het gebruik van cocaïne, met name onder clubgangers en cafébezoekers.

  • Onder Amsterdamse cafébezoekers steeg het percentage dat in de afgelopen maand cocaïne had gebruikt. Dit percentage steeg van 15% in 2014 naar 22% in 2018 ​[4]​. In 2018 had 8% van de cafébezoekers in de samengenomen steden Hilversum, Bussum, en Huizen in de afgelopen maand cocaïne gebruikt ​[5]​.
  • Uit een inventarisatie onder netwerken van uitgaanders blijkt dat cocaïne niet gebonden is aan een setting en bij veel verschillende gelegenheden gebruikt wordt, zowel spontaan als van tevoren gepland ​[1]​.
  • Het gecombineerd gebruik van alcohol en cocaïne komt veel voor volgens de panelleden, zoals ook blijkt uit HGU 2020. Als reden daarvoor wordt het opheffen van bepaalde effecten van de middelen genoemd. Zo zou alcohol kunnen helpen om het ‘gejaagde gevoel van cocaïne te dempen’ en kan het gebruik van cocaïne de ‘sloomheid’ na alcoholgebruik opheffen ​[1]​.
  • In 2017 had van de bezoekers van clubs, raves, en festivals in Amsterdam 50% ooit cocaïne gebruikt en 26% nog in de afgelopen maand ​[6]​, vergeleken met respectievelijk 23% ooit en 9% in de afgelopen maand onder de uitgaanders in Hilversum ​[7]​ (zie onderstaande tabel).
  • In 2017 wordt ook gesignaleerd dat het laatste-jaar-gebruik grotendeels een vergelijkbare trend laat zien als dat van ecstasy: een piek in 1998, gevolgd door een stabilisatie tot 2008, met tussen 2008 en 2013 weer een forse stijging ​[6]​. Tussen 2013 en 2017 bleef het laatste-jaar-gebruik echter stabiel (in tegenstelling tot de daling voor ecstasy).
  • Er zijn echter wel verschillen tussen uitgaanssettings. Opvallend is de verschuiving in het laatste-jaar-gebruik tussen clubgangers (forse toename), en festivalgangers (daling). Onder clubgangers steeg het laatste-jaar-gebruik van 27% in 2013 naar 45% in 2017, terwijl onder de festivalgangers het laatste-jaar-gebruik in deze periode daalde van 43% naar 34%. Al met al nam in de hele groep uitgaanders het laatste-maand-gebruik van cocaïne toe van 19% in 2013 naar 26% in 2017, maar ook deze toename komt alleen door een stijging van het laatste-maand-gebruik onder de clubgangers ​[6]​. Dit patroon wordt echter voor de meeste uitgaansdrugs, behalve ecstasy, gevonden. Mogelijk speelt een verandering in de aard van de uitgaanssettings bij deze verschuivingen een rol, doordat er “meer ruigere clubs” zijn ontstaan in 2017.
  • Eerder deed zich ook een toename voor onder coffeeshopbezoekers. In 2015 had van de Amsterdamse coffeeshopbezoekers 23% in het afgelopen jaar cocaïne gebruikt en 9% had in de afgelopen maand nog cocaïne gebruikt ​[8]​. Dit was hoger dan in 2009, met respectievelijk 14% laatste-jaar-gebruik en 5% laatste-maand-gebruik, maar alleen het verschil in het laatste-jaar-gebruik was statistisch significant.

Uitgaanders in Den Haag

In het Haags Uitgaansonderzoek (HUO) 2019, een uitgaansonderzoek van GGD Haaglanden, is het middelengebruik van 519 uitgaande jongeren en jongvolwassenen van 15-35 jaar op vier Haagse uitgaanslocaties in kaart gebracht ​[14]​. Deze studie combineert eveneens een survey met panelinterviews met sleutelfiguren uit het Haagse uitgaansleven. Ook in 2014 en in 2017 werd dit onderzoek uitgevoerd ​[15,16]​.

  • In 2019 heeft vier op de tien uitgaanders ooit cocaïne gebruikt, 26% in het afgelopen jaar en 13% in de afgelopen maand.
  • Het verschil tussen mannen en vrouwen is het grootst in het ooitgebruik van cocaïne (47% versus 34%), maar in het laatste-maand-gebruik van cocaïne zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen klein (14% versus 11%).
  • Hoe ouder de uitgaander, hoe groter de kans dat hij of zij ooit, in het laatste jaar of in de laatste maand cocaïne heeft gebruikt. Alleen het laatste-maand-gebruik is lager onder 25-29-jarigen dan onder 20-24-jarigen. Het laatste-jaar-gebruik en laatste-maand-gebruik zijn het hoogst in de leeftijdsgroep van 30 jaar en ouder (respectievelijk 32% en 19%) en het laagst onder uitgaanders jonger dan 20 jaar (respectievelijk 19% en 10%).
  • De uitkomsten suggereren dat er sprake is van een toename in het ooitgebruik en laatste-jaar-gebruik van cocaïne tussen 2017 en 2019, maar geen stijging in het laatste-maand-gebruik.
  • De stijging in ooitgebruik en laatste-jaar-gebruik van cocaïne vond later plaats in Den Haag dan in Amsterdam (in Den Haag tussen 2017 en 2019, in Amsterdam ook tussen 2014 en 2017). Daarnaast werd in Amsterdam een stijging in laatste-maand-gebruik gevonden, die we niet zien in Den Haag.
  • Panelleden geven aan dat cocaïne makkelijk verkrijgbaar is en dat velen contact hebben met meerdere ‘dealers’. Het gebruik van cocaïne is niet gebonden aan een bepaald moment tijdens het uitgaan en wordt gezien als onderdeel van het uitgaan. Het wordt voornamelijk gecombineerd met alcohol.
  • Redenen die werden genoemd om cocaïne te gebruiken waren de toename in energie en zelfvertrouwen, het minder dronken voelen. Cocaïne wordt geassocieerd met status. Nadelige kanten die worden genoemd zijn agressie, emotioneel ‘doorslaan’, tandbederf en breder het vermoeden dat het slecht is voor de gezondheid en verslavend.

Tabel 4.3.4            Gebruik van cocaïneI onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Nabben T, Benschop A. Antenne 2019: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2020.
  2. 2.
    Monshouwer K, Van Miltenburg CJA, Van Beek RJJ, Den Hollander W, Schouten F, Blankers M, et al. Het Grote Uitgaansonderzoek 2020: Uitgaanspatronen, middelengebruik, gezondheid en intentie tot stoppen of minderen onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen. Utrecht: Trimbos-instituut; 2021.
  3. 3.
    Monshouwer K, Van der Pol P, Drost YC, Van Laar MW. Het Grote Uitgaansonderzoek 2016: Uitgaanspatronen, middelengebruik en preventieve maatregelen onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen [Internet]. Utrecht: Trimbos-instituut; 2016. Available from: https://www.trimbos.nl/aanbod/webwinkel/product/af1494-het-grote-uitgaansonderzoek-2016
  4. 4.
    Korf DJ, Nabben T, Benschop A. Antenne 2018: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2019.
  5. 5.
    Korf DJ, Benschop A, Nabben T. Antenne Gooi en Vechtstreek 2018. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam/Jellinek.; 2019.
  6. 6.
    Nabben T, Luijk SJ, Korf DJ. Antenne 2017: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2018.
  7. 7.
    Luijk SJ, Nabben T, Korf DJ, Van Bakkum F, Krouwel J, Noijen J. Antenne Gooi en Vechtstreek 2017: Het gebruik van alcohol, tabak en drugs onder jongeren en jongvolwassenen in de regio. Amsterdam: Bonger Instituut voor Criminologie; 2018.
  8. 8.
    Nabben T, Benschop A, Korf DJ. Antenne 2015: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2016.
  9. 9.
    Nabben T, Benschop A, Korf DJ. Antenne 2009: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdammes: Rozenberg; 2010.
  10. 10.
    Benschop A, Nabben T, Korf DJ. Antenne 2010: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2011.
  11. 11.
    Benschop A, Nabben T, Korf DJ. Antenne 2012: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2013.
  12. 12.
    Nabben T, Benschop A, Korf DJ. Antenne 2013: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2014.
  13. 13.
    Benschop A, Nabben T, Korf DJ. Antenne 2014: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2015.
  14. 14.
    Van Dijk A, Van der Meer R, Gerrits N, Hastan P, Bloema F, Kronenburg L. HUO 2019/2020: Een onderzoek naar uitgaansgedrag van jongeren uit Den Haag. Den Haag: GGD Haaglanden, Productgroep Epidemiologie en Gezondheidsbevordering, Afdeling Epidemiologie; 2020.
  15. 15.
    Van Dijk A, Reinerie P. Huo 2014: Een onderzoek naar uitgaansgedrag van jongeren uit Den Haag en omstreken. Den Haag: GGD Haaglanden; 2015.
  16. 16.
    Van Dijk A, Keetman M, Hastan P, Bloema F, Kronenburg L, Mohabir A. HUO 2018: Een onderzoek naar uitgaansgedrag van jongeren uit Den Haag en omstreken. Den Haag: GGD Haaglanden, Productgroep Epidemiologie en Gezondheidsbevordering, Afdeling Epidemiologie; 2018.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.