HomeIllegale handel, bezit en productie16.4.4 Beslissingen door het OM in Opiumwetzaken

16.4.4 Beslissingen door het OM in Opiumwetzaken

  • In zowel 2019 als 2020 werd iets minder dan de helft van de verdachten van een Opiumwetdelict door het OM voor de rechter gebracht (respectievelijk 48% en 46%), dat wil zeggen: zij zijn door het OM gedagvaard. Dat is minder dan in de jaren daarvoor (2011-2018).
  • In 2020 is niet alleen het aandeel dagvaardingen bij Opiumwetzaken gedaald; ook het aandeel dagvaardingen in het totaal van door het OM behandelde misdrijfzaken daalde (van 48% in 2019 naar 44% in 2020)​[1]​. Dit strookt met de afspraken tussen het OM en de Rechtspraak in 2020 om de druk op de zittingscapaciteit te verlichten. Vanwege de coronamaatregelen hebben in maart-mei 2020 nagenoeg geen zittingen plaatsgevonden, waardoor de voorraad strafzaken voor behandeling op zitting snel opliep. Daardoor zijn zaken door het OM opnieuw beoordeeld en in toenemende mate door het OM zelf afgedaan ​[1–4]​.
  • Het aandeel transacties bedroeg 1,7% in 2020. Dat is aanzienlijk minder dan in de jaren daarvoor. Door de opkomst van de strafbeschikking daalde dit aandeel al jaren. Meestal gaat het om financiële transacties (ofwel ‘geldsomtransacties’), maar ook vergoeding van schade en taakstraffen vallen hieronder. In 2020 waren er 135 financiële transacties in Opiumwetzaken. Daarmee zette de dalende trend van de afgelopen jaren door: in de periode 2011-2019 daalde dit aantal van afgerond 2.290 naar 305.
  • Het aandeel beleidssepots is in 2020 gestegen naar 13%. In 2014-2018 was dit aandeel stabiel rond 11%. De toename van het aandeel beleidssepots is voornamelijk toe te schrijven aan een stijging van onvoorwaardelijke beleidssepots (7% in 2019 en 10% in 2020), maar ook het aandeel voorwaardelijke beleidssepots is in 2020 gestegen (2,1% in 2019 en 3% in 2020). De stijging van het aandeel beleidssepots in 2020 is mogelijk toe te schrijven aan de coronamaatregelen. Tussen 17 maart en 11 mei 2020 hebben vanwege de maatregelen geen rechtszittingen plaatsgevonden waardoor een werkvoorraad is ontstaan. Tijdelijk beleid van het OM is gericht de beperkte zittingscapaciteit te sparen door wanneer mogelijk relatief eenvoudige zaken met een strafbeschikking af te doen of deze te seponeren.
  • In 2019 was het aandeel technische sepots bijna verdubbeld naar 22% en in 2020 is dat op 23% gestabiliseerd. De aanzienlijke stijging van de technische sepots werd veroorzaakt doordat het OM sinds 2019 alle sepotbeslissingen, waaronder technische sepots, vastlegt in de eigen registratiesystemen en dat alle sepotbeslissingen sindsdien in de uitstroom meegeteld werden. In 2013 tot 2019 registreerde het OM de (technische) sepotbeslissingen ook, maar vond die registratie plaats in het politiesysteem BOSZ (Betere Opsporing door Sturing op Zaken) ​[5,6]​. Voegingen kwamen in de afgelopen tien jaar betrekkelijk weinig voor (< 1%).
  • Het aandeel strafbeschikkingen bleef met 14% in 2020 relatief stabiel. In 2011 werden de eerste strafbeschikkingen bij Opiumwetdelicten geregistreerd. Het aandeel van de strafbeschikkingen was toen 5% en verdubbelde het jaar erop naar 10%. Sinds 2013 schommelt het aandeel strafbeschikkingen rond de 14%.

Afdoening OM in Opiumwetzaken, 2011-2020I, in % [Figuur 16.4.7]

De cijfers over de verschillende typen afdoeningen door het OM verschilden op het eerste gezicht voor harddrugszaken, softdrugszaken en zaken met zowel hard- als softdrugs. Deze verschillen worden echter vertekend door een wijziging in de manier van registreren. Het OM registreert sinds 2019 alle sepotbeslissingen in de eigen systemen en beschouwt ze als uitstroom. Het aandeel technische sepots nam daardoor met tien procentpunten toe.

  • De daling van het aandeel dagvaardingen door het OM bij harddrugszaken in 2019 en 2020 kan vanwege de hierboven genoemde gewijzigde registratiesystematiek bij het OM duiden op een stabilisatie ten opzichte van 2018. Harddrugszaken werden, evenals in de voorgaande jaren, ook in 2019 en 2020 vaker gedagvaard dan softdrugszaken. Bij softdrugszaken lijkt er een daling van het aandeel dagvaardingen te zijn, die niet volledig aan het gewijzigde registratiebeleid kan worden geweten: van 50% in 2018 naar 36% in 2020. Het aandeel dagvaardingen was in 2020 opnieuw het hoogst bij zaken met een combinatie van hard- én softdrugs (71%). In 2018 was dit nog 80% en in 2019 nog 74%. Als we de doorwerking van het gewijzigde registratiebeleid (meer technische sepots) in dit beeld meenemen, zou deze stijging feitelijk een lichte stijging impliceren.

Aandeel dagvaardingen in Opiumwetzaken OM, naar harddrugs, softdrugs en hard- en softdrugsI, 2011-2020, in % [Figuur 16.4.8]

  • De toename van technische sepots bleek bij zowel harddrugszaken als softdrugszaken en gecombineerde zaken zichtbaar. Zoals hierboven besproken lag hier de registratiewijziging van sepotbeslissingen bij het OM aan ten grondslag: het OM registreert sinds 2019 alle sepotbeslissingen in de eigen registratiesystemen en beschouwt ze als uitstroom. Technische sepots kwamen in 2020, net als de tien jaar daarvoor, het meest voor in softdrugszaken. Net als in 2019 was dit in 2020 dit aandeel 27%. In 2020 was dit aandeel bij harddrugszaken 22%, waar het in 2019 nog 19% was. Bij zaken met hard- en softdrugs was dit 9% in zowel 2020 als 2019. Tussen 2011 en 2016 nam het aandeel technische sepots bij softdrugszaken toe van 10% naar 15% en stabiliseerde het tot en met 2018. Bij de harddrugszaken steeg het aandeel ruwweg van 6% in 2011 naar 9% in 2016 en stabiliseerde het eveneens in de twee jaar daarna. Het aandeel technische sepots bij de gecombineerde hard- en softdrugszaken steeg van 4% in 2011 naar 6% in 2013 en fluctueerde tot 2019 rond 5% (niet in figuur).
  • Het aandeel strafbeschikkingen van het OM was in 2020 het hoogste bij softdrugszaken (16%). Dit is een kentering ten opzichte van de afgelopen tien jaar toen het aandeel bij harddrugszaken het grootste was. Bij softdrugszaken was in 2019 het aandeel strafbeschikkingen 15%. Bij harddrugszaken was in 2020 het aandeel 12% en in 2019 was dat 16%. In 2020 was bij gecombineerde drugszaken het aandeel strafbeschikkingen 10%. In 2019 was dit nog 8% (niet in figuur).
  • Het aandeel beleidssepots – voorwaardelijke plus onvoorwaardelijke – was ook in 2020 het hoogst bij softdrugszaken (15%), gevolgd door harddrugszaken (12%). Bij gecombineerde drugszaken was dit het laagst (6%).

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Meijer RF, Moolenaar DEG, Choenni R, Van den Braak SW. Criminaliteit en rechtshandhaving 2020. Cahier 2021-22. Den Haag: WODC, CBS, Politie, OM, Raad voor de rechtspraak; 2021 p. 1–190.
  2. 2.
  3. 3.
  4. 4.
    Tijdelijke algemene regeling zaaksbehandeling Rechtspraak. Preambule. [Internet]. 2021. Available from: https://www.rechtspraak.nl/coronavirus-(COVID-19)/Paginas/COVID-19-tijdelijke-algemene-regeling-zaaksbehandeling-Rechtspraak.aspx#urgentezaken
  5. 5.
    Meijer RF, Van den Braak SW, Choenni R. Criminaliteit en rechtshandhaving 2019: Ontwikkelingen en samenhangen: Cahier 2020-16. Den Haag: WODC, CBS, Raad voor de rechtspraak; 2020.
  6. 6.
    OM. Jaarbericht 2019. Den Haag: Openbaar Ministerie; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.