HomeTabak12.3.4 Opvattingen en rol van ouders

12.3.4 Opvattingen en rol van ouders

Opvattingen van ouders over gebruik van tabak en e-sigaret

De laatste gegevens over de opvattingen en het opvoedgedrag van ouders over het risicogedrag van jongeren zijn afkomstig uit de oudermodule van het Peilstationsonderzoek Scholieren 2019 ​[1]​.

  • Steeds minder ouders van scholieren in het voortgezet onderwijs geven aan te roken in het bijzijn van hun kind. Het percentage daalde geleidelijk van 28% in 2011 naar 14% in 2019. Daarnaast steeg in de periode 2011-2019 het percentage ouders dat aangaf dat roken in huis niet is toegestaan van 76% naar 97%. Meer jongeren groeien dus thuis ‘rookvrij’ op.
  • De grote meerderheid van de ouders geeft aan dat zij gemakkelijk met hun kind kunnen praten over roken (96%). Dit is vrijwel onveranderd sinds 2011.
  • Voor het stellen van regels over het roken geeft 68% van de ouders aan dat hun kind zeker niet een trekje van een sigaret mag nemen. Van de ouders geeft 82% aan dat hun kind zeker niet af en toe een sigaret mag roken of voor zijn/haar 18e jaar mag roken. Dit laatste percentage is iets afgenomen sinds 2015 (85%).
  • Bijna twee derde van de ouders (63%) heeft er vertrouwen in dat zij effectieve maatregelen kunnen nemen om te voorkomen dat hun kind gaat roken. Dat is hoger dan in 2007 (48%). Veel minder ouders hebben er vertrouwen in dat zij er voor kunnen zorgen dat hun kind niet gaat roken (47%). Er zijn hierin nauwelijks verschillen sinds 2011.
  • Bijna alle ouders geven aan dat zij af en toe roken voor jongeren onder de 18 jaar schadelijk vinden. Sinds 2015 steeg dit percentage van 72% naar 94%. Volgens 89% van de ouders is meeroken voor jongeren onder de 18 jaar schadelijk en ook dit percentage is sinds 2015 toegenomen (2015: 85%).
  • Iets minder dan de helft van de ouders (45%) heeft met hun kind de afspraak gemaakt dat hij/zij niet zal roken voor het 18e jaar en 35% heeft niet alleen een afspraak over niet-roken maar ook over niet-drinken (NIX18 afspraak). Dit is een stijging vergeleken met 2015  toen 28% een dergelijke afspraak had gemaakt. Tenslotte heeft 10% alleen een niet-roken afspraak gemaakt en ook dit is een stijging vergeleken met 2015 (5%).
  • Van driekwart van de ouders mag hun kind zeker geen trekje van een e-sigaret nemen en van 86% niet af en toe een e-sigaret gebruiken.
  • De meerderheid van de ouders denkt dat af en toe een e-sigaret gebruiken schadelijk is voor jongeren. Sinds 2015 steeg dit percentage van 64% naar 90% in 2019.

Rol van risicoperceptie van roken en het stellen van regels door ouders

In het Peilstationsonderzoek Scholieren van 2015 is ook onderzoek gedaan naar de risicoperceptie van roken en de rol van de ouders volgens de jongeren zelf ​[2]​. Risicoperceptie is gemeten door aan scholieren te vragen of zij denken dat het nogal schadelijk of erg schadelijk is om af en toe of dagelijks te roken.

  • Van de leerlingen die géén schadelijkheid veronderstellen, rookte 14% in de afgelopen maand. Van de leerlingen die wél schadelijkheid veronderstellen rookte 4%.
  • In 2015 is de perceptie van de risico’s van dagelijks roken significant lager bij VMBO-b leerlingen (82%) dan bij respectievelijk VMBO-t leerlingen (91%), HAVO leerlingen (94%) en VWO leerlingen (97%).
  • Leerlingen van wie de ouders strenge regels stellen, roken minder vaak dan leerlingen van wie de ouders geen strenge regels stellen: 33% van de leerlingen die géén strenge regels rapporteerden rookten in de afgelopen maand, tegenover 5% van de leerlingen die wél strenge regels rapporteerden.

Regels door ouders

In de HBSC-studie van 2017 is aan de scholieren gevraagd of hun ouders regels stellen met betrekking tot roken ​[3]​.

  • Van de scholieren geeft 85% aan dat zij niet mogen roken van hun ouders en dat er thuis zeker niet binnen gerookt mag worden.
  • Jongere scholieren geven vaker aan dat hun ouders strenge rookregels stellen vergeleken met oudere scholieren. In de periode 2009-2017 is het percentage jongeren dat aangeeft zeker niet te mogen roken van hun ouders gestegen van 71% naar 87%.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Monshouwer K, Van Dorsselaer S, Rombouts M. Factsheet: Peilstationsonderzoek Ouders 2019: Ouders over het gebruik van tabak, alcohol, cannabis en de e-sigaret door jongeren. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  2. 2.
    Tuithof M, Van Dorsselaer S, Monshouwer K. Veranderingen in middelengebruik onder Nederlandse scholieren: samenhang met schoolniveau. Utrecht: Trimbos-instituut; 2017.
  3. 3.
    Stevens, G.; Van Dorsselaer, S.; Boer, M.; De Roos, S.; Duinhof, E.; Ter Bogt, T.; Van den Eijnden, R.; Kuyper, L.; Visser, D.; Vollebergh, W.; De Looze, M. HBSC 2017: Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht, Trimbos-Insituut en SCP i.s.m. RIVM; 2018.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype