HomeAlcohol11.4.2 Alcoholmisbruik en –afhankelijkheid

11.4.2 Alcoholmisbruik en –afhankelijkheid

Nederlandse cijfers over alcoholmisbruik en alcoholafhankelijkheid

De meest recente gegevens over alcoholmisbruik en –afhankelijkheid onder de volwassen Nederlandse bevolking dateren uit 2007-2009 ​[1]​. Naar schatting zijn de gegevens van het NEMESIS-3 onderzoek eind 2021 of 2022 beschikbaar.

  • Volgens gegevens van het NEMESIS-2-onderzoek uit 2007-2009 voldeed op jaarbasis naar schatting tussen 0,3 en 1,2% van de bevolking van 18-64 jaar aan de diagnose alcoholafhankelijkheid (DSM 4e gewijzigde editie). Naar schatting 2,9% – 4,5% van de respondenten voldeed aan de diagnose alcoholmisbruik.
  • Alcoholstoornissen komen vaker voor onder mannen dan vrouwen (tabel 11.4).
  • Omgerekend naar de bevolking van 18-64 jaar ging het om naar schatting 82.400 mensen met alcoholafhankelijkheid. Het aantal mensen met alcoholmisbruik is bijna vijf keer hoger (395.600).
  • In dit bevolkingsonderzoek ontbraken jongeren onder 18 jaar, ouderen boven 65 jaar, mensen die de Nederlandse taal niet voldoende machtig zijn en mensen die dakloos zijn of langere tijd in een instelling verblijven. In hoeverre dit de gegevens heeft beïnvloed is niet bekend.

Tabel 11.4             Jaarprevalentie en aantallen mensen met een alcoholstoornis, naar geslacht. Peiljaar 2007- 2009

Bovengenoemde eerste meting van het NEMESIS-2-onderzoek werd uitgevoerd tussen 2007 en 2009 ​[1]​. Drie jaar later, tussen 2010 en 2012, werd een tweede meting uitgevoerd ​[2]​. Op deze manier kon worden onderzocht hoeveel mensen die nog nooit een alcoholprobleem hadden gehad, binnen de periode van een jaar alsnog een alcoholprobleem kregen (incidentie).

  • Binnen de periode van een jaar kreeg 0,73% voor het eerst te maken met alcoholmisbruik en 0,15% met alcoholafhankelijkheid. Omgerekend naar aantallen gaat het jaarlijks om 66.000 nieuwe gevallen van alcoholmisbruik en 15.300 nieuwe gevallen van alcoholafhankelijkheid.

Beloop van alcoholstoornissen

Het beloop van alcoholstoornissen blijkt in de algemene bevolking veel gunstiger dan op basis van klinische studies werd verwacht: 70% herstelt binnen 3 jaar, toch drinkt meer dan een derde nog steeds substantieel (meer dan 7 glazen alcohol per week voor vrouwen of meer dan 14 glazen alcohol per week voor mannen) ​[3]​.

  • Een chronisch beloop (aanwezigheid van een alcoholstoornis 3 jaar later) komt vaker voor bij mensen met meer symptomen van misbruik of afhankelijkheid, bij meer alcoholgebruik, meer beperkingen ten gevolge van de stoornis of een gelijktijdige angststoornis.
  • Sociaal demografische kenmerken, roken, een gelijktijdige depressie, drugsverslaving en kwetsbaarheidsfactoren (ouderlijke psychopathologie, traumatisering als kind) blijken géén voorspellers te zijn van een chronisch beloop.

Terugval

Ook terugval blijkt zeldzaam in de algemene bevolking, althans op relatief korte termijn: slechts 12% van de personen die klinisch zijn hersteld ontwikkelde binnen 3 jaar opnieuw een alcoholstoornis ​[4]​.

  • De kans op terugval is vooral groot bij personen die veel symptomen van misbruik of afhankelijkheid hadden en die na herstel opnieuw overmatig zijn gaan drinken.
  • De onderzoekers concluderen dat aandacht voor drinkpatronen tijdens de periode waarin herstel is opgetreden van belang is voor behandeling en terugvalpreventie. Met name mensen met een geschiedenis van ernstige alcoholproblematiek hebben mogelijk baat bij volledige onthouding van alcohol of een erg laag niveau van alcoholgebruik. Gecontroleerd drinken op een hoger niveau lijkt alleen mogelijk voor personen zonder een geschiedenis van ernstige problematiek.

Problematisch alcoholgebruik onder 55-plussers

  • In de algemene bevolking wordt, volgens de cijfers van het NEMESIS-2-onderzoek, de diagnose alcoholmisbruik of alcoholafhankelijkheid bij 55-plussers minder vaak gesteld (1,3%) dan bij 18-54-jarigen (3,9%) ​[5]​.
  • Daarentegen wordt in de huisartsenpraktijk “problematisch alcoholgebruik” (chronisch alcoholgebruik of acuut alcoholmisbruik/intoxicatie) wel net iets vaker onder 55-plussers (0,85%) dan onder jongere volwassenen (0,67%) gesteld ​[5]​.
  • Huisartsen registreerden in 2015 in de groep 55-64 jarigen meer problematisch alcoholgebruik dan in 2010 (van 0,98% in 2010 naar 1,13% in 2015). Onder 65-plussers was er geen verandering ​[5]​.
  • Alcoholproblematiek bij 55-plussers hangt onder meer samen met eenzaamheid, stressfactoren (ziekte, mantelzorg, overlijden, scheiding), genetische aanleg, beschikbaarheid van alcohol, onvoldoende kennis over alcohol en het ontbreken van een dagstructuur. Ook speelt mee dat ouderen slechts beperkt door hulpverleners en mensen in de omgeving worden aangesproken op hun alcoholgebruik ​[5]​.

Problematisch alcoholgebruik onder jongeren

TRAILS (TRacking Adolescents’ Individual Lives Survey) is een langlopend longitudinaal onderzoek naar de psychische, sociale en lichamelijke ontwikkeling van adolescenten en jongvolwassenen. Het onderzoek is gestart in 2004 en volgt sindsdien deelnemers van 10-12 jaar. In 2019 vond de 7e meting plaats.

  • Dit onderzoek toonde aan dat van de psychische stoornissen die in de kindertijd en adolescentie ontstaan, probleemgebruik van alcohol (en drugs) als laatste ontstaan, vanaf ongeveer 14-jarige leeftijd, dat is (ver) na de leeftijd waarop aandachts- en gedragsstoornissen, fobieën, angststoornissen en stemmingsstoornissen zich openbaren ​[6]​.
  • Voor alle middelenafhankelijkheid gecombineerd (alcohol, en van de drugs vooral cannabis) werd gevonden dat de belangrijkste beschermende factor een religieuze ouder was. In tegenstelling tot de andere onderzochte psychische problemen in kinder- en jeugdtijd, bestond er geen verschil in probleemgebruik van alcohol tussen jongens en meisjes. Uit hetzelfde onderzoek is gebleken dat zowel de huidige mentale status als de psychiatrische voorgeschiedenis van invloed is op het gezondheidsgedrag van jongeren van 19 jaar ​[7]​.  Zie voor een uitgebreidere beschrijving van de bevindingen het Jaarbericht 2019.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    De Graaf R, Ten Have M, Van Dorsselaer S. De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking: NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten [Internet]. Trimbos instituut. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Available from: papers3://publication/uuid/EEF69096-A7E7-4ADC-B1FE-5499F0F8C7E9
  2. 2.
    De Graaf R, Ten Have M, Tuithof M, Van Dorsselaer S. Incidentie van psychische aandoeningen: Opzet en eerste resultaten van de tweede meting van de studie NEMESIS-2. Utrecht: Trimbos-instituut; 2012.
  3. 3.
    Tuithof M, Ten Have M, Van den Brink W, Vollebergh W, De Graaf R. Predicting persistency of DSM-5 alcohol use disorder and examining drinking patterns of recently remitted individuals: a prospective general population study. Vol. 108, Addiction. 2013. p. 2091–2099.
  4. 4.
    Tuithof M, Ten Have M, Van den Brink W, Vollebergh W, De Graaf R. Alcohol consumption and symptoms as predictors for relapse of DSM-5 alcohol use disorder. Vol. 140, Drug Alcohol Depend. 2014. p. 85–91.
  5. 5.
    Veerbeek M, Heijkants C, Willemse B. Alcoholgebruik onder 55-plussers. Utrecht: Trimbos-instituut; 2017.
  6. 6.
    Ormel J, Raven D, Van OF, Hartman CA, Reijneveld SA, Veenstra R, et al. Mental health in Dutch adolescents: a TRAILS report on prevalence, severity, age of onset, continuity and co-morbidity of DSM disorders. Vol. 45, Psychol Med. 2015. p. 345–360.
  7. 7.
    Ormel J, Oerlemans AM, Raven D, Laceulle OM, Hartman CA, Veenstra R, et al. Functional outcomes of child and adolescent mental disorders. Current disorder most important but psychiatric history matters as well. Vol. 47, Psychol Med. 2017. p. 1271–1282.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype