HomeTabak12.2.2 Gebruik onder groepen in de volwassen bevolking

12.2.2 Gebruik onder groepen in de volwassen bevolking

Snel naar:

Deze paragraaf beschrijft kerncijfers over het gebruik van tabak in de bevolking van 18 jaar en ouder op basis van de Gezondheidsenquête, jaarlijks uitgevoerd door het CBS in samenwerking met het RIVM en het Trimbos-instituut ​[1]​. Aanvullende gegevens zijn afkomstig uit de tweejaarlijkse Aanvullende Module Middelen van de Leefstijlmonitor (LSM-A) 2020 (zie bijlage A1 en A2). Daar waar resultaten zijn opgenomen uit de LSM-A, wordt dit apart vermeld.

De cijfers over rookgedrag kunnen worden uitgesplitst naar geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, migratieachtergrond en regio.

Geslacht

Meer mannen dan vrouwen roken wel eens. Dit geldt ook voor het dagelijkse roken. In 2021 rookte 24,7% van de mannen wel eens, vergeleken met 16,6% van de vrouwen. Van de mannen rookte 18,2% dagelijks, vergeleken met 12,2% van de vrouwen. Tussen 2014 en 2021 daalde het percentage rokers onder de mannen van 29,6% naar 24,7% en daalde het onder de vrouwen van 21,9% naar 16,6%. In deze periode daalde het percentage dagelijkse rokers onder de mannen van 22,4% naar 18,2% en daalde het onder de vrouwen van 17,0% naar 12,2% (zie ook de figuren in § 12.2.1).

Leeftijd

Onderstaand figuur toont het percentage rokers en het percentage dagelijkse rokers voor verschillende leeftijdsgroepen.

  • Onder de mensen van 65 jaar en ouder lag het percentage rokers lager dan in de andere leeftijdsgroepen. Daarbij lag onder de mensen van 75 jaar en ouder het percentage rokers weer lager dan onder de mensen van 65-74 jaar. Onder de 20-24-jarigen en de 25-29-jarigen lag het percentage rokers hoger dan onder de leeftijdsgroepen vanaf 40 jaar.
  • Het percentage dagelijkse rokers lag onder mensen van 65 jaar en ouder lager dan in de meeste andere leeftijdsgroepen (met uitzondering van de 18-19-jarigen en de 25-29-jarigen). Daarbij lag onder de mensen van 75 jaar en ouder het percentage dagelijkse rokers weer lager dan onder de mensen van 65-74 jaar.
  • Het percentage rokers lag in 2021 in de meeste leeftijdsgroepen lager dan in 2014 (alleen onder de leeftijdsgroepen 18-19 jaar, 30-39 jaar en 75 jaar en ouder bleef het percentage ongeveer gelijk).
  • Ook het percentage dagelijkse rokers was in de meeste leeftijdsgroepen in 2021 lager dan in 2014 (alleen in de leeftijdsgroepen 18-19 jaar, 65-74 jaar en 75 jaar en ouder bleef het percentage ongeveer gelijk).

Figuur 12.2.3       Percentage rokers en dagelijkse rokers naar leeftijdsgroep. Peiljaar 2021

Opleidingsniveau

Het percentage rokers ligt het laagst onder de hoogopgeleiden. Ook het percentage dagelijkse rokers ligt het laagst onder de hoogopgeleiden (zie onderstaand figuur).

  • In alle peiljaren lag het percentage rokers en dagelijkse rokers onder de laag- en middelbaar opgeleiden beduidend hoger dan onder de hoogopgeleiden. Tussen de middelbaar- en de laagopgeleiden waren er nauwelijks verschillen in het percentage rokers. Wel was het percentage dagelijkse rokers onder de laagopgeleiden hoger dan onder de middelbaar opgeleiden.
  • Onder zowel laag-, middelbaar-, als hoogopgeleide volwassenen is er tussen 2014 en 2021 sprake van een geleidelijke afname in het percentage volwassenen dat wel eens rookt. Tussen 2020 en 2021 bleef het percentage echter vrijwel gelijk. Ook het percentage dagelijkse rokers daalde geleidelijk in alle opleidingsniveaus, waarbij de percentages tussen 2020 en 2021 vrijwel gelijk bleven.
  • Het percentage rokers en dagelijks rokers is tussen 2014 en 2021 relatief gezien het sterkst gedaald onder de hoogopgeleide volwassenen.
  • De verschillen in het roken tussen hoog- en laagopgeleiden vormen een belangrijke oorzaak van sociaaleconomische gezondheidsverschillen ​[2]​.

Figuur 12.2.4       Percentage rokers (dagelijks en niet dagelijks) van 18 jaar en ouder naar opleidingsniveau, 2004-2021

Figuur 12.2.5       Percentage dagelijkse rokers in de bevolking van 18 jaar en ouder naar opleidingsniveau, 2004-2021

Migratieachtergrond

Zowel het percentage rokers als het percentage dagelijkse rokers ligt hoger onder mensen met een migratieachtergrond (zie onderstaande tabel). Dit geldt zowel voor mensen met een Westerse migratieachtergrond als voor mensen met een niet-Westerse migratieachtergrond. Vergeleken met 2014 lag in 2021 het percentage rokers lager onder mensen met een Nederlandse achtergrond en een niet-Westerse migratieachtergrond, maar dit gold niet voor mensen met een Westerse migratieachtergrond. Hetzelfde patroon werd gevonden voor het percentage dagelijkse rokers.

Tabel 12.2.2         Percentage rokers en dagelijkse rokers van 18 jaar en ouder naar migratieachtergrond. Peiljaren 2014 en 2021

Regionale verschillen in roken

In 2020 is de gezamenlijke Gezondheidsmonitor van de GGD’en, het CBS en het RIVM uitgevoerd onder volwassenen van 18 jaar en ouder ​[3]​.

  • Het percentage rokers is niet gelijk verdeeld over Nederland. In enkele verstedelijkte gebieden in de Randstad (GGD-regio’s Rotterdam-Rijnmond en Amsterdam) en de GGD-regio’s in het noorden en zuiden van het land (Groningen en Zuid-Limburg) wordt het meest gerookt.
  • Het percentage rokers was in 2020 het hoogst in de GGD-regio Amsterdam (20,4%). In de GGD-regio Zuid-Holland Zuid werd in 2020 het minst gerookt (14,5%). 

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Bommelé J, Willemsen M. Factsheet: Kerncijfers roken 2021. Utrecht: Trimbos-instituut, Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging; 2022.
  2. 2.
    Springvloet L, Kuipers MAG, Van Laar MW. Effecten van tabaksontmoedigende beleidsmaatregelen onder rokers met een lage sociaaleconomische status. Utrecht: Trimbos-instituut; 2017.
  3. 3.
    Volksgezondheidenzorg.info. Rokers 2020: Per GGD-regio, 18 jaar en ouder: 09-09-2021 [Internet]. 2021. Available from: https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/roken/regionaal-internationaal/regionaal#node-rokers-ggd-regio

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.