HomeIllegale handel, bezit en productie16.4.4 Beslissingen door het OM in Opiumwetzaken

16.4.4 Beslissingen door het OM in Opiumwetzaken

  • In 2019 werd ongeveer de helft van de verdachten van een Opiumwetdelict door het OM voor de rechter gebracht (49%), dat wil zeggen: zij zijn door het OM gedagvaard. Dat is minder dan in de voorgaande jaren. In 2015-2018 lag het rond de 55%. Het aandeel daalde tussen 2010 en 2014 (van 64% naar 52%), hetgeen mogelijk te maken heeft met het gegeven dat het OM in oplopende mate meer zaken zelf sanctioneerde met een strafbeschikking.
  • Het aandeel transacties bedroeg 3% in 2019. Dat is aanzienlijk minder dan in de jaren daarvoor. Dit aandeel daalde sinds jaren, met name door de opkomst van de strafbeschikkingen. Meestal gaat het hierbij om financiële transacties (ofwel ‘geldsomtransacties’), maar ook vergoeding van schade en taakstraffen vallen hieronder. In 2019 waren er 304 financiële transacties in Opiumwetzaken. Dat is minder dan in 2018 toen het er 389 waren. In de periode 2010-2017 daalde dit aantal van afgerond 2.300 naar 400.
  • Het aandeel beleidssepots is in 2019 licht gedaald naar 9% door een afname van de onvoorwaardelijke beleidssepots. Sinds 2014 was het stabiel rond 11%. Vanaf 2010 steeg het aandeel beleidssepots (was 5% in 2010).
  • In 2019 is het aandeel technische sepots bijna verdubbeld naar 22%. In de periode 2016-2018 was dit aandeel stabiel op 12%. Vanaf 2010 tot en met 2015 steeg het aandeel beleidssepots licht (7% in 2010 naar 10% vanaf 2013, 2014 en 2015). De aanzienlijke stijging van de technische sepots werd veroorzaakt doordat het OM sinds 2019 alle sepotbeslissingen, waaronder technische sepots, vastlegt in de eigen registratiesystemen en dat alle sepotbeslissingen sindsdien in de uitstroom meegeteld werden. In 2013 tot 2019 registreerde het OM de (technische) sepotbeslissingen ook, maar vond die registratie plaats in het politiesysteem BOSZ (Betere Opsporing door Sturing op Zaken) ​[1,2]​.
  • Voegingen kwamen in de afgelopen tien jaar betrekkelijk weinig voor (< 1%).
  • Het aandeel strafbeschikkingen bleef met 15% in 2019 relatief stabiel. In 2011 werden de eerste strafbeschikkingen bij Opiumwetdelicten geregistreerd. Het aandeel van de strafbeschikkingen was toen 5% en verdubbelde het jaar erop naar 10%. Sinds 2013 schommelt het aandeel strafbeschikkingen rond de 14%.

De cijfers over de afdoening door het OM laten op het eerste gezicht verschillen zien voor harddrugszaken, softdrugszaken en zaken met zowel hard- als softdrugs.  Deze ogenschijnlijke verschillen worden echter vertekend door een wijziging in de manier van registreren.  Het OM registreert sinds 2019 alle sepotbeslissingen in de eigen systemen en beschouwt ze als uitstroom.  Het aandeel technische sepots neemt daardoor met tien procentpunten toe.

  • Als we rekening houden met de gewijzigde registratiesystematiek duidt de ogenschijnlijke daling van het aandeel dagvaardingen door het OM bij harddrugszaken in 2019 op een stabilisatie ten opzichte van 2018. Harddrugszaken werden, evenals in de voorgaande jaren, ook in 2019 vaker gedagvaard dan softdrugszaken. Bij softdrugszaken lijkt er een daling van het aandeel dagvaardingen te zijn, die niet volledig aan het gewijzigde registratiebeleid kan worden geweten: van 50% in 2018 naar 41% in 2019. Het aandeel dagvaardingen was in 2019 opnieuw het hoogst bij zaken met een combinatie van hard- én softdrugs (75%). In 2018 was dit nog 80%.  Rekening houdend met het gewijzigde registratiebeleid zou dit een lichte stijging impliceren.
  • De figuur voor bovenstaande weergegeven toename van technische sepots bleek bij zowel harddrugszaken als softdrugszaken en gecombineerde zaken zichtbaar. Zoals besproken lag hier de registratiewijziging van sepotbeslissingen bij het OM aan ten grondslag: het OM registreert sinds 2019 alle sepotbeslissingen in de eigen registratiesystemen en beschouwt ze als uitstroom. Technische sepots kwamen in 2019, net als de tien jaar daarvoor, het meest voor in softdrugszaken. In 2019 was dit aandeel 27%. In 2018 was dat nog 14%. In 2019 was dit aandeel bij harddrugszaken 19%, waar het in 2018 nog 9% was. Bij zaken met hard- en softdrugs was dit in 2019 9% tegenover 5% in 2018. Tussen 2010 en 2016 nam het aandeel technische sepots bij softdrugszaken toe van 7% naar 15% en stabiliseerde tot en met 2018. Bij de harddrugszaken steeg het aandeel ruwweg van 6% in 2010 naar 9% in 2016 en stabiliseerde eveneens in de twee jaar daarna. Het aandeel technische sepots bij de gecombineerde hard- en softdrugszaken steeg van 4% in 2010 naar 7% in 2013 en fluctueerde tot 2019 rond 5% (niet in figuur).
  • Het aandeel strafbeschikkingen van het OM was in 2019, net als in de 10 voorgaande jaren, het hoogste bij harddrugszaken (16%). In 2018 was dit aandeel 15% (20% in 2017). Het verschil met softdrugszaken werd sinds 2018 minder: in 2019 was het aandeel strafbeschikkingen bij softdrugszaken 15% (15% in 2018 en 12% in 2017). Bij gecombineerde drugszaken is het aandeel strafbeschikkingen 8% in 2019. Dit aandeel schommelde sinds 2014 rond 7% (niet in figuur).
  • Het aandeel beleidssepots – voorwaardelijke plus onvoorwaardelijke – was ook in 2019 het hoogst bij softdrugszaken (10%), gevolgd door harddrugszaken (9%). Bij gecombineerde drugszaken was dit het laagst (4%). Rekening houdend met het veranderde registratiebeleid lijkt het aandeel onvoorwaardelijke beleidssepots stabiel en lijkt het aandeel voorwaardelijke beleidssepots in 2019 licht te zijn toegenomen.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Meijer RF, Van den Braak SW, Choenni R. Criminaliteit en rechtshandhaving 2019: Ontwikkelingen en samenhangen: Cahier 2020-16. Den Haag: WODC, CBS, Raad voor de rechtspraak; 2020.
  2. 2.
    OM. Jaarbericht 2019. Den Haag: Openbaar Ministerie; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype