Home ❯ Alcohol ❯ 11.2.2 Veranderingen in alcoholgebruik onder volwassenen

11.2.2 Veranderingen in alcoholgebruik onder volwassenen

Is het alcoholgebruik onder volwassenen veranderd?

In het kort: Het percentage volwassenen dat weleens alcohol drinkt is tussen 2014 en 2025 afgenomen. In diezelfde periode nam ook het percentage volwassenen dat overmatig of zwaar dronk af.

Snel naar:
Weleens drinken en drinken volgens het advies van de Gezondheidsraad
Overmatig en zwaar drinken

Het percentage volwassenen dat weleens drinkt is tussen 2014 en 2025 afgenomen

Het percentage volwassenen dat weleens alcohol drinkt is in 2025 niet veranderd ten opzichte van de vorige meting in 2024. Tussen 2014 en 2025 is dit percentage geleidelijk afgenomen, van 81,3% naar 76,2%.

Het percentage volwassenen dat geen alcohol drinkt of maximaal één glas per dag is tussen 2024 en 2025 niet veranderd. Ten opzichte van 2014 (37,4%) is dit percentage in 2025 wel toegenomen (46,4%). 

Weleens drinken is op lange termijn afgenomen onder zowel mannen als vrouwen

Vergeleken met 2024 is het percentage volwassenen dat in 2025 weleens alcohol dronk onder zowel mannen als vrouwen gelijk gebleven. Vergeleken met 2014 is dit percentage afgenomen onder zowel mannen (van 87,2% naar 82,4%) als vrouwen (van 75,6% naar 70,2%).

Weleens drinken is op lange termijn afgenomen onder 25-29-jarigen, 40-49-jarigen en 50-64-jarigen

Vergeleken met 2024 is het percentage volwassenen dat in 2025 weleens alcohol dronk onder alle leeftijdsgroepen gelijk gebleven. Vergeleken met 2014 dit percentage in 2025 afgenomen onder 25-29-jarigen (van 86,4% naar 81,1%), 40-49-jarigen (van 81,9% naar 75,8%) en 50-64-jarigen (van 81,8% naar 73,8%). Onder de andere leeftijdsgroepen bleef dit percentage ongeveer gelijk.

Weleens drinken is op lange termijn afgenomen onder alle opleidingsniveaus 

Vergeleken met 2024 is het percentage volwassenen dat in 2025 weleens alcohol dronk onder alle opleidingsniveaus gelijk gebleven. Vergeleken met 2014 is dit percentage in 2025 onder alle opleidingsniveaus afgenomen. Deze afname was het grootst onder volwassenen met een opleiding op het basisonderwijs, lbo, mavo, vmbo en mbo niveau 1: van 70,6% in 2014 naar 62,6% in 2025. Onder volwassenen met een opleiding op het mbo niveau 2-4, havo en vwo ging het om een afname van 82,2% naar 76,6%, en onder hbo- en universitair opgeleiden ging het om een afname van 90,4% naar 84,2%.

Weleens drinken is sinds 2022 afgenomen onder volwassenen met een Nederlandse herkomst

Vergeleken met 2024 is het percentage volwassenen dat in 2025 weleens alcohol dronk onder alle herkomstgroepen gelijk gebleven.

Sinds 2022 hanteert het CBS een nieuwe indeling naar herkomst, waardoor er geen trendgegevens beschikbaar zijn tussen 2014 en 2022. Vergeleken met 2022 is het percentage volwassenen dat in 2025 weleens alcohol dronk alleen onder volwassenen met een Nederlandse herkomst afgenomen (van 82,7% naar 81,0%). Onder de andere herkomstgroepen bleef dit percentage gelijk.

Weleens drinken is op lange termijn afgenomen onder alle stedelijkheidsniveaus

Vergeleken met 2024 is het percentage volwassenen dat in 2025 weleens alcohol dronk in alle stedelijkheidsniveaus gelijk gebleven. Vergeleken met 2014 is dit percentage in alle stedelijkheidsniveaus afgenomen. Onder volwassenen die wonen in (zeer) sterk stedelijke gebieden nam dit percentage af van 80,5% in 2014 naar 75,7% in 2025. Bij volwassenen die wonen in matig stedelijke gebieden ging het om een afname van 81,0% naar 75,6%, en onder volwassen die wonen in weinig/niet stedelijke gebieden ging het om een afname van 82,8% naar 77,8%.

Overmatig en zwaar drinken is op lange termijn afgenomen

Het percentage volwassenen dat overmatig dronk is in 2025 niet veranderd vergeleken met de vorige meting in 2024 (5,5% in allebei de jaren). Vergeleken met de eerste meting in 2014 (9,9%) is dit percentage in 2025 bijna gehalveerd.

Het percentage volwassenen dat zwaar dronk is in 2025 (6,7%) niet veranderd vergeleken met 2024 (7,2%), maar is wel afgenomen vergeleken met de eerste meting in 2014 (9,2%).

Overmatig en zwaar drinken is op lange termijn afgenomen onder zowel mannen als vrouwen

Tussen 2024 en 2025 is het overmatig drinken van alcohol onder zowel mannen als  vrouwen niet veranderd. Dit geldt ook voor zwaar drinken.

Vergeleken met de eerste meting in 2014 is in 2025 het overmatig drinken lager onder zowel mannen (11,9% versus 7,4%) als vrouwen (8,0% versus 3,7%). Ook zwaar drinken is in 2025 onder zowel mannen als vrouwen lager dan in 2014.

Overmatig en zwaar drinken tussen 2024 en 2025 alleen afgenomen onder 30-39-jarigen

In 2025 is het percentage volwassenen dat overmatig alcohol dronk vergeleken met 2024 alleen afgenomen onder 30-39-jarigen (van 5,2% naar 3,3%). Ook het zwaar drinken nam tussen 2024 en 2025 alleen af onder 30-39-jarigen. Voor alle andere leeftijdsgroepen bleef overmatig en zwaar drinken gelijk.

Vergeleken met 2014 is er in 2025 een afname in overmatig drinken onder alle leeftijdsgroepen tussen 30 en 74 jaar. In diezelfde periode nam ook zwaar drinken af onder deze leeftijdsgroepen. Onder 18-19-jarigen, 20-24-jarigen, 25-29-jarigen en 75-plussers is het overmatig en zwaar drinken niet veranderd in 2025 vergeleken met 2014.

Overmatig drinken is op lange termijn afgenomen onder alle opleidingsniveaus; zwaar drinken is afgenomen onder volwassenen met een mbo-2 opleiding of hoger

Vergeleken met 2024 is het percentage volwassenen dat in 2025 overmatig alcohol dronk onder alle opleidingsniveaus niet veranderd. Zwaar drinken nam in deze periode af onder volwassenen met een opleiding op het mbo niveau 2-4, havo of vwo (van 7,9% naar 6,1%). Onder volwassenen met een opleiding op het basisonderwijs, lbo, mavo, vmbo en mbo niveau 1, en volwassen met een opleiding op het hbo of de universiteit is het percentage dat zwaar drinkt niet veranderd tussen 2024 en 2025.

Vergeleken met 2014 is het percentage volwassenen dat in 2025 overmatig dronk onder alle opleidingsniveaus afgenomen. Zwaar drinken is afgenomen onder volwassenen met een opleiding op het mbo niveau 2-4, havo of vwo (van 9,6% naar 6,1%) en volwassenen met een opleiding op het hbo of de universiteit (van 10,1% naar 7,3%). Onder volwassenen met een lager opleidingsniveau schommelde het percentage dat zwaar dronk tussen 2014 en 2025 tussen de 6% en 8%.  

Overmatig en zwaar drinken is sinds 2022 afgenomen onder volwassenen met Nederlandse herkomst

Vergeleken met 2024 is het percentage volwassenen dat in 2025 overmatig alcohol dronk voor geen van de herkomstgroepen veranderd. Dit geldt ook voor zwaar drinken.

Sinds 2022 hanteert het CBS een nieuwe indeling naar herkomst, er zijn daarom geen trendgegevens beschikbaar tussen 2014 en 2022. Vergeleken met 2022 is het percentage volwassenen dat in 2025 overmatig alcohol of zwaar dronk alleen afgenomen onder volwassenen met een Nederlandse herkomst (overmatig drinken van 7,2% naar 6,2; zwaar drinken van 9,3% naar 7,6%). Voor alle andere herkomstgroepen bleef overmatig en zwaar drinken ongeveer gelijk.

Overmatig drinken op lange termijn afgenomen in alle stedelijkheidsniveaus; zwaar drinken is in (zeer) sterk stedelijke en weinig/niet stedelijke gebieden afgenomen

Tussen 2024 en 2025 is het percentage volwassenen dat overmatig alcohol dronk in geen van de stedelijkheidsniveaus veranderd. Zwaar drinken nam alleen af onder volwassenen in weinig/niet stedelijke gebieden, en bleef in de andere stedelijkheidsniveaus gelijk.

Vergeleken met 2014 is het percentage volwassenen dat in 2025 overmatig alcohol dronk afgenomen onder volwassenen in alle stedelijkheidsniveaus. Zwaar drinken is afgenomen onder volwassenen in (zeer) sterk stedelijke gebieden (van 9,2% naar 6,8%) en onder volwassenen in weinig en niet stedelijke gebieden (van 10,1% naar 6,5%). Onder volwassenen in matig stedelijke gebieden was het percentage dat in 2025 zwaar dronk gelijk aan 2014.

Meer cijfers of verdiepende informatie?

Zie het cijferdossier van het Expertisecentrum Alcohol voor meer cijfers en verdiepende informatie over alcoholgebruik.

Landelijke cijfers over middelengebruik onder volwassenen

Landelijke prevalentiecijfers over middelengebruik onder volwassenen worden verzameld in de Leefstijlmonitor. De Leefstijlmonitor bestaat uit meerdere bronnen. Voor drugs gaat het om de Gezondheidsenquête (GE) en de Aanvullende Module Middelen (LSM-A Middelen). Beide onderzoeken zijn representatief voor de volwassen Nederlandse bevolking. Zie voor meer informatie: Bijlage A.

De hoofdbron voor middelengebruik onder volwassenen van 18 jaar en ouder is de Gezondheidsenquête (GE). De GE wordt elk jaar uitgevoerd door het CBS. De gegevens over onder andere middelengebruik worden verzameld met een online vragenlijst of persoonlijk interview. Bij het persoonlijke interview vullen deelnemers gevoelige vragen over bijvoorbeeld drugsgebruik zelf in via een computer. Het gebruik van alcohol wordt sinds 2014 op vergelijkbare wijze uitgevraagd in de vragenlijst van de GE. In 2025 vulden 7.891 volwassenen van 18 jaar en ouder de vragenlijst van de GE in.

Verdiepende gegevens over middelengebruik komen uit de Aanvullende Module Middelen (LSM-A Middelen). De LSM-A Middelen is een aparte verdiepende vragenlijst die sinds 2016 om de twee jaar wordt uitgezet. In 2024 vulden 10.085 volwassenen van 18 jaar en ouder de vragenlijst van de LSM-A Middelen in.

Aanvullende informatie

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.