Home ❯ Tabak ❯ 12.2.5 Speciale groepen in de algemene bevolking

12.2.5 Speciale groepen in de algemene bevolking

In het kort: In 2025 rookte 5,5% van de zwangere vrouwen op enig moment tijdens de zwangerschap, 1,8% rookte gedurende de hele zwangerschap. Deze percentages zijn gedaald vergeleken met de eerste meting in 2016. Van alle vrouwen die in 2025 in de vier weken vóór de zwangerschap rookten, is 82,5% gestopt tijdens de zwangerschap en tot het einde van de zwangerschap gestopt gebleven. Slecht een klein deel van de zwangere vrouwen maakte gebruik van stoppen-met-roken ondersteuning. Verschillende internationale onderzoeken laten zien dat het percentage rokers hoger is onder mensen met een psychische stoornis. Bijna de helft van de Nederlanders met een depressie rookt. De relatie tussen roken en depressie is ingewikkeld.

Hoeveel vrouwen roken rond de zwangerschap?

Bijna één op de vijftig vrouwen rookt gedurende de hele zwangerschap

In 2025 rookte van alle zwangere vrouwen ongeveer een op de tien (10,9%) in de vier weken vóór de zwangerschap. Tijdens de zwangerschap rookt 1,8% gedurende de hele zwangerschap en 5,5% rookt op enig moment.

Van de vrouwen die in de vier weken vóór de zwangerschap rookten is 82,5% succesvol gestopt tijdens de zwangerschap. Onder vrouwen die vóór of op enig moment tijdens de zwangerschap roken én een stoppoging doen is 10,6% gestopt toen ze probeerden zwanger te worden, 73,1% na een positieve zwangerschapstest, 15,7% na een gesprek met een zorgverlener en 0,6% op een ander moment.

In 2025 kwam het roken vóór, tijdens of na de zwangerschap het vaakst voor onder 16-29-jarigen, vrouwen met een basisonderwijs/voortgezet onderwijs/mbo opleiding en onder vrouwen die niet samenwonen met een partner.Meer over roken tijdens de zwangerschap onder verschillende groepen lees je in de Monitor Middelengebruik en Zwangerschap 2025.

Percentage vrouwen dat tijdens de zwangerschap rookt is gedaald

Vergeleken met de eerste meting in 2016, rookten in 2025 minder vrouwen vóór, tijdens de (hele) zwangerschap en na de zwangerschap. Vergeleken met de vorige meting uit 2023 is er in 2025 geen significante verandering, maar de dalende trend van roken voor en tijdens de zwangerschap lijkt zich wel voort te zetten. In 2025 rookte 16,1% van de vrouwen die vóór de zwangerschap rookte, gedurende de hele zwangerschap. Dit is lager dan in 2016 (23,9%) maar vergelijkbaar met 2023 (18,9%).

Groot deel van de vrouwen stopt tijdens de zwangerschap met roken

Van alle vrouwen in 2025 die in de vier weken vóór de zwangerschap rookten, is 82,5% gestopt tijdens de zwangerschap. Deze vrouwen zijn tot en met het einde van de zwangerschap gestopt gebleven. Het merendeel van de vrouwen die een succesvolle stoppoging doet tijdens de zwangerschap, doet dit in het eerste trimester (63,5%). In het tweede trimester stopt 34,0% en in het derde trimester 2,5% Van de vrouwen die niet succesvol stoppen, heeft 68% wel een stoppoging (minimaal 24 uur) gedaan. Deze cijfers laten zien dat veel vrouwen gemotiveerd zijn om tijdens de zwangerschap te stoppen met roken.

Meer over stoppen met roken tijdens de zwangerschap lees je in de Monitor Middelengebruik en Zwangerschap 2025.

Ongeveer een kwart van de partners rookt voor, tijdens of na de zwangerschap

In 2025 gaf ongeveer een kwart van de zwangere vrouwen aan dat hun partner voor (23,8%), tijdens (25,4%) of na (23,6%) de zwangerschap rookte. Vergeleken met de eerste meting in 2016 is het percentage partners dat voor de zwangerschap rookt in 2025 gedaald. Het percentage partners dat tijdens of na de zwangerschap rookt is in de periode 2016-2025 ongeveer gelijk gebleven.

Meer over het roken onder partners lees je in de Monitor Middelengebruik en Zwangerschap 2025.

Weinig vrouwen maken gebruik van stoppen-met-roken ondersteuning tijdens zwangerschap

In 2025 maakte 17,8% van de vrouwen die op enig moment tijdens hun zwangerschap rookten en een stoppoging deden, gebruik van stoppen-met-roken ondersteuning. De twee meest genoemde vormen van ondersteuning waren nicotinevervangende middelen (11,7%) en begeleiding van een professional (6,2%).

Hoeveel mensen met een psychische stoornis roken?

Percentage rokers is hoger onder mensen met een psychische stoornis

Verschillende internationale onderzoeken tonen aan dat het percentage rokers hoger is onder mensen met een psychische stoornis ​[1–4]​. Roken is een belangrijke reden waarom de levensverwachting van mensen met een psychische stoornis korter is ​[4]​.

Bijna de helft van de Nederlanders met een depressie rookt

Naar schatting rookt bijna de helft (46%) van de Nederlanders van 18-64 jaar met een depressie. Dit blijkt uit de NEMESIS studie uit 2007-2009 ​[5]​. Dat zijn ongeveer 1,5 keer zoveel rokers als in de algemene bevolking van 18-64 jaar in dezelfde periode (32%). Omgekeerd blijkt ook dat onder rokers een depressieve stoornis vaker voorkomt. Rokers hebben twee keer zo vaak een depressie (in het jaar voorafgaand aan het onderzoek) vergeleken met niet-rokers (8% versus 4%). Mensen met een depressie leven gemiddeld 7 tot 11 jaar korter dan mensen uit de algemene bevolking. Geschat wordt dat de helft van deze verhoogde sterfte komt door de gevolgen van roken.

Relatie tussen roken en depressie is ingewikkeld

De relatie tussen roken en depressie is ingewikkeld ​[5]​. Voor een deel wordt deze relatie verklaard door gemeenschappelijke risicofactoren, zoals werkloosheid, stress, of bepaalde genen. Deze risicofactoren vergroten zowel de kans op een depressie als de kans om te gaan roken. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat roken de kans vergroot op een latere depressie. Omgekeerd zijn er ook aanwijzingen dat een depressie de kans vergroot om te gaan roken. Mensen met een depressie zijn ook minder succesvol in het stoppen met roken dan mensen zonder een depressie. Er zijn géén aanwijzingen dat stoppen of minderen met roken een depressie erger maakt. Integendeel, het risico op een depressie lijkt juist af te nemen door te stoppen of te minderen met roken.

De gegevens over alcoholgebruik tijdens de zwangerschap komen uit de Monitor Middelengebruik en Zwangerschap die in 2025 voor de vijfde keer in Nederland is uitgevoerd ​[6]​. Voor dit onderzoek heeft een steekproef van 1.588 vrouwen met jonge kinderen (jonger dan 2 jaar) op het consultatiebureau een korte vragenlijst ingevuld over hun middelengebruik vóór, tijdens en na de zwangerschap. Deze methode was vergelijkbaar met de Monitor Middelengebruik en Zwangerschap uit 2016, 2018, 2021 en 2023. Meer over de opzet van het onderzoek lees je in de Monitor Middelengebruik en Zwangerschap 2025.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Minichino A, Bersani FS, Calò WK, Spagnoli F, Francesconi M, Vicinanza R, et al. Smoking behaviour and mental health disorders-mutual influences and implications for therapy. Vol. 10, International Journal of Environmental Research and Public Health. 2013. p. 4790–4811.
  2. 2.
    Fornaro M, Carvalho AF, De Prisco M, Mondin AM, Billeci M, Selby P, et al. The prevalence, odds, predictors, and management of tobacco use disorder or nicotine dependence among people with severe mental illness: Systematic review and meta-analysis. Vol. 132, Neuroscience & Biobehavioral Reviews. 2022. p. 289–303.
  3. 3.
    de Leon J, Diaz FJ. A meta-analysis of worldwide studies demonstrates an association between schizophrenia and tobacco smoking behaviors. Vol. 76, Schizophrenia research. 2005. p. 135–157.
  4. 4.
    Prochaska JJ, Das S, Young-Wolff KC. Smoking, Mental Illness, and Public Health. Vol. 38, Annual Review of Public Health. 2017. p. 165–185.
  5. 5.
    Monshouwer K, Blankers M, Van der Meer R, Van Laar MW. Factsheet: Roken en depressie. Utrecht: Trimbos-instituut; 2017.
  6. 6.
    Smits R, Morren K, Tuithof M. Monitor Middelengebruik en Zwangerschap 2025: middelengebruik van vrouwen vóór, tijdens en na de zwangerschap [Internet]. Utrecht: Trimbos instituut; 2026. Available from: https://www.trimbos.nl/wp-content/uploads/2026/08/TRI52-005-Rapport-Monitor-Middelengebruik-en-Zwangerschap-2025.pdf

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.