In het kort: Bij de afhandeling koos het OM in 2024 het vaakst voor dagvaarden (49%). Strafbeschikkingen stegen, transacties daalden verder en het aantal beleidssepots steeg. Harddrugszaken belanden vaker bij de rechter dan softdrugszaken. Bij gecombineerde zaken werd in 72% van de gevallen gedagvaard.
Hoe beslist het OM in drugszaken?
Het Openbaar Ministerie (OM) bepaalt hoe verdachten van drugszaken worden vervolgd. Dat kan via een rechtszaak (dagvaarding), maar ook op andere manieren zoals via het opleggen van een boete (strafbeschikking), het treffen van een schikking (transactie) of het stoppen van de zaak (sepot).
Dagvaarding
In 2024 werd bijna de helft van de verdachten (49%) van een Opiumwetdelict opgeroepen om voor de rechter te verschijnen. Dat is evenveel als in 2023. Dagvaarding is daarmee al jaren de meest voorkomende manier waarop het OM drugszaken afdoet [1].
Strafbeschikking
In 18% van de zaken kreeg de verdachte een straf opgelegd zonder tussenkomst van de rechter, bijvoorbeeld door het opleggen van een boete. Het aandeel strafbeschikkingen is met 18% in 2024 ongeveer vergelijkbaar met 2023 (17%). Sinds 2014 schommelt het aandeel strafbeschikkingen rond de 14%, met een zichtbare stijging vanaf 2021 [1].
Transactie
Het aandeel transacties daalde naar iets meer dan 1% in 2024, beduidend lager dan in eerdere jaren. Deze daling hangt samen met de invoering van de strafbeschikking. De laatste jaren kiest het OM namelijk steeds vaker voor een strafbeschikking [1].
Sepot
Soms besluit het OM een zaak niet verder te vervolgen. Dat kan omdat er te weinig bewijs is (technisch sepot) of omdat vervolging niet wenselijk is (beleidssepot). In 2024 steeg het aandeel beleidssepots naar 12%, terwijl het aandeel technische sepots licht daalde naar 18%.
Het aandeel beleidssepot ligt sinds 2019 hoger, omdat het OM vanaf dat jaar alle sepotbeslissingen in de eigen systemen registreert [1].
Voegingen
Voegingen (het samenvoegen van verschillende strafbare feiten gepleegd door dezelfde persoon en op hetzelfde onderwerp tot één zaak) gebeurt zelden – in minder dan 1% van de gevallen [1].
Verschillen tussen harddrugs- en softdrugszaken
Harddrugszaken worden vaker voor de rechter gebracht dan softdrugszaken. Na een daling in 2019 en 2020 is het aandeel dagvaardingen in harddrugszaken gestabiliseerd. Bij softdrugszaken is daarentegen opnieuw een stijgende trend zichtbaar. In 2018 werd de helft van de zaken voor de rechter gebracht, in 2022 was dat gedaald naar 33%. In 2024 is dit aandeel echter weer toegenomen tot 53% [1].
Bij gecombineerde zaken, waarin zowel hard- als softdrugs een rol spelen, is het aandeel dagvaardingen het hoogst. In 2024 was dit 72%, vergelijkbaar met de jaren daarvoor [1].
Het type sepot verschilt ook per categorie. Het percentage technische sepots ligt in 2024 voor zowel softdrugszaken als harddrugszaken op 19%. Bij gecombineerde zaken lag dit aandeel op 7%. Strafbeschikkingen werden in 2024 het vaakst toegepast bij softdrugszaken (25%), gevolgd door harddrugszaken (15%) en gecombineerde zaken (13%). Het aandeel beleidssepots was in 2024 het hoogst bij softdrugszaken (13%), gevolgd door harddrugszaken (11%) en gecombineerde zaken (7%) [1].
Aanvullende informatie
Bronnen
- 1.OMDATA/RACmin. Bewerking WODC/Regioplan. 2025.
Hoe te verwijzen
Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.