HomeAlcohol11.2.3 Gebruikspatronen

11.2.3 Gebruikspatronen

Mate van gebruik

Een volwassene die wel eens drinkt, dronk in 2020 gemiddeld 1,1 glazen alcohol per dag. Dit is lager dan het gemiddeld aantal glazen in 2019 (1,2 glazen).

  • Mannen dronken in 2020 gemiddeld meer glazen per dag dan vrouwen (1,4 versus 0,8).
  • Onder de drinkers dronken 65-74-jarigen het meest: gemiddeld 1,4 glas per dag. Onder 30-49 jarigen is het gemiddelde aantal glazen per dag het laagst (1,0 glas per dag).

De mate van consumptie van alcohol kan ook via andere indicatoren weergeven worden. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het percentage en het absolute aantal zware drinkers, overmatige drinkers, drinkers volgens de richtlijn van de Gezondheidsraad en niet volgens de richtlijn. In onderstaande teksten zullen deze indicatoren verder worden toegelicht.

Tabel 11.2.4          Extra indicatoren alcoholgebruik: zwaar drinken, overmatig drinken,
alcoholgebruik niet volgens de richtlijn en alcoholgebruik volgens de richtlijn van de Gezondheidsraad in de bevolking van 18 jaar een ouder.

Drinken volgens de richtlijn

De Richtlijn Goede Voeding van de Gezondheidsraad (in dit rapport ook wel ‘de richtlijn’ of ‘het drinkadvies’ genoemd) ​[1]​ adviseert om geen alcohol te drinken of in ieder geval niet meer dan één glas per dag.

  • In 2020 voldeed 44,4% van de totale bevolking van 18 jaar of ouder aan het drinkadvies; 33,6% van de mannen en 54,8% van de vrouwen dronk niet meer dan 1 glas alcohol per dag.
  • Sinds de richtlijn is ingevoerd is er een stijging van het percentage volwassen alcoholgebruikers dat hieraan voldoet. In 2014 voldeden er minder volwassenen aan de richtlijn (37,4%).

Overmatig drinken

Overmatig drinken wordt gedefinieerd als meer dan 21 glazen per week voor mannen en meer dan 14 glazen per week voor vrouwen. Een drinker kan aan de criteria van zowel zwaar drinken als overmatig drinken voldoen. Het verder terugdringen van overmatig drinken (naar 5% in 2040) is een van de pijlers uit het Nationaal Preventieakkoord, daarvan is het percentage volwassen Nederlanders dat overmatig drinkt een kernindicator,

  • In 2020 dronk 6,9% van de volwassenen overmatig. Afgerond op tienduizendtallen komt dat neer op 960.000 Nederlanders (95%-betrouwbaarheidsinterval: 860.000-1.000.000).
  • Meer mannen (8,2%) dan vrouwen (5,7%) drinken overmatig.
  • Het percentage overmatige drinkers verschilt tussen leeftijdsgroepen. De prevalentie is het hoogst onder 20-24-jarigen en het laagst onder de 75 plussers (zie § 11.2.2).
  • In 2020 is het percentage overmatige drinkers (6,9%) significant lager dan in 2019 (8,5%).

Figuur 11.2.4 Percentage overmatige drinkers in de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder, naar geslacht. Vanaf 2001*

Zwaar drinken

Zwaar drinken wordt gedefinieerd als het drinken van minstens één keer per week 6 of meer glazen alcohol op één dag voor mannen en het drinken van minstens één keer per week 4 of meer glazen op één dag voor vrouwen[1]. Het verder terugdringen van zwaar drinken (naar 5% in 2040) is één van de pijlers uit het NPA, hiervoor is het percentage volwassenen dat zwaar drinkt een kernindicator.

  • In 2020 was 7,7% van de bevolking van 18 jaar en ouder een zware drinker, waaronder meer mannen (8,7%) dan vrouwen (6,7%).
  • Wanneer gekeken wordt naar leeftijd, is de prevalentie van zwaar drinken het hoogst onder jongvolwassenen van 18 en 19 jaar (19,4%) en 20-24 jaar (14,1%) (zie § 11.2.2).
  • Het percentage zware drinkers schommelde sinds 2014 tussen 10% en 8,5%. In 2020 was het percentage lager (7,7%), maar niet significant verschillend van 2019 (8,5%) en de jaren daarvoor (zie onderstaande figuur). Cijfers voor 2014 zijn niet vergelijkbaar, zowel vanwege de al genoemde methodebreuk in dataverzameling tussen 2013 en 2014, als een gewijzigde definitie van zwaar drinken voor vrouwen sinds 2012 (was tot en met 2011 minimaal één keer per week 6 glazen op een dag drinken, en werd vanaf 2012 minimaal één keer per week 4 glazen op een dag drinken).
  • Zwaar drinken kwam in 2020 meer voor onder mensen uit weinig tot niet-stedelijke gebieden (9,0%), dan onder mensen in zeer stedelijke gebieden (6,9%). In 2019 zat hier geen significant verschil tussen.

Figuur 11.2.5 Percentage zware drinkers in de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder, naar geslacht. Vanaf 2001*

Alcoholvrij

Alcoholhoudende dranken zijn in de Alcoholwet gedefinieerd als dranken die meer dan 0,5% volumeprocent alcohol bevatten bij een temperatuur van 20 graden Celsius. Voor alcoholvrije dranken bestaat geen eenduidige bij de wet vastgelegde definitie. In dit hoofdstuk worden met alcoholvrije dranken bedoeld: dranken die normaal gesproken alcohol bevatten, maar waar een alcoholvrije variant van bestaat, zoals alcoholvrij bier, alcoholvrije wijn of alcoholvrije cocktails. Een aantal definities is wel in de wet vastgelegd (Warenwetbesluit Gereserveerde aanduidingen, 1998). Alcoholvrij bier omvat bieren met ten hoogste 0,1% volumeprocent alcohol. Alcoholarm bier omvat bieren met minimaal 0,1% en maximaal 2,2% volumeprocent alcohol (art. 7c & 7d, Warenwetbesluit Gereserveerde aanduidingen, 1998).

In de tweejaarlijkse LSM-A wordt sinds 2018 gevraagd naar de consumptie van  alcoholvrij bier. In 2020 is voor het eerst ook gevraagd naar de consumptie van alcoholvrije wijn en cider.

  • In 2020 dronk 13,1% van de volwassenen minstens maandelijks alcoholvrij bier of alcoholvrije wijn.
  • Bijna één op de 8 volwassenen (12,2%) in Nederland dronk in 2020 tenminste maandelijks alcoholvrij bier. In 2018 lag dat percentage op 9,6% ​[2]​.
  • Er zijn meer mannen (16,9%) dan vrouwen (7,5%) die maandelijks alcoholvrij bier drinken
  • Personen uit de leeftijdsgroepen 25 tot 29 (14,7%), 30 tot 39 (14,8%) en 40 tot 49 jaar (13,7%) drinken het vaakst alcoholvrij bier. Jongvolwassenen van 18-29 jaar (7,8%) en 75-plussers (8,3%) drinken minder vaak alcoholvrij bier.
  • Het gebruik van alcoholvrij bier verschilt naar opleidingsniveau: hoogopgeleiden drinken het vaakst minstens maandelijks alcoholvrij bier (17,2%), gevolgd door middelbaar- (10,3%) en laagopgeleiden (6,8%).
  • In 2020 dronk 1,7% van de volwassen bevolking minstens maandelijks alcoholvrije wijn en  13,3% heel soms.
  • Personen die wel eens alcohol drinken, drinken ook vaker alcoholvrij bier dan personen die geen alcohol drinken. Van de alcoholgebruikers drinkt 10,9% maandelijks alcoholvrij bier, van niet-alcoholgebruikers is dit 4,8% ​[2]​.

Meer informatie over alcoholvrije dranken op Expertisecentrum Alcohol


[1] https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/begrippen?tab=z#id=zware-drinker.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag: Gezondheidsraad; 2015.
  2. 2.
    Tuithof M, Monshouwer K, Van Aalten J, Van Dorsselaer S. Alcoholgebruik onder volwassenen in Nederland: Kerncijfers 2018 [Internet]. Expertisecentrum Alcohol; 2020. Available from: https://www.trimbos.nl/docs/b1303f1d-bd3a-4b02-8a9d-64f5c7d9f000.pdf

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.