HomeWetgeving en beleid2.1.6 Wetgeving en beleid ten aanzien van drugsgebruik en drugsgebruikers bij justitie

2.1.6 Wetgeving en beleid ten aanzien van drugsgebruik en drugsgebruikers bij justitie

Zie voor meer informatie ook § 17.2.

Het beleid ten aanzien van problematische gebruikers in het strafrechtssysteem gaat uit van het principe dat problematische gebruikers niet alleen bestraft moeten worden, maar ook en vooral zorg nodig hebben, wil criminele recidive voorkomen worden.

  • In de 25 veiligheidsregio’s zijn er Zorg- en Veiligheidshuizen waar verschillende organisaties, waaronder de politie, het Openbaar Ministerie (OM), de reclassering, de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en soms nog andere organisaties zoals de verslavingszorg, bijeenkomen om tot een integrale aanpak te komen van criminele of ernstige overlast veroorzakende personen, waarachter een complexe problematiek – vaak (ook) verslavingsproblematiek – schuilgaat.
  • Forensische zorg is zorg die beschikbaar is voor justitiabelen in het strafrechtelijk systeem die psychische problemen, verslavingsproblemen of een licht verstandelijke handicap hebben. Er zijn zorgvormen met een hoger niveau van beveiliging (tbs-klinieken) en zorgvormen met een lager beveiligingsniveau, zoals beschermd wonen, of ambulante zorg. Het beleidsuitgangspunt is ‘GGZ tenzij’: de problematische justitiabelen moeten naar zorginstellingen buiten detentie worden doorgeleid, tenzij er contra-indicaties zijn. Hun herstel en re-integratie wordt daardoor namelijk gestimuleerd en op die manier wordt hun criminele recidive teruggedrongen ​[1]​. De verslavingsreclassering kan worden ingeschakeld voor voorlichtende, ondersteunende en toezichthoudende taken. In de penitentiaire inrichtingen is (geestelijke) gezondheidszorg en op verslaving gerichte zorg beschikbaar.

Wet forensische zorg

Voor verbetering van de forensische zorg is de Wet forensische zorg vastgesteld (Stb. 38, 2018). Deze is per 1 januari 2019 in werking getreden ​[2]​ (zie ook het NDM Jaarbericht 2016 ​[3]​ en § 2.1.6). De wet regelt de brede stelselherziening van de forensische zorg, die al in 2007 was ingezet en heeft mede als doel bij te dragen aan doorverwijzingen vanuit justitie naar zorg.

  • De wet regelt de inkoop van de forensische zorg bij zorgaanbieders, zodat gestuurd kan worden op de kwaliteit van de forensische zorg, en er een gedifferentieerd zorgaanbod gecreëerd kan worden.
  • Er komt één uniforme plaatsingsprocedure (waarbij het niet uitmaakt wat de strafrechtelijke titel is); de indicatiestelling en de justitiële titel vormen de basis voor het plaatsingsbesluit en bepalen het type forensische zorg dat een persoon zal ontvangen.
  • Een zorgaanbieder moet bij het beëindigen van forensische zorg die is opgelegd als voorwaarde een advies aan het OM geven over de kans op herhaling van het gedrag dat ten grondslag lag aan de forensische zorgtitel.
  • Gegevensverstrekking en -uitwisseling tussen alle betrokken organisaties (DJI, het OM, de zorgaanbieder, NIFP/IFZ en de reclassering) wordt eenvoudiger gemaakt, en is in principe verplicht. De aansluiting tussen het strafsysteem (bijvoorbeeld gevangenisstraf) en de GGZ-zorg wordt verbeterd.

Inrichting voor stelselmatige daders (ISD; zie ook § 15.2)

De maatregel plaatsing in een Inrichting voor stelselmatige daders (ISD) is bedoeld voor veelplegers, plegers van veel delicten, die vaak complexe, meervoudige problematiek hebben zoals verslaving en andere psychische ziektebeelden. Het doel is de recidive terug te dringen door hen gedurende een langere periode in te sluiten (maximaal twee jaar), en hen behandeling en interventies te geven gericht op gedragsverandering (T.K.31110-20, 2020).

  • De capaciteit voor het uitvoeren van de ISD-maatregel in de penitentiaire inrichtingen wordt in de loop van 2020 uitgebreid met 56 extra plaatsen in PI Alphen aan den Rijn. In totaal zijn er dan tien inrichtingen die de ISD ten uitvoer leggen met een totale capaciteit van 467 ISD-plaatsen.
  • De capaciteit wordt mede uitgebreid omdat uit een effectmeting van het WODC opnieuw gebleken is dat de ISD-maatregel  effectiever is in het verminderen van de recidive in vergelijking met een reguliere sanctie, zoals een kortdurende gevangenisstraf.  ISD’ers die forensische zorg hebben gehad recidiveren significant minder dan ISD’ers die geen forensische zorg hebben gehad (waaronder verslavingszorg). Nader onderzoek zou nodig zijn om te weten te komen of het geven van forensische zorg daadwerkelijk effect heeft op het reduceren van recidive van ISD’ers.
  • DJI gaat voor jong volwassen veelplegers verder investeren in een specifiek programma tijdens detentie ​[4]​.

Drugontmoedigingsbeleid in Penitentiaire inrichtingen

In de Nederlandse penitentiaire inrichtingen wordt een drugsontmoedigingsbeleid gevoerd. Om te voorkomen dat drugs de inrichting binnenkomen, omvat het drugsontmoedigingsbeleid zowel preventieve als repressieve maatregelen, daarbij rekening houdend met het leefklimaat in de inrichtingen. Zo is het uitgangspunt dat bij een geconstateerd strafbaar feit altijd aangifte wordt gedaan. Ook wordt ingezet op gedragsverandering. Het beleid omvat maatregelen zoals toegangscontrole bij iedereen die een inrichting binnenkomt, cel inspecties, fouillering, visitatie en de inzet van drugshonden, urinecontroles en een zodanige inrichting van bezoekersruimten van gesloten inrichtingen dat er goed toezicht is op de justitiabele en het bezoek.

  • Het veiligheidsbeleid in gevangenissen wordt aangescherpt. Dit is niet alleen gericht op het binnensmokkelen van contrabande, zoals drugs, maar ook op wat genoemd wordt ‘voortgezet crimineel handelen tijdens detentie’. Er is 3 miljoen euro structureel beschikbaar om contrabande tegen te gaan. Zo wordt er extra geïnvesteerd in hekwerk en camera’s. Om drugs en telefoons op te sporen wordt het aantal speurhonden verdubbeld van 10 begeleiders met 20 honden naar 20 begeleiders met 40 honden. Er worden nieuwe methoden gebruikt om drugs te ontdekken bij binnenkomst in een gevangenis, zoals apparatuur om drugssporen op kleding en voorwerpen te herkennen ​[5]​.
  • Per 1 november 2019 is een  wet in werking getreden waarmee het binnenbrengen van verboden voorwerpen in justitiële inrichtingen strafbaar wordt gesteld (Stb, 2019, 200 en Stb 2019, 358). De strafbaarstelling is er op gericht het binnensmokkelen van voorwerpen die in de samenleving legaal zijn, maar waarvan het bezit of gebruik de orde en de veiligheid van de inrichting in gevaar brengen of waarmee criminele activiteiten kunnen worden voortgezet, tegen te gaan (denk aan telefoons, een mes). Het binnenbrengen in een inrichting van drugs, was al strafbaar.
  • Alle gevangenissen hebben een analyse uitgevoerd van risico’s op de aanwezigheid van smokkelwaar  en de maatregelen die kunnen worden getroffen. Door de Dienst Justitiële Inrichtingen wordt sinds begin 2019 een registratie van vondsten van contrabande bijgehouden. De registratie wordt nog verbeterd ​[5]​.
  • Disciplinaire straffen binnen de inrichting wegens contrabande moeten persoonsgerichter worden en er komen zwaardere straffen op te staan. Dat past in het beleid om binnen inrichtingen persoonsgerichter te straffen binnen de kaders die de wet biedt ​[5]​.
  • Om te voorkomen dat gedetineerden uit de hogere risicocategorie vanuit de gevangenis doorgaan met hun criminele activiteiten en georganiseerde criminaliteitsnetwerken actief kunnen zijn vanuit  de gevangenis, voert de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) in 2020 en 2021 een proef uit met kleinschalige afdelingen onder intensief toezicht. Op 1 maart 2020 is begonnen met een zwaarbeveiligde kleinschalige aparte afgesloten afdeling bij één inrichting: daar kunnen het toezicht en de afzondering worden verhoogd ten opzichte van de rest van de organisatie. Bovendien zal het net opgerichte Bureau Inlichtingen en Veiligheid (BIV) informatie over gedetineerden uit de georganiseerde ondermijnende criminaliteit analyseren en indien nodig, maatregelen  treffen ​[6]​.
  • In het kader van het programma Koers en kansen voor de sanctie-uitvoering, waarin justitie, zorg en sociaal domein samenwerken aan recidivevermindering en een effectieve sanctie uitvoering, is er onder andere het project  ‘Samen starten in Zwolle en Zutphen’. Daarin werken Tactus verslavingsreclassering en Reclassering Nederland samen met de  penitentiaire inrichtingen aan een aanpak om  in de eerste week van detentie te beginnen aan  een succesvolle re-integratie, en niet pas na de invrijheidstelling.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    T.K.32398-3. Vaststelling van een Wet forensische zorg en daarmee verband houdende wijzigingen in andere wetten (Wet forensische zorg): Memorie van toelichting. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2010.
  2. 2.
    Stb.2018-498. Besluit van 11 december 2018 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet forensische zorg. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2018.
  3. 3.
    Van Laar MW, Van Ooyen-Houben MMJ, Cruts AAN, Meijer RF, Croes EA, Ketelaars APM, et al. Nationale Drug Monitor: Jaarbericht 2016. Utrecht/Den Haag: Trimbos-instituut/WODC; 2016.
  4. 4.
    T.K.31110-20. Justitieel Verslavingsbeleid: Brief regering: Maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD), 13 januari 2020. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2020.
  5. 5.
    T.K.24587-748. Justitiële Inrichtingen: Brief regering: Maatregelen tegen contrabande en voortgezet crimineel handelen tijdens detentie (VCHD) in het gevangeniswezen. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2019.
  6. 6.
    T.K.29911-281. Bestrijding georganiseerde criminaliteit: Brief regering: Uitwerking breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit, 18 juni 2020. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype