Hoeveel roken volwassen rokers?
In het kort: In 2025 rookten volwassenen rokers gemiddeld 9,2 sigaretten per dag. Van alle volwassenen rookte 2,3% gemiddeld 20 sigaretten per dag of meer. Dit noemen we ook wel zwaar roken. Zwaar roken komt vaker voor onder mannen en volwassenen met een opleiding in het basisonderwijs, lbo, mavo, vmbo of mbo-niveau 1.
Rokers roken gemiddeld bijna 9 sigaretten per dag
In 2025 rookten volwassen rokers gemiddeld 9,2 sigaretten per dag. Mannen rookten gemiddeld 9,8 sigaretten per dag en vrouwen rookten gemiddeld 8,4 sigaretten per dag.
Ongeveer een op de vijftig volwassenen rookt zwaar
In 2025 rookte 2,3% van de volwassenen gemiddeld 20 sigaretten per dag of meer. We noemen dit ook wel zwaar roken. Zwaar roken komt twee keer zo vaak voor onder mannen (3,2%) dan onder vrouwen (1,4%).
Zwaar roken komt vaker voor onder 35-plussers dan onder 25-34-jarigen
In 2025 het percentage volwassenen dat zwaar rookt het hoogst onder 35-plussers (2,6%) en het laagst onder 25-34-jarigen (1,4%). Het percentage volwassenen dat zwaar rookt onder 18-24-jarigen zat hier tussenin (1,7%), maar verschilde niet significant van de andere leeftijdsgroepen.
Zwaar roken komt het vaakst voor onder volwassenen met een opleiding in het basisonderwijs, lbo, mavo vmbo of mbo-niveau 1
In 2025 kwam zwaar roken het vaakst voor onder volwassenen met een opleiding in het basisonderwijs, lbo, mavo vmbo of mbo-niveau 1 (4,6%) en het minst vaak onder volwassenen met een hbo- of universitaire opleiding (0,9%). Het percentage onder volwassenen met een mbo-niveau 2-4, havo- of vwo-opleiding (2,6%) zat daar tussenin.
Meer over zwaar roken lees je in de Factsheet Kerncijfers Roken 2025.
Landelijke cijfers over middelengebruik onder volwassenen
Landelijke prevalentiecijfers over middelengebruik onder volwassenen worden verzameld in de Leefstijlmonitor. De Leefstijlmonitor bestaat uit meerdere bronnen. Voor drugs gaat het om de Gezondheidsenquête (GE) en de Aanvullende Module Middelen (LSM-A Middelen) Beide onderzoeken zijn representatief voor de volwassen Nederlandse bevolking. Zie voor meer informatie: Bijlage A.
De hoofdbron voor middelengebruik onder volwassenen van 18 jaar en ouder is de Gezondheidsenquête (GE). De GE wordt elk jaar uitgevoerd door het CBS. De gegevens over onder andere middelengebruik worden verzameld met een online vragenlijst of persoonlijk interview. Bij het persoonlijke interview vullen deelnemers gevoelige vragen over bijvoorbeeld drugsgebruik zelf in via een computer. Roken wordt sinds 2015 op vergelijkbare wijze uitgevraagd in de vragenlijst van de GE. In 2025 vulden 7.891 volwassenen van 18 jaar en ouder de vragenlijst van de GE in.
Verdiepende gegevens over middelengebruik komen uit de Aanvullende Module Middelen (LSM-A Middelen). De LSM-A Middelen is een aparte verdiepende vragenlijst die sinds 2016 om de twee jaar wordt uitgezet. De vragenlijsten worden meestal digitaal afgenomen, maar ook via een (telefonisch) interview. Bij het persoonlijke interview vullen deelnemers gevoelige vragen over bijvoorbeeld drugsgebruik zelf in via een computer. De LSM-A Middelen bevat naast de vragen over de middelen die in de GE worden meegenomen ook vragen over middelen zoals truffels, nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) en psychoactieve medicatie. Daarnaast worden sommige drugs, zoals cocaïne en crack, apart uitgevraagd, terwijl deze in de GE onder één categorie vallen. Ook worden aanvullende vragen gesteld over gebruiksfrequentie, aankooplocaties, gezondheidsproblemen en hulpzoekgedrag. In 2024 vulden 10.085 volwassenen van 18 jaar en ouder de vragenlijst van de LSM-A Middelen in.
Hoe te verwijzen
Nationale Drug Monitor, editie
2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.