HomeAlcohol11.2.2 Gebruik onder groepen in de volwassen bevolking

11.2.2 Gebruik onder groepen in de volwassen bevolking

Snel naar:

Deze paragraaf beschrijft kerngegevens over het gebruik van alcohol in de volwassen bevolking van 18 jaar en ouder op basis van de Gezondheidsenquête (GE), jaarlijks uitgevoerd door het CBS in samenwerking met het RIVM en het Trimbos-instituut. Aanvullende gegevens zijn afkomstig uit de tweejaarlijkse Aanvullende Module Middelen van de Leefstijlmonitor (LSM-A) 2020 (zie bijlage A1 en A2). Daar waar resultaten zijn opgenomen uit de LSM-A, wordt dit apart vermeld.

De Gezondheidsenquête wordt vanaf 2014 als primaire bron voor de prevalenties van alcoholgebruik in Nederland gehanteerd. Het alcoholbeleid, zoals gepresenteerd in de Staat van Volksgezondheid en Zorg (www.staatvenz.nl), wordt op deze kerncijfers gebaseerd. De gegevens worden jaarlijks op een vergelijkbare manier verzameld zodat vanaf 2014 trends kunnen worden beschreven. De meest recente gegevens van de GE zijn verzameld in 2021.

Regionale cijfers over het drinkgedrag zijn afkomstig van de Gezondheidsmonitor van de GGDen, samen met het CBS en het RIVM. Deze monitor is in 2012 gestart en wordt vierjaarlijks uitgevoerd in de bevolking vanaf 19 jaar. De laatste meting vond plaats in 2020.

In dit hoofdstuk worden de volgende definities gehanteerd:

  • Weleens alcohol drinken: tenminste éénmaal alcohol gedronken in de afgelopen 12 maanden (laatste jaar prevalentie).
  • Overmatig drinken: het drinken van meer dan 21 glazen per week voor mannen en meer dan 14 glazen per week voor vrouwen.
  • Zwaar drinken: het drinken van minstens één keer per week 6 of meer glazen alcohol op één dag voor mannen en het drinken van minstens één keer per week 4 of meer glazen op één dag voor vrouwen.
  • Drinken volgens de richtlijn Goede Voeding van de Gezondheidsraad (in de NDM ook wel ‘de richtlijn’ of ‘het drinkadvies’ genoemd): niet drinken of niet meer dan één glas per dag.

Deze paragraaf beschrijft de kerncijfers over het gebruik van alcohol in 2021 uitgesplitst naar de volgende demografische groepen: geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, migratieachtergrond en stedelijkheid. Daarnaast beschrijft deze paragraaf de trends in het percentage mensen dat drinkt voor verschillende groepen (geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, migratieachtergrond en stedelijkheid).

Geslacht

Meer mannen dan vrouwen drinken (weleens, zwaar, overmatig) alcohol.

  • In 2021 dronk 83,4% van de mannen van 18 jaar en ouder wel eens alcohol en 72,7% van de vrouwen.
  • Zwaar drinken kwam ook vaker voor onder mannen (9,1%) dan onder vrouwen (7,4).
  • Meer mannen (8,6%) dan vrouwen (6,0%) dronken overmatig.
  • Meer vrouwen (53,2%) dan mannen (34,5%) dronken volgens de richtlijn van de Gezondheidsraad (niet meer dan één glas alcohol per dag).
  • Meer vrouwen (10,9%) dan mannen (5,9%) dronken in 2021 nooit alcohol.
  • Mannen dronken in 2021 gemiddeld meer glazen per dag dan vrouwen (1,4 versus 0,8).

Leeftijd

Het gebruik van alcohol is het hoogst onder jongvolwassenen.

  • Het percentage drinkers was in 2021 het hoogst onder twintigers, namelijk 88,1% onder 25-29-jarigen en 84,3% onder de 20-24-jarigen. Het percentage drinkers was het laagst onder mensen van 75 jaar en ouder (69,6%).
  • Het percentage overmatige drinkers verschilde tussen leeftijdsgroepen, met de hoogste percentages onder de 18-19- en 20-24-jarigen (respectievelijk 12,5% en 11,8%).
  • De verschillen tussen leeftijdsgroepen in zwaar drinken waren groot. De percentages waren het hoogst onder de 18-19-jarigen (19,3%) en 20-24-jarigen (18,5%) en het laagste onder de 75-plussers (2,6%).
  • De jongste leeftijdsgroepen (18-29 jaar) dronken in 2021 het minst vaak volgens de richtlijn van de Gezondheidsraad (rond de 30%). De 75+ers (62,6%) voldeden hier het meest aan.
  • Onder de drinkers dronken 18-24-jarigen het meest: gemiddeld 1,3 glas per dag en 30-39-jarigen het minst (0,9 glazen).

Opleidingsniveau

Het gebruik van alcohol is het laagst onder de laagopgeleiden [1].

  • In 2021 gaf 86,5% van de hoogopgeleiden aan wel eens alcohol te drinken, vergeleken met 64,1% van de laagopgeleiden. Middelbaar opgeleiden (79,5%) zaten daar tussenin.
  • Overmatig drinken kwam onder laag opgeleiden (6,3%) minder vaak voor dan onder middelbaar opgeleiden (8,0%). (zie § 11.2.3).
  • Zwaar drinken kwam onder laag opgeleiden minder voor (5,9%) dan onder middelbaar (8,9%) en hoogopgeleiden (9,2%).
  • Laagopgeleiden voldeden het vaakst aan de richtlijn van de Gezondheidsraad (57,2%), gevolgd door middelbaar (42,8%) en hoog opgeleiden (36,0%).
  • Onder laagopgeleiden was het percentage mensen dat nog nooit alcohol heeft gedronken het hoogst (14,0%) en onder hoogopgeleiden het laagst (4,6%). De middelbaar opgeleiden vielen hier met 7,5% tussenin.

Migratieachtergrond

Alcoholgebruik is het laagst onder mensen met een niet-westerse migratieachtergrond

  • In 2021 gaf minder dan de helft (47,9%) van de mensen met een niet-westerse migratieachtergrond aan weleens te drinken. Dit is een aanmerkelijk lager percentage vergeleken met mensen met een westerse migratieachtergrond (78,6%) en een Nederlandse achtergrond (82,8%).
  • Ook overmatig drinken kwam het minst vaak voor onder mensen met een niet-westerse achtergrond (3,9%) vergeleken met mensen met een westerse (6,8%) of Nederlandse achtergrond (7,9%).
  • Zwaar drinken komt het vaakst voor onder mensen met een Nederlandse achtergrond (9,0%). Tussen mensen met een westerse (6,4%) en niet-westerse achtergrond (5,2%) verschilt het percentage zware drinkers niet significant.
  • Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond voldoen het vaakst aan de richtlijn van de Gezondheidsraad (68,4%). Mensen met een Nederlandse achtergrond voldoen hier het minst vaak aan (39,5%) en degenen met een westerse achtergrond vallen hier tussenin (47,0%).
  • Onder mensen met een niet-westerse achtergrond vinden we ook veruit het grootste percentage mensen dat nooit alcohol drinkt (33,5%). Onder mensen met een westerse of Nederlandse achtergrond drinkt slechts een klein percentage nooit alcohol (zie tabel hieronder).

Stedelijkheid

Er zijn kleine verschillen in drinkgedrag tussen inwoners van (zeer) grote, middelgrote en kleine steden en platteland.

  • In 2021 is het percentage alcoholgebruikers in weinig tot niet-stedelijke gebieden (79,6%) iets hoger dan in (zeer) sterk stedelijke gebieden (76,9%). 
  • De mate van stedelijkheid houdt geen verband met overmatig drinken.
  • Zwaar drinken kwam in 2021 in (zeer) sterk stedelijk gebied (9,0%) meer voor dan in matig stedelijk gebied (6,4%). Het percentage in weinig/niet stedelijk gebied (7,8%) lag daar tussen in en verschilde niet significant van meer en minder stedelijk gebied.
  • De mate van stedelijkheid houdt geen verband met het voldoen aan de richtlijn alcoholgebruik van de gezondheidsraad.
  • Het aantal mensen dat nooit alcohol heeft gedronken ligt 2021 in (zeer) sterk stedelijke gebieden (9,4%) hoger dan in weinig/niet stedelijk gebied (6,6%) (zie tabel hieronder). Mogelijk wordt dit (deels) verklaard door het grotere percentage mensen met een niet-westerse achtergrond dat woont in grote (steden).

Regionale verschillen in alcoholgebruik

Iedere GGD verzamelt elke vier jaar gegevens over de gezondheid in hun GGD-regio met de Gezondheidsmonitor, in samenwerking met het CBS en het RIVM ​[1]​. Deze studie wordt uitgevoerd naast de jaarlijkse Gezondheidsenquête (§ 11.2.1), en geeft inzicht in verschillen tussen regio’s. Sinds 2020 wordt de studie uitgevoerd onder volwassenen vanaf 18 jaar ​[2]​.

  • Drinken volgens de richtlijn (drinkt niet of maximaal 1 glas per dag) is het hoogst in Flevoland (52,6%), Zuid-Holland Zuid (50,1%) en Rotterdam-Rijnmond (50,0%). In Gooi- en Vechtstreek (39,2%) en Hollands-Noorden (39,6%) wordt het minst vaak volgens de richtlijn van de Gezondheidsraad gedronken ​[2]​.
  • Overmatig drinken (vrouwen meer dan 14 glazen per week of mannen meer dan 21 glazen per week) komt in 2020 het meest voor in de regio’s Twente (7,8%), Fryslân en Gooi- en Vechtstreek (beide 7,3%). In Flevoland (4,2%) en in regio’s Zuid-Holland Zuid en Haaglanden (beide 5,0%) waren de minste overmatige drinkers ​[2]​.
  • Deze cijfers zijn niet gecorrigeerd voor verschillen in de bevolkingssamenstelling zoals leeftijd en migratieachtergrond. Daardoor is niet duidelijk in hoeverre verschillen in alcoholgebruik tussen de regio’s door verschillen in de bevolkingssamenstelling verklaard kunnen worden.

Trends onder groepen in de volwassen bevolking

Tussen 2021 en 2021 waren er in het percentage laatste-jaar-drinkers geen verschillen tussen mannen en vrouwen, leeftijdsgroepen, opleidingsniveaus, migratieachtergrond en mate van stedelijkheid.

  • Zowel onder mannen als onder vrouwen is er geen verandering tussen 2020 en 2021 in het percentage dat weleens drinkt (mannen: 83,4%, vrouwen: 72,7%). Ook tussen 2014 en 2020 laat de trend van mannen en vrouwen weinig verschillen zien.
  • In de leeftijdsgroep 30-64 jaar is het percentage dat weleens drinkt in 2021 lager dan in 2014. In de overige leeftijdsgroepen is er geen significant verschil tussen 2014 en 2021. Voor alle leeftijdscategorieën geldt dat het percentage dat weleens drinkt in 2021 niet is veranderd vergeleken met 2020.
  • Voor elk van de opleidingsniveaus geldt dat het percentage mensen dat weleens drinkt in 2021 lager is dan in 2014. Vergeleken met 2020 is het percentage drinkers in 2021 voor alle opleidingsniveaus gelijk gebleven.
  • Voor de herkomstgroepen geldt dat de het percentage dat weleens alcohol drinkt onder volwassenen met een niet-westerse achtergrond, in 2021 (47,9%) iets lijkt te zijn gestegen vergeleken met 2020 (43,5%) maar het verschil is niet significant. Bij de andere groepen is het percentage drinkers tussen 2020 en 2021 gelijk gebleven. Vergeleken met 2014 is het percentage dat drinkt in 2021 niet veranderd onder mensen met een westerse migratieachtergrond. Onder de twee andere herkomstgroepen is het percentage in 2021 gedaald ten opzichte van 2014.
  • Voor elk van de stedelijkheidsniveaus is tussen 2020 en 2021 geen verschil in het percentage mensen dat wel eens drinkt. Vergeleken met 2014 is het percentage in (zeer) sterk en weinig/niet stedelijke gebieden in 2021 gedaald. In matig stedelijk gebieden is er geen verschil tussen 2014 en 2021.

Mannen en vrouwen, leeftijdsgroepen en opleidingsniveaus laten soms iets andere trends zien in zwaar en overmatig drinken.

  • Tussen 2014 en 2021 is het percentage zware drinkers onder mannen gedaald (van 11,5% naar 9,1%) en onder vrouwen gelijk gebleven.
  • Onder 65-75-jarigen is het percentage zware drinkers tussen 2014 (8,0%) en 2021 (5,4%) gedaald. In de andere leeftijdsgroepen is het percentage gelijk gebleven.
  • Zwaar drinken is onder laagopgeleiden tussen 2014 (7,9%) en 2021 (5,9%) gedaald en onder middelbaar en hoogopgeleiden gelijk gebleven.
  • Tussen 2020 en 2021 is onder hoogopgeleiden sprake van een toename in het percentage zware drinkers (7,7% naar 9,2%). Mogelijk heeft dit te maken met de coronapandemie, het percentage zware drinkers was in 2020 namelijk lager dan in de periode 2014-2019 toen het percentage rond de 10 lag.
  • Overmatig drinken is tussen 2014 en 2021 gedaald in de leeftijdsgroep 30-74 jaar en in de jongere en oudere leeftijdsgroepen gelijk gebleven.
  • Tussen 2020 en 2021 is alleen onder 75-plussers een verschil in overmatig drinken te zien, namelijk een stijging van 3,8% in 2020 naar 6,5% in 2021.

In de LSM-A uit 2020 is aan drinkers gevraagd op welke leeftijd zij voor het eerst alcohol dronken.

  • Onder respondenten tussen 18 en 25 jaar was in 2020 de gemiddelde startleeftijd van alcoholgebruik 15,7 jaar. Daarmee is de startleeftijd gestegen ten opzichte van 2016 (15,3 jaar).
  • Onder 12-16-jarige scholieren was tussen 2003 en 2015 sprake van een toename van de startleeftijd, maar deze stijging heeft zich tussen 2015 en 2019 niet voortgezet ​[3]​.

[1]     Cijfers naar opleidingsniveau in dit hoofdstuk kunnen afwijken van de cijfers gerapporteerd in de Staat van Volksgezondheid en Zorg, vanwege consistentie met de definitie van opleidingsniveau voor cijfers over andere middelen in de NDM (zie bijlage A1).

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Monitorgezondheid.nl. Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020: Vragenlijstonderzoek door GGD’en, in samenwerking met RIVM en CBS [Internet]. 2020. Available from: http://web.archive.org/web/20210723220014/https://www.monitorgezondheid.nl/gezondheidsmonitor-volwassenen-en-ouderen
  2. 2.
    CBS.nl. Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020: resultaten [Internet]. 2021. Available from: https://opendata.cbs.nl/statline/\#/CBS/nl/dataset/85012NED/table?dl=555D6
  3. 3.
    Rombouts M, Van Dorsselaer S, Scheffers-van Schayck T, Tuithof M, Kleinjan M, Monshouwer K. Jeugd en riskant gedrag 2019: Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2023. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.