HomeCannabis3.6.3 Incidenten

3.6.3 Incidenten

Hoe vaak komen cannabisgerelateerde gezondheidsincidenten voor?

In het kort: Er is geen landelijk dekkende registratie van drugsgerelateerde incidenten, daardoor weten we niet hoeveel drugsgerelateerde incidenten er in Nederland zijn. Van de geregistreerde druggerelateerde incidenten werd in 2024 bij ruim een vijfde cannabis gebruikt. Dit aandeel is de afgelopen jaren stabiel gebleven. Bij de meeste incidenten werd alleen cannabis gebruikt (wel vaak in combinatie met alcohol). In 2025 was cannabis de drug met het hoogste aantal telefonische informatieverzoeken bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC). Van de verkeersslachtoffers die voorafgaand aan een ongeval alcohol en/of drugs hadden gebruikt, gebruikte een klein deel cannabis.

Het exacte aantal drugsgerelateerde incidenten is niet bekend

We weten niet precies hoeveel drugsgerelateerde incidenten er landelijk zijn. We kunnen wel iets zeggen over met welke drugs er relatief vaak incidenten zijn, hoe dit over de jaren heen eventueel veranderd is, wat de aard van de incidenten is en wat de kenmerken zijn van de mensen met een incident

Bij ongeveer één op de vijf drugsgerelateerde gezondheidsincidenten speelt cannabis een rol

In 2024 werden er 1.282 cannabisgerelateerde gezondheidsincidenten geregistreerd bij de Monitor Drugsincidenten (MDI) ​[1]​. Dat is 21% van het totaal aantal geregistreerde drugsincidenten door de MDI. Na ecstasy waren cannabisincidenten de meest geregistreerde drugsincidenten.

Uitleg over deze cijfers en meer informatie over de MDI vind je onder het kopje Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina.

Bij merendeel van de cannabisincidenten is cannabis als enige drug gebruikt

Bij 72% van de geregistreerde cannabisincidenten was er sprake van mono-drugsgebruik. Dat betekent dat cannabis als enige drug is gebruikt. Waar bekend, werd bij 46% van deze incidenten ook het gebruik van alcohol gemeld.

Bij 28% van de geregistreerde cannabisincidenten was er sprake van polydrugsgebruik. Dat betekent dat bij eenzelfde gelegenheid naast cannabis, één of meer andere drugs werden gebruikt. Cannabis werd het vaakst gecombineerd met cocaïne (28%), ecstasy (25%), amfetamine (17%), GHB (15%), 3-MMC (12%) en ketamine (12%). Waar bekend, werd bij 39% van deze incidenten ook alcoholgebruik gemeld.

Polydrugsgebruik verhoogt de kans op ongewenste en onvoorspelbare effecten, omdat de afzonderlijke middelen elkaars effecten kunnen beïnvloeden. De middelen kunnen elkaars werking bijvoorbeeld versterken of juist tegenwerken. In sommige gevallen kan dit leiden tot levensgevaarlijke situaties of zelfs overlijden, zie voor meer informatie de pagina over sterfte.

Bij merendeel van de cannabisincidenten gaat het om intoxicaties

Bij 61% van de geregistreerde cannabisincidenten was er sprake van een intoxicatie. Letsel door bijvoorbeeld een val kwam minder vaak voor (15%). Bij slechts 1% van de cannabisincidenten was sprake van ontwenning. Bij 23% was het type incident niet bekend.

Grootste aandeel cannabisincidenten bij MDI-ziekenhuizen

Het grootste aandeel cannabisincidenten binnen de medische diensten werd gezien door MDI-ziekenhuizen (36% van het totaal aantal drugsincidenten binnen deze dienst). Bij 74% van de cannabisincidenten in MDI-ziekenhuizen ging het om mono-drugsgebruik, en bij 27% om polydrugsgebruik.

Cannabiscliënten zijn vaak man en ouder dan 25 jaar

Waar bekend, ging het bij het grootste gedeelte van de incidenten met mono-drugsgebruik van cannabis om mannen (65%). Het merendeel van de cannabiscliënten is ouder dan 25 jaar. Het aandeel patiënten jonger dan 25 jaar was met 48% het hoogst bij de ambulancediensten. Cannabiscliënten die bij de forensisch artsen werden gezien hadden, waar bekend, relatief vaak ook alcohol gebruikt (61%).

Bij MDI-ziekenhuizen relatief vaak patiënten met ernstige cannabisintoxicatie

De mate van intoxicatie verschilt per medische dienst. Bij MDI-ziekenhuizen werden relatief vaak patiënten met een ernstige mono-cannabisintoxicatie gezien. Waar bekend ging het bij 71% van de mono-cannabisincidenten om een ernstige intoxicatie. Bij de forensisch artsen en EHBO’s lag dit percentage een stuk lager (forensisch artsen 8%; EHBO 19%). Bij het LIS is geen informatie beschikbaar over de mate van de intoxicatie.

De mate van intoxicatie is een (grove) indeling van de ernst van de vergiftiging op basis van het klinische beeld van de cliënt. Deze indeling is gebaseerd op verschillende scores, zoals de EMV en AVPU, en klinische ervaring/expert opinion. De behandelend zorgmedewerker bepaald de mate van de intoxicatie, of deze wordt op een later moment vastgesteld op basis van de medische rapportage van de cliënt. De score gaat over het moment waarop de cliënt het meest last had van klachten en/ of complicaties.

Klachten die in 2024 veel voorkwamen na mono-drugsgebruik van cannabis bestonden bij lichte intoxicaties vaak uit algeheel gevoel van ziekte of ongemak (35%), braken/misselijkheid (34%), duizeligheid (22%), angst (20%) en te snel hartritme (9%). Bij matige intoxicaties was er ook relatief vaak sprake van flauwvallen (collaps) (35%) en desoriëntatie (17%). Bij ernstige intoxicaties was er vaak sprake van hart- en vaatproblematiek zoals een te snel hartritme (48%), verhoogde bloeddruk (39%).

Hoe vaak zoeken hulpverleners informatie op over cannabisproducten bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum?

Cannabis was in 2025 de drug met het hoogste aantal informatieverzoeken bij het NVIC

In 2025 was cannabis (exclusief (semi)synthetische cannabinoïden, zie ook: nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) incidenten) de drug met het hoogste aantal telefonische informatieverzoeken door hulpverleners bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) (381 telefonische informatieverzoeken) ​​[2]​. Dat is 17% van het totaal aantal telefonische informatieverzoeken over (mogelijke) blootstellingen van mensen aan drugs en illegale middelen. Onder deze categorie vallen zowel klassieke drugs, als NPS.

Toename in aantal informatieverzoeken over cannabis edibles en cannabis vapes

Het aantal telefonische informatieverzoeken over cannabis (exclusief (semi)synthetische cannabinoïden) is toegenomen van 298 in 2024 naar 381 in 2025 ​[2]​. Deze toename komt waarschijnlijk door een toename in het aantal informatieverzoeken over cannabis edibles (166 in 2025). Edibles zijn voedingsmiddelen zoals cake, snoep of chocolade met cannabinoïden. De verpakking lijkt vaak op de verpakking van gewoon snoepgoed. Bij een derde van de meldingen ging het om (jonge) kinderen die de edibles per ongeluk hadden ingenomen. Naast edibles worden er ook steeds meer informatieverzoeken gedaan over vapes met cannabinoïden. Ook werden 16 vergiftigingen met cannabinoïden-bevattende vapes gemeld, exclusief blootstellingen aan (semi)synthetische cannabinoïden. Dit is een toename ten opzichte van 9 meldingen in 2024. In driekwart van deze vergiftigingen betrof het jongeren (13–17 jaar). In 90% van de blootstellingen was sprake van een THC-bevattende vape.

Op de website www.vergiftigingen.info werden daarnaast 536 ernstberekeningen uitgevoerd voor cannabis. Een ernstberekening is een inschatting van de ernst van de intoxicatie op basis van een aantal gegevens. Dat is 14% van het totaal aantal ernstberekeningen voor (mogelijke) blootstellingen van mensen aan drugs en illegale middelen. Cannabisproducten stonden hier op de derde plaats in de categorie drugs en illegale middelen, na MDMA en cocaïne. Ook het aantal ernstberekeningen voor cannabis is toegenomen, van 411 in 2024 naar 536 in 2025. Zie ook: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina voor meer uitleg.

Hoe vaak komen cannabisgerelateerde verkeersongevallen voor?

Aandeel cannabis klein onder verkeersslachtoffers die alcohol en/of drugs hadden gebruikt

Van alle 7.179 verkeersslachtoffers op de SEH van 14 LIS -ziekenhuizen tussen 2012 en 2021 die alcohol en/of drugs hadden gebruikt voorafgaand aan het ongeval (inclusief passagiers en voetgangers), had bijna 6 procent (ook) drugs gebruikt ​[3]​. Als er drugs waren gebruikt, dan ging dat in één derde van de gevallen (33%) om cannabis, gevolgd door cocaïne (14%), GHB (11%), een combinatie van drugs (12%). In één op de zes gevallen was het type drug onbekend.

Het is niet bekend hoeveel verkeersslachtoffers zijn veroorzaakt door een bestuurder die cannabis had gebruikt. Zie voor meer informatie: Middelengebruik en strafbaar gedrag: rijden onder invloed.

Er is geen landelijk en compleet overzicht van de drugsgerelateerde verkeersongevallen in Nederland. Daarnaast wordt er op de SEH-afdeling niet altijd gevraagd naar middelengebruik voorafgaand aan een ongeval. Deze cijfers zijn dus een onderschatting van het werkelijke aantal verkeersslachtoffers dat cannabis heeft gebruikt. Zie ook: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina.

Registratie van drugsgerelateerde incidenten

De Monitor Drugsincidenten (MDI) houdt sinds 2009 jaarlijks gegevens bij over acute gezondheidsincidenten als gevolg van drugsgebruik in Nederland ​[1]​. De informatie wordt verzameld via verschillende medische diensten, waaronder SEH-afdelingen van ziekenhuizen, ambulancediensten, forensisch artsen en EHBO-posten op grootschalige evenementen. De MDI werkt met acht peilstationregio’s: Amsterdam, Rotterdam, Brabant Zuidoost, Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid, Twente, Groningen en Limburg. Daarnaast melden enkele instanties buiten deze regio’s incidenteel ernstige incidenten of sterfgevallen.

Hoewel de MDI waardevolle inzichten biedt in de aard en ernst van acute drugsincidenten, is de monitor niet landelijk dekkend. Hierdoor is zij minder geschikt om een volledig beeld te geven van het totale aantal incidenten in Nederland. De gekozen regio’s zijn informatief om trends in drugsgebruik te signaleren. Het aantal deelnemende instellingen is in de loop der jaren gegroeid, al zijn enkelen (tijdelijk) wegens omstandigheden niet in staat geweest om gegevens aan te leveren wegens verandering in hun registratiesysteem of personele onderbezetting. Dit leidt tot fluctuaties in het absolute aantal gemelde incidenten. Om die reden rapporteert de MDI bij voorkeur in percentages in plaats van absolute aantallen.

Een belangrijk aandachtspunt bij de interpretatie van de cijfers is dat het bij het merendeel van de meldingen gaat om zelfrapportage of vermoedens van gebruik. Dit betekent dat de gebruikte drug vaak wordt aangegeven door de betrokkene zelf, door omstanders, of wordt afgeleid uit het klinische beeld of aangetroffen parafernalia. Drugsincidenten worden bijna nooit toxicologisch onderzocht. Dit betekent dat er geen laboratoriumtests zijn uitgevoerd om de aanwezigheid van specifieke stoffen te bevestigen. Hierdoor blijft het onzeker welke stof het incident heeft veroorzaakt.

Tot slot verschilt de volledigheid van de gegevens per casus, afhankelijk van hoe gedetailleerd de variabelen in de medische dossiers zijn vastgelegd. Ondanks deze beperkingen biedt de MDI een verdiepend beeld van de acute gezondheidsproblemen die kunnen optreden na het gebruik van verschillende soorten drugs.

Informatieverzoeken van hulpverleners bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum

Het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) registreert informatieverzoeken van artsen en hulpverleners over de mogelijke gezondheidseffecten en behandeling van acute vergiftigingen. Het NVIC is onderdeel van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC Utrecht) en is 24 uur per dag telefonisch bereikbaar. De meeste drugsgerelateerde telefonische informatieverzoeken gaan over cliënten die in aanraking zijn gekomen met een middel: een blootstelling. Een blootstelling leidt niet altijd tot vergiftigingsverschijnselen, het gaat dus om een mogelijke/potentiële vergiftiging.

