HomeWetgeving en beleid2.1.5.3 Uitgaven aan Opiumwetdelicten

2.1.5.3 Uitgaven aan Opiumwetdelicten

In 2019 is in totaal 474 miljoen euro uitgegeven aan de bestrijding van Opiumwetdelicten (Moolenaar & Van Dijk, 2020).[1] Dit omvat de uitgaven voor alle activiteiten (preventie, opsporing, vervolging, berechting, tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen, rechtsbijstand en slachtofferondersteuning) die tot doel hebben criminaliteit, verloedering en overlast in relatie tot Opiumwetdelicten (smokkel, handel, productie en bezit van drugs) te voorkomen of te bestraffen en onveiligheidsgevoelens weg te nemen. Zowel activiteiten van de overheid (rijk, provincies, gemeenten, douane) als van de particuliere sector (particulieren en bedrijven, ook de speciale beveiligings- en opsporingsbedrijven) worden meegenomen. Aan preventie wordt door verschillende partijen geld uitgegeven, bij opsporing gaat het vooral om uitgaven aan de politie en de bijzondere opsporingsdiensten, bij vervolging zijn het Openbaar Ministerie en de reclasseringsorganisaties de belangrijkste spelers en bij berechting de rechtbanken en gerechtshoven. De tenuitvoerlegging van diverse straffen en maatregelen is verspreid over een groot aantal uitvoeringsorganisaties, maar het meest geld gaat naar de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) die verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen.

  • In 2019 vormen de uitgaven aan Opiumwetdelicten 3,2% van de totale (nominale) uitgaven aan veiligheid in 2019. Deze delicten zijn hiermee een kleine kostenpost in vergelijking met vermogensmisdrijven (38,8%), vernieling en misdrijven tegen de openbare orde (15,7%) en gewelds- en seksuele misdrijven (16,7%). De bestrijding van verkeersmisdrijven kostte iets meer dan die van drugsmisdrijven (5,3%).
  • Bij de Opiumwetdelicten is veel meer geld uitgegeven aan de bestrijding van harddrugsmisdrijven dan aan de bestrijding van softdrugsmisdrijven (81% tegenover 19%).
  • Om een beeld te krijgen van de trend in de uitgaven zijn in figuur 2.4.1 de bedragen opgenomen die gecorrigeerd zijn voor loon- en prijsstijgingen (prijzen van 2015). Dan is te zien dat de totale uitgaven voor Opiumwetdelicten en ook die voor harddrugsmisdrijven globaal dalen sinds 2009, waarbij in 2015 iets meer is uitgegeven dan in 2014 (figuur 2.4.1). De uitgaven voor softdrugsmisdrijven stabiliseren min of meer. Ze vormen steeds slechts een fractie van de uitgaven voor harddrugsmisdrijven.

Figuur 2.4.1          Uitgaven aan Opiumwetdelicten 2002-2019 in miljoen euro, prijzen van 2005*

  • Bij de Opiumwetdelicten is het meeste geld uitgegeven aan de tenuitvoerlegging van straffen voor harddrugsmisdrijven (figuur 2.4.2). De uitgaven in 2019 wijken hierin niet af van die in eerdere jaren. Aan preventie is weinig uitgegeven. Opiumwetdelicten zijn meestal slachtofferloze delicten; er zijn dan ook geen kosten geweest voor ondersteuning van slachtoffers.
  • Opiumwetdelicten maken 8,7% van de totale kosten van tenuitvoerlegging uit en staan bij deze kostenposten op de derde plaats na gewelds- en seksuele misdrijven (47,9%) en vermogensmisdrijven (27,3%). Bij andere misdrijven dan drugsmisdrijven wordt meer uitgegeven aan preventie, opsporing, vervolging en berechting en aan ondersteuning van slachtoffers.
  • Tegenover de uitgaven staan overigens ook ontvangsten: het gaat daarbij om boetes, transacties, strafbeschikkingen, ontnemingsmaatregelen en overige ontvangsten, zoals aan de burger doorberekende kosten voor aanvragen bij de screeningsautoriteit JUSTIS, buitenlandse boetes en bestuurlijke boetes. Deze zijn niet gespecificeerd naar type delict.

Figuur 2.4.2          Uitgaven in miljoen euro voor Opiumwetdelicten, naar activiteit, nominaal, 2019I


[1] Zie voor de wijze waarop tot deze bedragen is gekomen Moolenaar & van Dijk, 2020 ​[1]​, Bijlage 3 Bronnen en methoden, p. 150 e.v.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Moolenaar DEG, Van Dijk JJ. Uitgaven aan sociale veiligheid. In: Criminaliteit en rechtshandhaving 2019: Ontwikkelingen en samenhangen: Cahier 2020-16, p. 99-104. Den Haag: WODC/CBS/Raad voor de rechtspraak; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype