HomeLachgas13.3.2 Demografische kenmerken scholieren regulier onderwijs

13.3.2 Demografische kenmerken scholieren regulier onderwijs

Geslacht

Jongens in het voortgezet onderwijs hebben meer ervaring met het gebruik van lachgas dan meisjes ​[1]​ (zie figuur § 13.3.1).

  • Het verschil tussen jongens en meisjes is het grootst onder 12-jarigen (respectievelijk 8% en 4%) en verdwijnt geleidelijk met het toenemen van de leeftijd.
  • Bij het gebruik van lachgas in de afgelopen maand zijn er bijna geen verschillen tussen jongens en meisjes.

Leeftijd

Het gebruik van lachgas stijgt geleidelijk met de leeftijd ​[1]​.

  • Van de 12-jarigen heeft 6,0% ooit lachgas gebruikt en van de 16-jarigen heeft 17,0% ervaring met lachgas (zie figuur hieronder).
  • De gemiddelde leeftijd waarop de scholieren voor het eerst lachgas hadden gebruikt was 13,6 jaar. De startleeftijd is vergelijkbaar voor jongens en meisjes (respectievelijk 13,5 en 13,7 jaar).

Figuur 13.3.2       Gebruik van lachgas onder scholieren van 12-16 jaar van het voortgezet onderwijs naar leeftijd. Peiljaar 2019

Schoolniveau

Evenals voor harddrugs het geval is, hebben scholieren van het VMBO-b (13,1% ooit in het leven) vaker ervaring met lachgas dan scholieren van het VWO (6,9%) ​[1]​.

  • De percentages ooitgebruikers voor het VMBO-t en HAVO liggen hier tussen in, en verschillen niet statistisch significant met de andere schoolniveaus (zie tabel hieronder).
  • In de bevolking van 18 jaar en ouder ligt het gebruik van lachgas juist hoger onder hoogopgeleiden.

Tabel 13.3.2        Gebruik van lachgas onder scholieren van het voortgezet onderwijs van 12-16 jaar naar schoolniveau. Peiljaar 2019

Migratieachtergrond

Scholieren met een (westerse of een niet-westerse) migratieachtergrond hebben vaker ervaring met lachgas dan scholieren zonder migratieachtergrond.

  • Hetzelfde geldt voor het gebruik in de afgelopen maand (zie tabel hieronder). 
  • In de algemene volwassen bevolking ligt het gebruik van lachgas (ook) hoger onder mensen met een (westerse of niet-westerse) migratieachtergrond.
  • Recent onderzoek laat zien dat jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond een speciale risicogroep vormen voor problematisch en/of riskant lachgasgebruik (zie ook paragraaf ‘kwetsbare groepen’ § 13.3.5​[2]​.

Tabel 13.3.3 Gebruik van lachgas onder scholieren van het voortgezet onderwijs van 12-16 jaar naar migratieachtergrond. Peiljaar 2019

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Rombouts M, Van Dorsselaer S, Scheffers-van Schayck T, Tuithof M, Kleinjan M, Monshouwer K. Jeugd en riskant gedrag 2019: Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  2. 2.
    Spronk D, Nijkamp L, Nabben T, De Jonge M. Lachgasgebruik bij jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond: Een verkennend onderzoek. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.