HomeCocaïne4.2.3 Gebruikspatronen

4.2.3 Gebruikspatronen

Mate van gebruik

In de LSM-A 2020 is specifiek gevraagd naar het gebruik van snuifcocaïne en crack. Hieruit blijkt dat het merendeel van de gebruikers van cocaïne ervaring heeft met snuifcocaïne en een minderheid (ook) ervaring heeft met crack (zie hierna). In 2020 zijn ook gegevens beschikbaar over de gebruikspatronen van de laatste-jaar-gebruikers van snuifcocaïne van 18 jaar en ouder.

Snuifcocaïne

De meerderheid van de laatste-jaar-gebruikers van cocaïne, snuift incidenteel cocaïne.

  • Van de laatste-jaar-gebruikers had 1,4% de vraag naar mate van gebruik niet beantwoord. Van de mensen die de vraag wel hebben beantwoord, heeft 1 op de 4 laatste-jaar-gebruikers (24,4%) in het afgelopen jaar slechts één keer snuifcocaïne gebruikt, en ongeveer de helft (52,2%) een paar keer, maar minder dan maandelijks. Van de gebruikers rapporteert 16,0% maandelijks gebruik, en 7,0% rapporteert meerdere keren per maand snuifcocaïne te gebruiken.
  • Snuifcocaïne wordt meestal alleen in het weekend gebruikt (85,8% van laatste-jaar-gebruikers). Een kleiner deel gebruikt zowel op weekenddagen als doordeweekse dagen (12,4%). Slechts 1,9% gebruikt meestal op doordeweekse dagen.
  • Bijna dagelijks gebruik van snuifcocaïne komt nauwelijks voor: 0,4%. Dit cijfer kan hoger liggen, doordat (probleem)gebruikers van harddrugs in onderzoek ondervertegenwoordigd kunnen zijn, zie hieronder.

Figuur 4.2.x Frequentie van snuifcocaïnegebruik in het afgelopen jaar onder laatste-jaar-gebruikers van 18 jaar en ouder.

Crack

In de LSM-A is afzonderlijk naar het gebruik van crack-cocaïne gevraagd. Het gebruik van dit middel wordt zelden gerapporteerd onder de algemene bevolking van 18 jaar en ouder: 0,4% heeft ooit crack gebruikt. Er werd geen laatste-jaar en laatste-maand-gebruik gemeten.

Dit cijfer is vermoedelijk een onderschatting, doordat (probleem)gebruikers van harddrugs zoals heroïne en crack in bevolkingsonderzoek ondervertegenwoordigd zijn, doordat een deel van hen geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, in een (justitiële) instelling verblijft, of anderszins moeilijk bereikbaar is. Deze groep kan in kaart worden gebracht via andere methoden van onderzoek (zie § 5.3 en § 5.4).

Aanvullende informatie

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.