HomeIllegale handel, bezit en productie16.4.5 Afdoening door de rechter in eerste aanleg in Opiumwetzaken

16.4.5 Afdoening door de rechter in eerste aanleg in Opiumwetzaken

  • Het totaal aantal afdoeningen van Opiumwetzaken door de rechter (in eerste aanleg) daalde in 2020 met 26% ten opzichte van 2019. Ook het aantal afdoeningen van het totaal aan misdrijfzaken door de rechter (in eerste aanleg) daalde in 2020 (met 23%) ​[1]​. Deze relatief sterke afname in 2020 hangt samen met de tijdelijke (gedeeltelijke) sluiting van de rechtbanken en de daling van het aantal dagvaardingen ​[1,2]​. Daardoor is de voorraad strafzaken voor behandeling op zitting snel opgelopen. In reactie hierop heeft het OM meer zaken zelfstandig afgedaan ​[1,3–5]​.
  • Deze daling van het totaal aantal Opiumwetzaken werd ten dele veroorzaakt door een afname van softdrugszaken. Het aantal softdrugszaken daalde in 2020 met 35% ten opzichte van 2019. Sinds 2014 bleef het aantal softdrugszaken steeds iets onder de 5.000, maar kwam in 2018 uit op 4.205, in 2019 op 3.385 en in 2020 op 2.215. Voor een deel kan dit worden verklaard door een daling van het aantal dagvaardingen door het OM in 2019.
  • Ook het aantal harddrugszaken daalde in 2020 met 22% ten opzichte van 2019 naar 3.100, terwijl het aantal harddrugszaken in de periode 2011-2019 rond de 4.000 lag.
  • In 2020 daalde het aantal combinatiezaken met ruim 10% naar 580 zaken. Tot 2016 schommelde het aantal combinatiezaken rond de 520. In de jaren daarna was het aantal relatief stabiel rond 660 zaken per jaar.
  • In 2020 daalde het aandeel softdrugszaken verder naar 38%. In de jaren 2012-2017 bestond minimaal de helft van de afdoeningen uit softdrugszaken. Sinds 2016 daalde dit aandeel ten gunste van de harddrugszaken en de gecombineerde zaken. In 2020 is het aandeel harddrugszaken verder gestegen naar 53% (49% in 2019). Het aandeel van de gecombineerde hard- en softdrugszaken was in 2020 10%. Met name vanaf 2014 was hier een stijging waarneembaar: vanaf 5% naar de genoemde 10%.

Door de rechter afgedane Opiumwetzaken in eerste aanleg, naar hard- en softdrugs, 2011-2020I, aantallen en % [Figuur 16.4.9]

  • In 2020 vormden Opiumwetzaken afgerond 9% van het totale aantal door de rechter in eerste aanleg afgedane zaken (niet alleen Opiumwet, maar alle zaken). Dit percentage steeg in de periode 2011-2017 en daalde in de jaren daarna. Deze daling werd vooral veroorzaakt door de afname van softdrugszaken.
  • Tussen 2011 en 2017 steeg het aandeel Opiumwetzaken van 8,1% naar 10,3%, waarna het in 2018 daalde naar 9,9%. Deze daling zette in 2019 en 2020 door naar respectievelijk 9,3% en 8,9%. Vanaf 2011 kwam de stijging voornamelijk voor rekening van de stijging van softdrugszaken en vanaf 2015 van de gecombineerde hard- en softdrugszaken. In 2018 en 2019 daalde het aandeel Opiumwetzaken overwegend door een daling van softdrugszaken. Hoewel in 2020 zowel het aantal harddrugszaken, softdrugszaken als gecombineerde zaken daalde, was de afname van het aantal softdrugszaken het grootst.

Aandeel (%) van door de rechter afgedane Opiumwetzaken,I,II 2011-2020 [Tabel 16.4.5]

  • Het aandeel vrijspraken in Opiumwetzaken door de rechter in eerste aanleg daalde in 2020 opnieuw, naar ongeveer 9%. In 2017 daalde dit aandeel voor het eerst in jaren, naar ruim 11%, waar het in 2016 nog 13% bedroeg. Het aandeel vrijspraken nam aanvankelijk tot en met 2014 toe tot 11%, bleef in 2015 constant, om in 2016 naar 13% te stijgen. Het aandeel vrijspraken voor Opiumwetzaken was in 2020 ongeveer een procentpunt hoger dan bij alle misdrijfzaken (8%). In 2019 was dat nog bijna twee procentpunten ​[1,6]​. De ontwikkeling van het aandeel vrijspraken bij Opiumwetzaken hield door de jaren heen ongeveer gelijke tred met de stijging in vrijspraken bij alle misdrijfzaken (incl. ontslagen van rechtsvervolging). Maar het aandeel vrijspraken in Opiumwetzaken kwam in de periode 2011-2013 ruwweg één procentpunt lager uit. Na schommelingen in 2014-2016 kwam het aandeel vrijspraak bij Opiumwetzaken in de jaren daarna dan weer ongeveer een procentpunt hoger uit ​[1,6]​.
  • In de afgelopen tien jaar was het aandeel vrijspraken bij softdrugszaken hoger dan bij harddrugszaken. In 2020 daalde het aandeel vrijspraken bij harddrugszaken naar 5,5%. In 2019 was dat nog 7,3%. Daarentegen steeg het aandeel vrijspraken bij softdrugszaken: van 13,3% in 2019 naar 14,8% in 2020. De stijging bij gecombineerde hard- en softdrugszaken was het sterkste: van 5,8% vrijspraak in 2019 naar 7,3% in 2020.
  • Globaal gezien steeg tot 2016 het aandeel vrijspraken voor harddrugs-, softdrugs- en gecombineerde zaken. Het aandeel vrijspraken bij softdrugszaken steeg het meest. Maar ook bij harddrugszaken was een aanzienlijke stijging waarneembaar. Het aandeel vrijspraken was gemiddeld veelal het laagst bij de gecombineerde hard- en softdrugszaken. Dit aandeel schommelde de afgelopen tien jaar van jaar tot jaar tussen 4,1% en 7,8%.

Aandeel vrijspraakI in eerste aanleg naar soort Opiumwetdelict, 2011-2020 [Figuur 16.4.10]

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Meijer RF, Moolenaar DEG, Choenni R, Van den Braak SW. Criminaliteit en rechtshandhaving 2020. Cahier 2021-22. Den Haag: WODC, CBS, Politie, OM, Raad voor de rechtspraak; 2021 p. 1–190.
  2. 2.
    Regioplan. Notitie opbrengsten groepsgesprekken. 2021.
  3. 3.
  4. 4.
  5. 5.
    Tijdelijke algemene regeling zaaksbehandeling Rechtspraak. Preambule. [Internet]. 2021. Available from: https://www.rechtspraak.nl/coronavirus-(COVID-19)/Paginas/COVID-19-tijdelijke-algemene-regeling-zaaksbehandeling-Rechtspraak.aspx#urgentezaken
  6. 6.
    Meijer RF, Van den Braak SW, Choenni R. Criminaliteit en rechtshandhaving 2019: Ontwikkelingen en samenhangen: Cahier 2020-16. Den Haag: WODC, CBS, Raad voor de rechtspraak; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.