Hulpverleners kunnen ook via de website www.vergiftigingen.info toxicologische informatie van een stof of product opzoeken. Er kan a) een ernstberekening worden uitgevoerd voor een individuele patiënt, b) een stofmonografie worden ingezien of c) therapieteksten en behandelprotocollen worden geraadpleegd. Bij het uitvoeren van een ernstberekening vult de hulpverlener een aantal gegevens in op de site. Op basis van de ingevoerde gegevens wordt teruggekoppeld of er vermoedelijk sprake is van een lichte intoxicatie (tekst: behandeling meestal niet nodig), een matige intoxicatie (tekst: ziekenhuisobservatie, behandeling vaak nodig) of een ernstige intoxicatie (tekst: mogelijk levensbedreigend).

Het aantal telefonische informatieverzoeken en ernstberekeningen geven geen informatie over het daadwerkelijke aantal blootstellingen of vergiftigingen. Ook de mate waarin de hulpverleners kennis hebben (opgebouwd) over het middel zal van invloed zijn op het aantal informatieverzoeken. De website kan bovendien niet alleen worden gebruikt bij daadwerkelijke blootstellingen, maar ook voor oriëntatie of bijscholing. Daarnaast bestaat in Nederland geen meldingsplicht voor acute vergiftigingen.

Middelengebruik onder verkeersslachtoffers

In 2022 heeft VeiligheidNL onderzoek gedaan naar middelengebruik (alcohol, drugs en rijgevaarlijke medicijnen) onder verkeersslachtoffers in de periode 2012-2021 ​[3]​. Het Letsel Informatiesysteem (LIS) van VeiligheidNL, dat SEH-bezoeken als gevolg van letsels registreert, is als bron gebruikt. Gegevens zijn verzameld bij de SEH’s van 14 LIS-ziekenhuizen en overlappen deels met de Monitor Drugsincidenten. Deze gegevens kunnen trends signaleren, maar zijn niet geschikt voor landelijke schattingen van incidenten.

Op de SEH-afdeling wordt niet altijd gevraagd naar middelen- of medicijngebruik voorafgaand aan een ongeval. Als er duidelijk sprake is van middelengebruik of als dit belangrijk is voor de behandeling, wordt het wel geregistreerd. Daarom moeten de gegevens over middelengebruik in LIS worden gezien als een ondergrens van de daadwerkelijke problematiek. Bovendien kunnen we uit deze gegevens niet bepalen hoeveel verkeersslachtoffers er zijn door bestuurders die alcohol en/of drugs hebben gebruikt.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Van Winkel S, Hutten N, Salar B, Noach S, Valkenberg H, Van Laar M, et al. Monitor Drugsincidenten: Jaarraportage 2024 [Internet]. Utrecht: Trimbos-instituut; 2026. Available from: https://www.trimbos.nl/wp-content/uploads/2026/05/TRI-41-031_Monitor-Drugsincidenten-Jaarrapportage-2024.pdf
  2. 2.
    C.C. Visser, J.J. Nugteren-van Lonkhuyzen, A.G. van Velzen, H.N. Mulder-Spijkerboer, M.A. Dijkman, D.W. de Lange, et al. Acute vergiftigingen bij mens en dier: NVIC Jaaroverzicht 2025: NVIC Rapport 01/2026 [Internet]. NVIC (Nationaal Vergiftingen Informatie Centrum), Universitair Medisch Centrum Utrecht; 2025. Available from: https://assets-eu-01.kc-usercontent.com/4ecb7ebb-946a-0154-473e-737dbc98bace/39e07bbb-7918-4fa9-b83e-680e21f83b0e/NVIC%20Jaaroverzicht%202025%20%28printversie%29.pdf
  3. 3.
    Valkenberg H, Nijman S. Middelengebruik in het verkeer: een analyse van data verzameld op SEH-afdelingen [Internet]. Amsterdam: VeiligheidNL; 2022. Available from: https://www.veiligheid.nl/sites/default/files/2022-11/Rapportage middelengebruik in het verkeer 2012-2021.pdf

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.