HomeRitalin15.3.2 Studenten

15.3.2 Studenten

Gegevensbronnen

Om een beeld te krijgen van het middelengebruik onder jongeren van 16 t/m 18 jaar, onderzoekt het Trimbos-instituut sinds 2015 elke twee jaar het middelengebruik onder MBO- en HBO-studenten in deze leeftijdsgroep met de Middelenmonitor MBO-HBO ​[1–3]​. In deze monitor is echter niet het gebruik van ADHD-medicijnen onderzocht. De bevindingen in deze paragraaf hebben dus alleen betrekking op het hieronder beschreven onderzoek.

In 2021 is voor het eerst een grootschalig onderzoek verricht naar de mentale gezondheid en middelengebruik onder studenten van het hoger onderwijs (HBO en WO). Deze monitor zal iedere twee jaar worden uitgevoerd. Deze Monitor Mentale gezondheid en Middelengebruik Studenten hoger onderwijs is ontwikkeld en uitgevoerd door een consortium van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de brancheorganisatie van de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten en Geneeskundige Hulpverleningsorganisaties in de Regio (GGD GHOR Nederland) en het Trimbos-instituut. Deze monitor is gestart vanwege zorgen over de mentale gezondheid, het middelengebruik en de interactie tussen die twee factoren onder studenten ​[4,5]​. In 2021 namen 28.442 studenten deel, verdeeld over 15 instellingen voor hoger onderwijs ​[5]​. Het middelengebruik werd vergeleken tussen studenten in het HBO en studenten op de universiteit.

Studenten van het HBO en de universiteit

In de Monitor Mentale Gezondheid een Middelengebruik onder Studenten hoger onderwijs is het oneigenlijk gebruik van concentratieverhogende middelen onderzocht. Het gaat hierbij niet alleen om middelen met als werkzame stof methylfenidaat (zoals Ritalin en Concerta), maar ook om middelen met Modafinil. Dit is een medicijn dat slaapaanvallen voorkomt en wordt voorgeschreven bij narcolepsie (slaapziekte).

  • Bijna een op de twintig (4%) studenten heeft in het afgelopen jaar concentratieverhogende middelen zonder doktersrecept gebruikt (zie tabel onderaan de pagina). Het gebruik ligt hoger onder mannen (4,7%) dan onder vrouwen (3,4%).
  • De studenten die aangaven in het afgelopen jaar concentratieverhogende middelen te hebben gebruikt (niet op doktersrecept) deden dit met name tijdens het studeren/tentamens (85%).
  • Het oneigenlijk gebruik van concentratieverhogende middelen in het afgelopen jaar komt iets meer voor bij bachelor-studenten dan bij master-/andere studenten (4,1% vs. 3,7%); komt meer voor bij studenten van 22-25 jaar dan bij studenten van 16-21 jaar (4,9% vs. 3,4%); komt meer voor bij studenten die op zichzelf wonen dan bij studenten die bij hun ouders wonen (5,3% vs. 2,5%), en komt meer voor bij studenten met een belemmerende psychische aandoening zoals een depressie, angst- of eetstoornis dan bij studenten zonder belemmerende psychische aandoening (6,0% vs. 3,8%).
  • Daarnaast komt het oneigenlijk gebruik van concentratieverhogende middelen in het afgelopen jaar meer voor bij studenten met een concentratie-, lees-, of rekenprobleem dan bij studenten zonder dit soort problemen (8,9% vs. 3,6%). Mogelijk heeft een deel van deze studenten de medicijnen daadwerkelijk nodig, maar is er (nog) geen diagnose gesteld.
  • Studenten die veel stress ervaren en studenten die vaak prestatiedruk ervaren hebben vaker oneigenlijk gebruik gemaakt van concentratieverhogende middelen in het afgelopen jaar dan studenten die weinig stress ervaren en die niet vaak prestatiedruk ervaren.
  • Studenten met een huidige studieschuld van €10.000 of meer en studenten met een toekomstige studieschuld van €30.000 of meer hebben vaker concentratieverhogende middelen (niet op recept) in het afgelopen jaar gebruikt dan studenten met een lagere (toekomstige) studieschuld.
  • Aan de studenten is ook gevraagd of de coronapandemie en de coronamaatregelen invloed hebben gehad op het oneigenlijk gebruik van concentratieverhogende middelen.
  • De meeste studenten (87%) gaven aan dat deze vraag niet op hen van toepassing was, vermoedelijk omdat zij deze middelen niet gebruikten.
  • Van diegenen die wel concentratieverhogende middelen gebruikten gaf de meerderheid (72%) aan dat hun gebruik niet was veranderd, een zesde (16%) gaf aan meer te gebruiken en een kleinere groep (12%) gaf aan minder te gebruiken dan voor de coronapandemie. 

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Verdurmen JE, Van Dorsselaer S, Monshouwer K. Middelengebruik onder studenten van 16-18 jaar op het MBO en HBO 2015. Utrecht: Trimbos-instituut; 2016.
  2. 2.
    Tuithof M, Van Dorsselaer S, Monshouwer K. Middelengebruik onder studenten van 16-18 jaar op het MBO en HBO 2017. Utrecht: Trimbos-instituut; 2018.
  3. 3.
    Van Dorsselaer S, De Beurs D, Monshouwer K. Middelengebruik onder studenten van 16-18 jaar op het MBO en HBO 2019. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  4. 4.
    Dopmeijer JM, Nuijen Jasper, Busch MCM, Tak NI. Monitor Mentale gezondheid en Middelengebruik Studenten hoger onderwijs Deelrapport I Mentale gezondheid van studenten in het hoger onderwijs. Utrecht, the Netherlands: RIVM, GGD GHOR, Trimbos-instituut; 2021 p. 1–116.
  5. 5.
    Dopmeijer JM, Nuijen Jasper, Busch MCM, Tak NI. Monitor Mentale gezondheid en Middelengebruik Studenten hoger onderwijs Deelrapport II Middelengebruik van studenten in het hoger onderwijs. Utrecht, the Netherlands: RIVM, GGD GHOR, Trimbos-instituut; 2021 p. 1–123.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.