HomeLachgas13.2.2 Demografische kenmerken

13.2.2 Demografische kenmerken

De cijfers over het gebruik van lachgas kunnen worden uitgesplitst naar geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, migratieachtergrond en stedelijkheid. Het aantal laatste-maand-gebruikers van lachgas in de steekproef is te klein om nader uit te splitsen naar deze demografische kenmerken.

Geslacht

Meer mannen (8,6%) dan vrouwen (6,3%) gebruikten ooit lachgas. In het laatste-jaar-gebruik zijn er geen verschillen (zie tabel). In voorgaande jaren was er wel een verschil in laatste-jaar-gebruik tussen mannen en vrouwen. Onder mannen nam het gebruik van lachgas toe van 2018 naar 2019, en daalde weer in 2020. Onder vrouwen bleef het lachgasgebruik in deze jaren op hetzelfde niveau.

Leeftijd

Gebruik van lachgas komt het meest voor onder jongvolwassenen. Na het 24ste levensjaar neemt het gebruik van lachgas flink af.

  • Het percentage gebruikers in het afgelopen jaar is het hoogst onder jongvolwassenen van 18-19 jaar (14,5%) en onder jongeren van 20-24 jaar (12,1%).
  • Onder twintigers, dus zowel de 20-24 jarigen als de 25-29 jarigen, ligt het gebruik van lachgas in het laatste jaar lager dan voorgaande jaren.
  • De gemiddelde leeftijd van de laatste-jaar-gebruikers komt uit op 24,7 jaar. Dat is lager dan in 2018 (26,5 jaar) en 2019 (25,6 jaar). In deze metingen lag het gebruik onder 25-29 jarigen ook hoger.

In de LSM-A werd aan lachgasgebruikers gevraagd op welke leeftijd zij dit middel voor het eerst namen. De helft van de volwassen Nederlanders die in het afgelopen jaar lachgas gebruikten, nam dit middel tussen hun 18de en 23ste levensjaar voor het eerst. Een kwart van de lachgasgebruikers was jonger toen ze voor het eerst gebruikten, en een kwart was ouder. De gemiddelde startleeftijd van alle gebruikers is 21,5 jaar.

Opleidingsniveau

Het gebruik van lachgas is het hoogst onder hoogopgeleiden (11,8% ooit in het leven), daarna volgen middelbaar opgeleiden (6,7%). Het percentage is het laagst onder mensen met een lagere opleiding (2,3%). Deze verschillen gelden ook voor het gebruik in het laatste jaar. Het gebruik van lachgas daalde tussen 2019 en 2020 onder hoogopgeleiden en middelbaar opgeleiden.

Migratieachtergrond

Onder mensen met een niet-westerse migratieachtergrond (3,1%) is het gebruik van lachgas in het laatste jaar hoger dan onder mensen met een Nederlandse achtergrond (2,0%) en mensen met een Westerse migratieachtergrond (1,9%). In het ooitgebruik zijn er geen statistisch significante verschillen tussen de drie migratieachtergronden.

Stedelijkheid

Lachgasgebruik komt vaker voor in (zeer) sterk stedelijke gebieden dan in weinig/niet stedelijke gebieden. Het gebruik in matig stedelijke gebieden ligt ertussen in. Dit geldt voor het gebruik ooit in het leven en in het laatste jaar. In sterk stedelijke gebieden nam desondanks het gebruik in 2020 wel af ten opzichte van voorgaande jaren (2018 en 2019).

Aanvullende informatie

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype