HomeCocaïne4.2 Gebruik: volwassenen

4.2 Gebruik: volwassenen

4.2.1 Cocaïnegebruik onder volwassenen

Hoeveel volwassenen gebruiken cocaïne?

In het kort: In 2024 had 2,4% van de Nederlandse volwassenen van 18 jaar en ouder in het laatste jaar cocaïne (snuifcocaïne en/of basecoke) gebruikt. Dat zijn ongeveer 340 duizend volwassenen. Vooral mannen, jongvolwassenen, hbo- of universitair opgeleiden, volwassenen met een Nederlandse of een Europese herkomst en volwassenen in (zeer) sterk stedelijke gebieden gebruiken cocaïne. In Nederland wordt vooral snuifcocaïne gebruikt, het gebruik van basecoke (‘crack’) komt bijna niet voor.

Ongeveer één op de veertig volwassenen gebruikte in het laatste jaar cocaïne

In 2024 had 2,4% van de Nederlandse volwassenen van 18 jaar en ouder in het laatste jaar cocaïne (snuifcocaïne en/of basecoke) gebruikt. Dat zijn ongeveer 340 duizend volwassenen. Daarnaast gebruikte 7,4% cocaïne ooit in het leven en 0,9% deed dit in de laatste maand. Daarmee is cocaïne, na cannabis en ecstasy, de meest gebruikte drug onder volwassenen in het afgelopen jaar.

Het aantal gebruikers van cocaïne ooit in het leven, in het laatste jaar en in de laatste maand kan worden uitgesplitst naar geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, herkomst en stedelijkheid.

Meer mannen dan vrouwen gebruiken cocaïne

Het percentage volwassenen dat in het laatste jaar cocaïne heeft gebruikt is hoger onder mannen (3,5%) dan onder vrouwen (1,3%). Dit geldt ook voor gebruik ooit in het leven en in de laatste maand.

Cocaïnegebruik komt het meest voor onder jongvolwassenen

Het gebruik van cocaïne in het laatste jaar is het hoogst onder jongvolwassenen, daarna neemt het gebruik af met de leeftijd. Van de 18-29-jarigen heeft 5,8% in het laatste jaar cocaïne gebruikt, tegenover 3,6% van de 30-49-jarigen en 0,3% van de 50-plussers. Dit geldt ook voor het gebruik in de laatste maand. Het gebruik ooit in het leven is het hoogst onder 18-29- en 30-49-jarigen en het laagst onder 50-plussers.

Cocaïnegebruikers zijn gemiddeld 33 jaar oud

De gemiddelde leeftijd van de volwassenen die in het laatste jaar cocaïne hebben gebruikt was 32,6 jaar (SD=10,4) in 2024. 

In de LSM-A Middelen 2024 is aan de laatste-jaar-gebruikers van snuifcocaïne gevraagd hoe oud zij waren toen zij voor het eerst cocaïne gebruikten. De gemiddelde startleeftijd was 23,1 jaar (SD=5,9).  

Cocaïnegebruik komt het meest voor onder volwassenen met een hbo- of universitaire opleiding  

Het percentage volwassenen dat in het laatste jaar cocaïne heeft gebruikt is het hoogst onder volwassenen met een hbo- of universitaire opleiding (3,3%) en het laagst onder volwassenen met een opleiding in het basisonderwijs, lbo, mavo, vmbo of mbo niveau 1 (1,2%). Dit geldt ook voor het gebruik ooit in het leven. Het gebruik in de laatste maand verschilt niet tussen de opleidingsniveaus.  

Cocaïnegebruik komt het meest voor onder volwassenen met een Nederlandse of een Europese herkomst

Het percentage volwassenen dat in het laatste jaar cocaïne heeft gebruikt is hoger onder volwassenen uit Nederland (2,4%) en volwassenen met een Europese herkomst (excl. NL) (3,6%) dan onder volwassenen met een niet-Europese herkomst (1,7%). Maar alleen het verschil tussen volwassenen met een Europese herkomst en volwassenen met een niet-Europese herkomst is statistisch significant. Het gebruik ooit in het leven is het hoogst onder volwassenen met een Europese herkomst en het laagst onder volwassen met een niet-Europese herkomst. Het gebruik in de laatste maand verschilt niet tussen de herkomstgroepen.

Cocaïnegebruik komt het meest voor onder volwassenen in (zeer) sterk stedelijke gebieden

Het percentage volwassenen dat in het laatste jaar cocaïne heeft gebruikt is hoger onder volwassenen die wonen in (zeer) sterk stedelijke gebieden (3,3%) dan onder volwassenen die wonen in matig (1,2%) of weinig/niet stedelijke gebieden (1,1%). Dit geldt ook voor het gebruik ooit in het leven en in de laatste maand.

Cocaïnegebruik verschilt per regio

Uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen die werd gehouden onder 16-25-jarigen blijkt dat er regionale verschillen zijn in het gebruik van cocaïne ​[1]​. In 2024 werden de hoogste percentages cocaïnegebruik in de laatste 12 maanden gevonden in GGD-regio Amsterdam (13,7%) en GGD-regio Groningen (9,9%). Cocaïne werd het minst gebruikt in de GGD-regio Flevoland (3,0%) en GGD-regio Twente (3,9%).

Gebruik van basecoke (‘crack’) komt erg weinig voor

De cijfers hierboven gaan over het gebruik van snuifcocaïne en basecoke samen. In 2024 is in de LSM-A Middelen afzonderlijk gevraagd naar het gebruik van basecoke (ook wel crack-cocaïne of ‘crack’ genoemd).

Het gebruik van basecoke wordt bijna niet gerapporteerd in de volwassen bevolking: in 2024 gebruikte 0,5% van de volwassen Nederlanders ooit basecoke, 0,2% gebruikte in het laatste jaar basecoke. Gebruik in de laatste maand komt bijna niet voor (0,1%).

Het gebruik van deze basecoke lijkt vooral voor te komen in gemarginaliseerde groepen, zoals dak- en thuislozen. Omdat deze groep niet of nauwelijks deelneemt aan dit type onderzoek ligt het werkelijke percentage in de Nederlandse volwassen bevolking waarschijnlijk iets hoger.

Landelijke cijfers over middelengebruik onder volwassenen

Landelijke prevalentiecijfers over middelengebruik onder volwassenen worden verzameld in de Leefstijlmonitor. De Leefstijlmonitor bestaat uit meerdere bronnen. Voor drugs gaat het om de Gezondheidsenquête (GE) en de Aanvullende Module Middelen (LSM-A Middelen). Beide onderzoeken zijn representatief voor de volwassen Nederlandse bevolking. Zie voor meer informatie: Bijlage A.

De hoofdbron voor middelengebruik onder volwassenen van 18 jaar en ouder is de Gezondheidsenquête (GE). De GE wordt elk jaar uitgevoerd door het CBS. De gegevens over onder andere middelengebruik worden verzameld met een online vragenlijst of persoonlijk interview. Bij het persoonlijke interview vullen deelnemers gevoelige vragen over bijvoorbeeld drugsgebruik zelf in via een computer. Het gebruik van cocaïne wordt sinds 2015 op vergelijkbare wijze uitgevraagd in de vragenlijst van de GE. In 2024 vulden 7.740 volwassenen van 18 jaar en ouder de vragenlijst van de GE in.

Verdiepende gegevens over middelengebruik komen uit de Aanvullende Module Middelen (LSM-A Middelen). De LSM-A Middelen is een aparte verdiepende vragenlijst die sinds 2016 om de twee jaar wordt uitgezet. De vragenlijsten worden meestal digitaal afgenomen, maar ook via een (telefonisch) interview. Bij het persoonlijke interview vullen deelnemers gevoelige vragen over bijvoorbeeld drugsgebruik zelf in via een computer. De LSM-A Middelen bevat naast de vragen over de middelen die in de GE worden meegenomen ook vragen over middelen zoals truffels, nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) en psychoactieve medicatie. Daarnaast worden sommige drugs, zoals cocaïne en crack, apart uitgevraagd, terwijl deze in de GE onder één categorie vallen. Ook worden aanvullende vragen gesteld over gebruiksfrequentie, aankooplocaties, gezondheidsproblemen en hulpzoekgedrag. In 2024 vulden 10.085 volwassenen van 18 jaar en ouder de vragenlijst van de LSM-A Middelen in.

Regionale cijfers

Naast de landelijke cijfers uit de Leefstijlmonitor zijn er ook regionale cijfers beschikbaar over drugsgebruik uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen. De meest recente gegevens komen uit 2024 ​[1]​, toen meer dan 135.000 jongvolwassenen tussen de 16 en 25 jaar de vragenlijst invulden. In tegenstelling tot 2022 werd er in 2024 geen steekproef getrokken; de vragenlijst was via een open link beschikbaar en respondenten werden vooral geworven via sociale media. De resultaten zijn gestandaardiseerd naar GGD-regio, leeftijd en gender om representativiteit te verbeteren, maar de wervingsmethode kan mogelijk leiden tot een oververtegenwoordiging van jongvolwassenen met een slechtere (mentale) gezondheid. Deze cijfers zijn door verschillen in de vraagstelling en leeftijdsgroep niet direct vergelijkbaar met de cijfers uit de GE of de LSM-A Middelen, maar bieden wel inzicht in regionale verschillen in middelengebruik onder 16-25-jarigen.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    GGD’en, RIVM. Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024. https://www.monitorgezondheid.nl/gezondheidsmonitor-jongvolwassenen/2024. 2025.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.