HomeTabak12.2.5 Speciale groepen in de algemene bevolking

12.2.5 Speciale groepen in de algemene bevolking

Zwangeren

Via de Monitor Zwangerschap en Middelengebruik is het middelengebruik voor, tijdens en na de zwangerschap onderzocht. Aan dit onderzoek namen 1.855 Nederlandse moeders deel die het Consultatiebureau bezochten met een kind van 0-2 jaar in het najaar van 2018 ​[1]​.

  • In de vier weken voor de zwangerschap rookte 15,2% van de moeders. Tijdens de zwangerschap daalde het percentage: 7,4% van de moeders had op enig moment tijdens de zwangerschap gerookt en 3,5% gedurende de hele zwangerschap. Na de zwangerschap steeg de prevalentie van roken weer: 10,6% van de moeders heeft na de zwangerschap weer gerookt. Ten opzichte van 2016 zijn deze percentages gelijk gebleven.
  • Met name jongere moeders (18-24 jaar), moeders met een laag of middelbaar opleidingsniveau en moeders die zonder partner wonen, hadden vaker op enig moment tijdens de zwangerschap gerookt. Er waren geen verschillen als het gaat om migratieachtergrond en stedelijkheid.
  • Bij alle opleidingsniveaus is hetzelfde patroon zichtbaar: het percentage rokers is het hoogst vóór de zwangerschap en het laagst tijdens de zwangerschap. Verder bleek dat 11% van de laagopgeleide moeders gedurende de gehele zwangerschap is blijven roken, 5% van de middelbaar opgeleide moeders en 0,6% van de hoogopgeleide moeders ​[1]​.

Uit een verkennend onderzoek bleek dat kraamverzorgenden vooral de gevaren van meeroken bespreken met kraamvrouwen. Ze bespreken minder vaak het stoppen met roken. Kraamverzorgenden kunnen na de zwangerschap een belangrijke rol spelen om kraamvrouwen te helpen rookvrij te worden of te blijven ​[2]​.

Mensen met psychische stoornissen

Mensen met psychische stoornissen (inclusief andere verslavingen en schizofrenie) roken meer en vaker dan gemiddeld: het percentage rokers ligt naar schatting twee tot vier keer zo hoog als in de algemene bevolking ​[3]​. Roken is een belangrijke oorzaak voor de aanzienlijk kortere levensverwachting in deze groep. Voor mensen met een stemmingsstoornis zijn gegevens uit de studie NEMESIS 2007-2009 in de algemene bevolking van 18-64 jaar beschikbaar ​[4]​.

  • Uit de cijfers over de periode 2007-2009 bleek dat bijna de helft (46%) van de Nederlanders met een depressie rookte. Dat zijn ongeveer 1,5 maal zoveel rokers vergeleken met de algemene bevolking van 18-64 jaar (32%) in dezelfde periode.
  • Omgekeerd blijkt ook dat onder rokers een depressieve stoornis vaker voorkomt. Rokers hebben twee keer zo vaak te kampen met een depressie (in het jaar voorafgaand aan het onderzoek) vergeleken met niet-rokers (8% versus 4%).
  • Mensen met een depressie leven gemiddeld 7 tot 11 jaar korter dan mensen uit de algemene bevolking. Geschat wordt dat de helft van deze verhoogde sterfte is toe te schrijven aan de gevolgen van roken.
  • De relatie tussen roken en depressie is complex. Voor een deel wordt deze relatie verklaard door gemeenschappelijke risicofactoren, zoals werkloosheid, stress, of bepaalde genen. Deze risicofactoren vergroten zowel de kans op een depressie als de kans om te gaan roken. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat roken de kans vergroot op een latere depressie. Omgekeerd zijn er ook aanwijzingen dat een depressie de kans vergroot om te gaan roken.
  • Een depressie lijkt ook bij te dragen aan het in stand houden van het roken, mensen met een depressie zijn namelijk minder succesvol in het stoppen met roken dan mensen zonder een depressie. Er zijn géén aanwijzingen dat stoppen of minderen met roken het beloop van een depressie ongunstig beïnvloedt. Integendeel, het risico op een depressie lijkt juist af te nemen door te stoppen of te minderen met roken.
  • Roken heeft bij sommige mensen een negatieve invloed op het cognitieve functioneren. Bij patiënten met een psychose die stoppen met roken is een verband gevonden met beter cognitief functioneren. Dat verband is niet gevonden bij niet-patiënten ​[5]​.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Scheffers-Van Schayck, T., Den Hollander. W., Van Belzen, E. Monshouwer, K. & Tuithof, M. Monitor Middelengebruik en Zwangerschap 2018. Utrecht: Trimbos-instituut. 2019. p. 1–16.
  2. 2.
    Van Aerde M, Willemse E, Bommelé J. Stoppen-met-roken beleid in de kraamzorg: Een verkenning. Utrecht: Trimbos-instituut, Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging; 2020.
  3. 3.
    Minichino A, Bersani FS, Calò WK, Spagnoli F, Francesconi M, Vicinanza R, et al. Smoking behaviour and mental health disorders-mutual influences and implications for therapy. Vol. 10, International Journal of Environmental Research and Public Health. 2013. p. 4790–4811.
  4. 4.
    Monshouwer K, Blankers M, Van der Meer R, Van Laar MW. Factsheet: Roken en depressie. Utrecht: Trimbos-instituut; 2017.
  5. 5.
    Vermeulen JM, Schirmbeck F, Blankers M, Van Tricht M, Bruggeman R, Van Den Brink W, et al. Association between smoking behavior and cognitive functioning in patients with psychosis, siblings, and healthy control subjects: Results from a prospective 6-year follow-up study. Vol. 175, American Journal of Psychiatry. 2018. p. 1121–1128.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype