HomeAlcohol11.2.2 Demografische kenmerken algemene bevolking

11.2.2 Demografische kenmerken algemene bevolking

Let op: er zijn nieuwe kerncijfers over alcoholgebruik in 2021, deze zijn te vinden in de Kerncijfertabel Gezondheidsenquête. De gegevens worden later dit jaar verwerkt in de paragrafen, wanneer ook de aanvullende analyses en significantie toetsen zijn uitgevoerd.

De cijfers over het gebruik van alcohol kunnen worden uitgesplitst naar geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, migratieachtergrond en stedelijkheid.

Geslacht

Meer mannen dan vrouwen drinken alcohol in 2020.

  • In 2020 dronk 83,6% van de mannen van 18 jaar en ouder wel eens alcohol en 71,7% van de vrouwen.
  • Meer mannen (8,2%) drinken overmatig dan vrouwen (5,7%) (zie § 11.2.3).
  • Zwaar drinken komt iets vaker voor onder mannen (8,7%) dan onder vrouwen (6,7%) (zie § 11.2.3).

Tabel 11.2.x Gebruik van alcohol in de bevolking van 18 jaar en ouder naar geslacht

Leeftijd

Er bestaan ook verschillen in alcoholconsumptie tussen leeftijdsgroepen.

  • Onder de 20-24-jarigen is het percentage drinkers in 2020 het hoogst, namelijk 86,2%, gevolgd door de 25-29-jarigen met 84,2%. Van de mensen ouder dan 75 jaar drinkt 66,1% alcohol.
  • Overmatig drinken komt het vaakst voor onder 20-24-jarigen en het minst vaak onder 75+’ers.
  • Zwaar drinken komt het vaakst voor onder 18-19-jarigen en het minst vaak onder 75+’ers.

In de aanvullende LSM-A werd aan drinkers gevraagd op welke leeftijd zij voor het eerst alcohol dronken.

  • Onder respondenten tussen 18 en 25 jaar was in 2020 de gemiddelde startleeftijd van alcoholgebruik 15,7 jaar. Dat is aanzienlijk jonger dan de norm van 18 jaar, maar de leeftijd is wel gestegen ten opzichte van 2016 (15,3 jaar).
  • Op basis van het Peilstationsonderzoek onder 12-16-jarige scholieren is bekend dat de startleeftijd tussen 2003 en 2015 is gestegen en sindsdien is gestabiliseerd ​[1]​.

Figuur 11.2.2        Alcoholgebruik, alcoholgebruik volgens de richtlijn, overmatig drinken en zwaar drinken in Nederland per leeftijdsgroep in de totale bevolking van 18 jaar en ouder.

Opleidingsniveau

Alcoholgebruik komt vaker voor onder hoogopgeleiden dan onder laagopgeleiden[1].

  • In 2020 gaf 87,2% van de hoogopgeleiden aan wel eens alcohol te drinken, tegen 63,1% van de laagopgeleiden. Middelbaar opgeleiden (78,9%) zitten daar tussenin. Van de laagopgeleiden heeft 17,8% nog nooit alcohol gedronken; bij de hoogopgeleiden is dit 4,8%.
  • Er zijn geen opleidingsverschillen in overmatig drinken (zie § 11.2.3).
  • Zwaar drinken komt vaker voor onder mensen met een middelbaar opleidingsniveau (8,7%) dan onder mensen met een laag opleidingsniveau (6,5%). Er is geen significant verschil gevonden met mensen met een hoog opleidingsniveau.

Figuur 11.2.3 Percentage alcoholgebruikers naar opleidingsniveau in de bevolking van 18 jaar en ouder. Vanaf 2000*

Migratieachtergrond

Meer dan een derde van de mensen met een niet-westerse migratieachtergrond heeft in 2020 nooit alcohol gedronken. Dit percentage is veel hoger dan bij mensen met een westerse migratieachtergrond of een Nederlandse achtergrond. Het alcoholgebruik in het laatste jaar geeft eenzelfde beeld: van de mensen met een niet-westerse migratieachtergrond (43,5%) heeft nog niet de helft afgelopen jaar wel eens alcohol gedronken en dat is veel minder dan de 82,9% van de mensen met een Nederlandse achtergrond.

  • Overmatig drinken en zwaar drinken komt het minst vaak voor onder mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Tussen mensen met een Nederlandse en westerse migratieachtergrond zijn geen statistisch significante verschillen in zwaar alcoholgebruik, maar mensen met een westerse migratieachtergrond drinken minder vaak overmatig dan mensen met een Nederlandse achtergrond.

Tabel 11.2.2         Gebruik van alcohol in de bevolking van 18 jaar en ouder naar migratieachtergrondI.

Stedelijkheid

In 2020 is het percentage alcoholgebruikers iets hoger in weinig tot niet-stedelijke gebieden en matig stedelijke gebieden dan in (zeer) sterk stedelijke gebieden. 

  • Stedelijkheid houdt geen verband met overmatig drinken.
  • In weinig tot niet-stedelijke gebieden (8,1%) wordt vaker zwaar gedronken dan in (zeer) sterk stedelijke gebieden (10,8%).

Tabel 11.2.3         Gebruik van alcohol in de bevolking van 18 jaar en ouder naar stedelijkheidI.

Regionale verschillen in alcoholgebruik

Iedere GGD verzamelt elke vier jaar gegevens over de gezondheid in hun GGD-regio met de Gezondheidsmonitor, in samenwerking met het CBS en het RIVM ​[2]​. Deze studie wordt uitgevoerd naast de jaarlijkse Gezondheidsenquête (§ 11.2.1), en geeft inzicht in verschillen tussen regio’s. Sinds 2020 wordt de studie uitgevoerd onder volwassenen vanaf 18 jaar ​[3]​.

  • Drinken volgens de richtlijn (drinkt niet of maximaal 1 glas per dag) is het hoogst in Flevoland (52,6%), Zuid-Holland Zuid (50,1%) en Rotterdam-Rijnmond (50,0%). In Gooi- en Vechtstreek (39,2%) en Hollands-Noorden (39,6%) wordt het minst vaak volgens de richtlijn van de Gezondheidsraad gedronken ​[3]​.
  • Overmatig drinken (vrouwen meer dan 14 glazen per week of mannen meer dan 21 glazen per week) komt het meest voor in de regio’s Twente (7,8%), Fryslân en Gooi- en Vechtstreek (beide 7,3%). In Flevoland (4,2%) en in regio’s Zuid-Holland Zuid en Haaglanden (beide 5,0%) zijn de minste overmatige drinkers ​[3]​.
  • Deze cijfers zijn niet gecorrigeerd voor verschillen in de bevolkingssamenstelling zoals leeftijd en migratieachtergrond, verschillen in alcoholgebruik tussen de regio’s zouden mogelijk door deze verschillen kunnen worden verklaard.

[1]     Cijfers naar opleidingsniveau in dit hoofdstuk kunnen afwijken van de cijfers gerapporteerd in de Staat van Volksgezondheid en Zorg, vanwege consistentie met de definitie van opleidingsniveau voor cijfers over andere middelen in dit Jaarbericht (zie bijlage A1).

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Rombouts M, Van Dorsselaer S, Scheffers-van Schayck T, Tuithof M, Kleinjan M, Monshouwer K. Jeugd en riskant gedrag 2019: Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  2. 2.
    Monitorgezondheid.nl. Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020: Vragenlijstonderzoek door GGD’en, in samenwerking met RIVM en CBS [Internet]. 2020. Available from: http://web.archive.org/web/20210723220014/https://www.monitorgezondheid.nl/gezondheidsmonitor-volwassenen-en-ouderen
  3. 3.
    CBS.nl. Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020: resultaten [Internet]. 2021. Available from: https://opendata.cbs.nl/statline/\#/CBS/nl/dataset/85012NED/table?dl=555D6

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.